Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur en met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden. Het registratiesysteem is geïntegreerd in het softwarepakket ‘meeting.burger.net’ en zorgt ervoor dat u bij de raadpleging van een bekendmaking in dit pakket de datum waarop de beslissing is genomen en de publicatiedatum kan verifiëren met de desbetreffende gepubliceerde notulen of besluitenlijst van het bevoegde orgaan. Als u meer wilt weten over de rechtsgeldigheid van deze publicaties of over de inhoud van de reglementen en verordeningen, kunt u contact opnemen met secretariaat@hulshout.be

Feiten en context

        6 maart 2023: Goedkeuring gemeentereglement over het register van leegstaande gebouwen en woningen en goedkeuring belastingreglement voor de heffing op de leegstand van gebouwen en woningen voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025.

        Bij het begin van een nieuwe legislatuur past de gemeenteraad de reglementen aan het beoogd beleid aan.

        Het reglement wordt hernieuwd voor de jaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de duur van de huidige legislatuur plus één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

        De gemeente kan een register van leegstaande gebouwen en woningen bijhouden op grond van artikel 2.9. Vlaamse Codex Wonen.

        De gemeente heeft op grond van boek 2, deel 2 besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen ook de verplichting om een leegstandsregister bij te houden, aangezien zij aangesloten is bij een intergemeentelijk samenwerkingsverband ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid (Kempens Woonplatform).

        Het leegstandsregister is een nuttig monitoringsinstrument ten einde de leegstand van gebouwen en woningen in kaart te brengen.'

        Boek 2, deel 2, titel 3 Vlaamse Codex Wonen bepaalt het decretale kader voor het leegstandsregister. Een gemeentelijk reglement kan de nadere materiële en procedurele regelen bepalen.

        Een gemeentelijk reglement kan de functies omschrijven die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengen. De gemeente heeft die niet omschreven in onderhavig reglement. Dit heeft tot gevolg dat om de kwalificatie als 'leegstaand' te verhinderen, een woning in principe moet aangewend worden in overeenstemming met de woonfunctie.

        De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        De gemeente kan een leegstandsheffing innen op grond van de gemeentelijke fiscale autonomie.

        Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente.

Juridische gronden

        17 februari 1994: Grondwet: artikel 170, §4.

        30 mei 2008: Decreet over de vestiging, de invorderingen en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        22 december 2017: Decreet lokaal bestuur: artikel 40 en 41.

        16 november 2018: Besluit Vlaamse Regering over het lokaal woonbeleid: artikel 5, 7 en 14.

        Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Argumentatie

De gemeente acht het wenselijk dat woningen en gebouwen in de gemeente optimaal benut worden en wenst langdurige leegstand van woningen en gebouwen te voorkomen en te bestrijden. Het leegstandsreglement vormt een nuttig monitoringsinstrument om de leegstand van gebouwen en woningen in kaart te brengen. De gemeentelijke administratie beoordeelt de leegstand van een gebouw of een woning aan de hand van de indicaties die in dit reglement vastgelegd zijn. De vrijstellingen in het reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

Er worden alleen technische en administratieve verduidelijkingen aangebracht aan het reglement om de huidige werkwijze te verduidelijken.

Financiële weerslag

De financiële gevolgen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.

Beleidsdoelstelling

BD000003 Hulshout is een professioneel en aantrekkelijk overheidsbedrijf.

Actieplan

AP000014 We voeren een doordacht financieel beleid.

Actie

AC000054 We indexeren tarieven, retributies, bijdragen, huurgelden en andere belastingen automatisch.

MJP nummer

MJP000448

 

AMENDEMENT: Raadslid Gust Van den Bruel stelt om het volgende toe te voegen bij Artikel 10 §2. Van leegstandsheffing zijn vrijgesteld: "De inwoner die zijn domicilie (tijdelijk of definitief) laat plaatsen in een Belgisch woonzorgcentrum en er op die manier voor zorgt dat de eigen woning voor onbepaalde tijd komt leeg te staan.”

 

BESLUIT: AMENDEMENT
7 stemmen voor: Gust Van den Bruel, Dorien Van Opstal, Dries Van Hoof, Nanini Van Coillie, Jef Verduyckt, Marc Bruynseels en Katia Groenwals
11 stemmen tegen: Anja Leflot, Elien Bergmans, Joost Verhaegen, Karolien Laeremans, Vincent Laeremans, Hilde Van Looy, Elias De Wever, Tania Vrindts, Geert Vermunicht, Kristina Van den Heuvel en Jasper Van den Wouwer
0 onthoudingen
ALGEMEEN
11 stemmen voor: Anja Leflot, Elien Bergmans, Joost Verhaegen, Karolien Laeremans, Vincent Laeremans, Hilde Van Looy, Elias De Wever, Tania Vrindts, Geert Vermunicht, Kristina Van den Heuvel en Jasper Van den Wouwer
0 stemmen tegen
7 onthoudingen: Gust Van den Bruel, Dorien Van Opstal, Dries Van Hoof, Nanini Van Coillie, Jef Verduyckt, Marc Bruynseels en Katia Groenwals

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het gemeentereglement over het register van leegstaande gebouwen en woningen en belastingreglement voor de heffing op de leegstand van gebouwen en woningen voor 2026 tot en met 2031, vanaf 1 januari 2026 goed.

GEMEENTEREGLEMENT OVER HET REGISTER VAN LEEGSTAANDE GEBOUWEN EN WONINGEN EN BELASTINGREGLEMENT VOOR DE HEFFING OP DE LEEGSTAND VAN GEBOUWEN EN WONINGEN.

Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: Definities

§1 Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Administratie: de personeelsleden van de gemeente die door het college van burgemeester en schepenen belast worden met de opmaak, opbouw, beheer en actualisering van het leegstandsregister en de opsporing van leegstaande panden.
  2. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    1. een aangetekende brief;
    2. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
    3. elektronisch aangetekende zending, voor zover de administratie deze mogelijkheid aanbiedt.
  3. Eengezinswoning: elk bebouwd onroerend goed dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van één gezin of één alleenstaande, waarin zich geen andere woningen bevinden;
  4. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 over maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
  5. Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
  6. Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.
  7. Kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
  8. Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding, of uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014               over de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden. Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 over maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet- afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar als het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
     In afwijking hiervan wordt een nieuw gebouw als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen 7                             jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;
  9. Leegstaande woning: een woning die gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding, of omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden. In afwijking hiervan wordt een nieuwe woning als leegstaand beschouwd als die woning binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;
  10. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art 2.9. Vlaamse Codex Wonen;
  11. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen
  12. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum.

Hoofdstuk 2. HET GEMEENTELIJK LEEGSTANDSREGISTER

Artikel 2: Wijze van inventarisatie

§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij van leegstaande woningen en gebouwen.

§ 2. De administratie beoordeelt de leegstand van een gebouw of woning aan de hand van volgende indicaties:

        1° het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning of het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf.

        2° het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”.

        3° de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bv. door een geblokkeerde of een verzegelde toegang.

        4° de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992.

        5° het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen.

        6° een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie of de functie van het gebouw kan worden uitgesloten.

        7° getuigenissen.

        8° de vaststellingen ter plaatse door de administratie van de gemeente Hulshout op basis van het technisch verslag leegstand.

§ 3. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij een fotodossier en een beschrijvend verslag, met vermelding van de elementen die de leegstand staven, gevoegd worden.

De administratieve akte bevat als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De datum van de

administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand.

Als uit de feitelijke indicaties niet onmiddellijk vastgesteld kan worden dat de leegstand minimaal twaalf opeenvolgende maanden aanhoudt, voert de administratie een tweede controle uit.

De administratie stelt de houders van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de beslissing tot opname van leegstaande gebouwen en woningen in het leegstandsregister. Deze kennisgeving omvat de administratieve akte met fotodossier en het beschrijvende verslag.

Artikel 3: Verhouding tot andere inventarissen

Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 over maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.

De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 over maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van dit reglement beschouwd.

Een gebouw dat of een woning die geïnventariseerd is als verwaarloosd, kan eveneens opgenomen worden in

het leegstandsregister, en omgekeerd.

Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar, worden niet opgenomen in het leegstandsregister.

Artikel 4: Beroepsprocedure en schrapping

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de administratieve akte, of ingaand op de datum van kennisgeving van de administratieve akte, kan houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de administratieve akte met de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde

zending ingediend. In het geval van indiening per aangetekende brief geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.

Het beroepschrift wordt gedagtekend en bevat minimaal de volgende gegevens:

        1° de identiteit en het adres van de indiener.

        2° de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft.

Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

De indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht, met dien verstande dat de

vaststelling van de leegstand betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht met uitzondering van de eed. De overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegde inventaris opgenomen.

§2. Het college toetst de ontvankelijkheid van het beroepschrift. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk in

één van de volgende gevallen:

        1° het beroepschrift is te laat ingediend of niet ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, §1, 1e tot en met 3e lid.

        2° het beroepschrift gaat niet uit van een houder van het zakelijk recht.

        3° het beroepschrift is niet ondertekend.

Als het college vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.

§3. Het college onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het beroep kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

Het college doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.

§4. Als het college het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning niet opgenomen in het

leegstandsregister. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond is, wordt het gebouw of de woning in het leegstandsregister opgenomen vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand in de administratieve akte.

Artikel 5: Schrapping uit het leegstandsregister

§1. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat

meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 8°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie, vermeld in artikel 1, 9°. De administratie vermeldt als datum van schrapping de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de voormelde functie.

§2. Een gebouw of woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat het gebouw of de woning gesloopt werd of dat de hoofdfunctie van een gebouw of woning gewijzigd werd op grond van een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning of

omgevingsvergunning. De administratie vermeldt als datum van schrapping de eerste dag waarop door de administratie kan worden vastgesteld dat het gebouw of de woning werd gesloopt of de functiewijziging werd

uitgevoerd.

§3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. In het geval van indiening per aangetekende brief geldt de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening.

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

De administratie neemt een beslissing over het verzoek tot schrapping binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

§4. De administratie kan het gebouw of de woning ambtshalve uit het leegstandsregister schrappen, als zij vaststelt dat aan de voorwaarden voor de schrapping, vermeld in artikel 5, §1 of §2, voldaan is.

Artikel 6: Beroep tegen het besluit tot weigering van een schrapping

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de weigering van het verzoek tot schrapping, of ingaand op de datum van kennisgeving van de weigering van het verzoek tot schrapping, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen deze weigering. Het beroep wordt per beveiligde zending ingediend. In

het geval van indiening per aangetekende brief geldt de datum van de poststempel op het

verzendingsbewijs als datum van de indiening.

§2. Het college onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister. Zij onderzoekt het verzoek tot schrapping op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling, of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door een personeelslid als vermeld in artikel 2.14. Vlaamse Codex Wonen. Het verzoek kan ongegrond verklaard worden als de toegang tot een pand geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

Het college doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending ter kennis gebracht.

§3. Als het college het beroep gegrond acht, wordt het gebouw of de woning geschrapt uit het leegstandsregister met als datum van schrapping het initiële verzoek tot schrapping. Als de beslissing tot weigering van het verzoek tot schrapping niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht ongegrond is, blijft het gebouw of de woning in het leegstandsregister opgenomen.

Hoofdstuk 3. LEEGSTANDSHEFFING

Artikel 7: Belastbaar feit

§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de leegstandsheffing, gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

§3. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de opnamedatum.

 §4. Bij de overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning blijft de oorspronkelijke datum van opname gelden.

Artikel 8: Belastingplichtige

§1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de leegstandsheffing houder van het zakelijk recht is van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning.

§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht, vermeld in §1, op de verjaardag van de opnamedatum, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.

§3. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

§4. In het geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger, voorafgaand aan de overdracht, in kennis stellen dat de woning of het gebouw is opgenomen in het leegstandsregister.

Ook moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

     naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

     datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

     nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

De overdrager van het zakelijk recht kan de instrumenterende ambtenaar vragen om dit in zijn plaats te doen.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

Artikel 9: Tarief

§1. Het tarief van de belasting bedraagt € 5 per vierkante meter grondoppervlakte van de woning of het gebouw, vermenigvuldigd met het aantal bouwlagen.

§ 2. De belastbare oppervlakte wordt steeds in volle vierkante meter uitgedrukt. De gedeelten kleiner dan een halve vierkante meter worden weggelaten. De gedeelten gelijk aan of boven een halve vierkante meter worden aangerekend als volle vierkante meter. Voor de berekening van de verschuldigde belasting worden een kelder ingericht met woonvertrekken en een ingerichte zolder als bouwlaag aanzien.

§ 3. De belasting bedraagt minimum:

        voor een leegstaand gebouw: € 990,00

        voor een leegstaande woning:

                a) € 990,00 voor een eengezinswoning.

                b) € 75,00 voor een kamer.

                c) € 300,00 voor elke andere woning dan deze vermeld onder a) en b)

§ 4. Het bedrag van de heffing is gelijk aan het resultaat van volgende formule:

        Als tarief x grondoppervlakte gebouw of woning x aantal bouwlagen < minimumbelasting dan minimumbelasting x 2ABJ

        waarbij ABJ = aantal reeds belaste jaren en maximum gelijk aan 4.

        Als tarief x grondoppervlakte gebouw o woning x aantal bouwlagen > minimumbelasting =  € 5,00 x grondoppervlakte gebouw of woning x aantal bouwlagen x 2ABJ.

        waarbij ABJ = aantal reeds belaste jaren en maximum gelijk aan 4.

§5. Indexering

De bedragen, vermeld in het eerste lid, zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van november 2009. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat.

§6. Afrondingsregel

Het geïndexeerd tarief wordt afgerond als volgt:

bedragen die eindigen op 1, 2, 3 of 4 eurocent worden afgerond naar het lagere veelvoud van 10 cent.

bedragen die eindigen op 5, 6, 7, 8 of 9 eurocent worden afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent.

Artikel 10: Vrijstellingen

§ 1. Een vrijstelling van de heffing kan worden aangevraagd door een daartoe bestemd aanvraagformulier.

§2. Van leegstandsheffing zijn vrijgesteld:

1° Vrijstelling voor een nieuwe houder van het zakelijk recht. Er wordt een vrijstelling van de heffing verleend gedurende een periode van 1 jaar vanaf het moment van overdracht van het zakelijk recht en dit aan de belastingplichtige die maximaal 1 jaar houder is vanhet zakelijk recht van de woning en/of gebouw.

2° Vrijstelling wegens het indienen van een volledig bevonden aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning.

        Er wordt een vrijstelling van heffing verleend van zodra de belastingplichtige een schriftelijke bevestiging van de volledig bevonden aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning opgemaakt door een ambtenaar van de bouwdienst voorlegt.

        De vrijstelling eindigt op het moment dat er een beslissing is omtrent de aanvraag.

        Er kan maar twee keer beroep gedaan worden op deze vrijstelling door eenzelfde belastingplichtige voor eenzelfde woning of gebouw.

3° Vrijstelling voor niet-vergunningsplichtige renovatiewerken:

        Er wordt in een periode van 10 jaar vanaf de inventarisatiedatum aan de belastingplichtige éénmaal een vrijstelling van maximaal 3 jaar gegeven voor de renovatie van de woning en/of het gebouw, waarbij de problematische situatie ten gronde wordt aangepakt.

        blijkens een renovatiedossier dat de belastingplichtige zelf samenstelt met foto’s, aankoopfacturen en documenten waaruit voldoende blijkt dat het gebouw of de woning in staat van renovatie is, met dien verstande dat jaarlijks vooruitgang moet worden geboekt.

        Voor de eerste aanslag wordt de vrijstelling op basis van het renovatiedossier toegekend.

        Voor de tweede en derde aanslag moet er een nieuwe aanvraag ingediend worden uiterlijk een maand voor de eerste of tweede schijf verstrijkt. De vrijstelling voor een tweede en derde schijf wordt alleen toegekend als de belastingplichtige aantoont dat er op de datum van de verjaardag van de opnamedatum vooruitgang is geboekt t.o.v. het voorgaande jaar.
Dit moet aangetoond worden aan de hand van een evaluatie van het opgemaakte renovatiedossier (foto's, aankoopfacturen, overige documenten,...) en een gedetailleerd tijdschema van de nog uit te voeren werken.
De bewijsstukken dienen samen met de aangifte te worden ingediend. De belastingplichtigen worden er schriftelijk van verwittigd of het renovatieschema volledig is bevonden en de vrijstelling toegekend wordt.

        De toekenning van de tweede en derde schijf kan worden voorafgegaan door een plaatsbezoek van de administratie ter controle. Als blijkt uit de stand van zaken of uit het verslag van het plaatsbezoek dat de werken nog niet zijn gestart of dat de werken niet uitgevoerd worden zoals gepland in het renovatieschema of in het gedetailleerd tijdschema, dan wordt de toekenning van de tweede en/of derde schijf geweigerd.

        Als een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken wordt geweigerd of als aan de administratie geen toegang wordt verleend tot de woning en/of het gebouw, dan wordt de toekenning van een tweede of derde schijf automatisch geweigerd.

4° Vrijstelling voor vergunningsplichtige renovatiewerken

        Er wordt in een periode van 10 jaar vanaf de inventarisatiedatum aan de belastingplichtige éénmaal een vrijstelling van maximaal 3 jaar gegeven voor de renovatie van de woning en/of het gebouw, waarbij de problematische situatie ten gronde wordt aangepakt.

        blijkens een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor stabiliteitswerken, renovatiewerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat jaarlijks vooruitgang moet worden geboekt.

        Deze vrijstelling kan maximaal voor 3 opeenvolgende aanslagjaren volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige vergunningsplichtige handelingen, toegekend worden.

        De stedenbouwkundige vergunning moet aangevuld worden met een gedetailleerd tijdschema waarin de fasering van de werken wordt toegelicht. Uit deze documenten moet duidelijk blijken dat de problematische situatie ten gronde zal worden aangepakt.

        De vrijstelling wordt verleend op voorwaarde dat de werken ook effectief worden uitgevoerd. Daarom wordt de vrijstelling verleend in schijven van één jaar.

        Voor de eerste aanslag wordt de vrijstelling op basis van de vergunning toegekend.

        Voor de tweede en derde aanslag moet er een nieuwe aanvraag ingediend worden uiterlijk een maand voor de eerste of tweede schijf verstrijkt. De vrijstelling voor een tweede en derde schijf wordt alleen toegekend als de belastingplichtige aantoont dat er op de datum van de verjaardag van de opnamedatum vooruitgang is geboekt t.o.v. het voorgaande jaar aan de hand van:

         Schema met stand van zaken waaruit blijkt dat de werken gestart zijn.

         foto’s

         aankoopfacturen

         overige documenten

        De toekenning van de tweede en derde schijf kan worden voorafgegaan door een plaatsbezoek van de administratie ter controle. Als blijkt uit de stand van zaken of uit het verslag van het plaatsbezoek dat de werken nog niet zijn gestart zijn of voortgezet worden, dan wordt de toekenning van de tweede en/of derde schijf geweigerd.

        Als een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken wordt geweigerd of als aan de administratie geen toegang wordt verleend tot de woning en/of het gebouw, dan wordt de toekenning van een tweede of derde schijf automatisch geweigerd.

5° Vrijstelling voor woningen en/of gebouwen getroffen door een ramp.

        Er wordt een vrijstelling verleend aan houders van het zakelijk recht van woningen en/of gebouwen die vernield of beschadigd werden ten gevolge van een plotse ramp gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.

Artikel 11: Wijze van innen

De belasting wordt ingevorderd door een kohier dat het college van burgemeester en schepenen vaststelt en uitvoerbaar verklaart.

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 12: Bezwaarprocedure

De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaarschrift indienen tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift moet voldoen aan 3 voorwaarden:

  1. het bezwaar wordt ingediend door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger
  2. Het bezwaar wordt schriftelijk ingediend, is gemotiveerd en ondertekend, inclusief vermelding van de identiteit. Het aanslagbiljet vermeldt de mogelijkheden en voorwaarden om bezwaar in te dienen en de precieze contactgegevens.
  3. Het bezwaar wordt ingediend binnen 3 maanden, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het aanslagbiljet, vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning. Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Bij laattijdig indienen van het bezwaar, vervalt het bezwaar.

Het bezwaarschrift kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

        e-mail: belastingen@hulshout.be; Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.

        via de post tegen ontvangstbewijs: College van burgemeester en schepenen, voor de dienst Financiën, Prof. Dr. Vital Celenplein 2, 2235 Hulshout;

        persoonlijk tegen ontvangstbewijs.

Hoofdstuk 4. SLOTBEPALINGEN

Artikel 13:

De panden die op heden al zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, blijven opgenomen in het leegstandsregister.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.