Feiten en context
● De lokale reglementering rond begraafplaatsen werd in het verleden opgenomen in de politiecodex Zuiderkempen.
● Het is belangrijk om het lokale beleid van de begraafplaatsen in een reglementering te verwoorden. Uit respect voor de lokale vrijheden, heeft de wetgever ter zake weinig richtlijnen uitgebracht. Nochtans is het de bedoeling dat de lokale reglementering overzichtelijk en duidelijk is, voor alle betrokken actoren.
● Dienst burgerzaken stelt voor om de reglementering rond begraafplaatsen op te splitsen in een politiecodex voor alle bepalingen over ordehandhaving op de begraafplaatsen en een huishoudelijk reglement over de modaliteiten en richtlijnen rond begraven.
Juridische gronden
● 16 januari 2004: Decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging
● 20 september 2024: Omzendbrief over de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten ervan
● 22 december 2017: Decreet lokaal bestuur: artikel 40 en 41.
Adviezen
In het commentaarwerk op het decreet lijkbezorging en begraafplaatsen door Martine Verbeeck bij Vanden Broele wordt geadviseerd om de lokale reglementering te splitsen.
Argumentatie
In het verleden werden de lokale richtlijnen vaak ondergebracht in één reglementering, namelijk de politiecodex. Wanneer meer lokale overheden ondergebracht zijn in een politiezone, is het handiger om de specifieke elementen, verbonden aan de lokale gebruiken, in te schrijven in een apart huishoudelijk reglement. In de politiecodex worden alleen de algemene richtlijnen vermeld, die van toepassing zijn op alle verbonden lokale overheden.
Zodoende vermijd je dat, bij wijzigingen aan de reglementering, telkens opnieuw alle lokale overheden moeten betrokken worden.
De dagdagelijkse toepassing, zoals een aantal algemene richtlijnen, de modaliteiten over het niet-geconcedeerd begraven, het toekennen en de termijnen van de concessies, de richtlijnen over het plaatsen van grafmonumenten, enz … worden ingeschreven in een lokaal huishoudelijk reglement.
In het politiereglement worden alleen die modaliteiten opgenomen, die min of meer verbonden kunnen worden aan een strafbepaling. De maatregelen die de burgemeester neemt, in zijn functie, als hoofd van de administratieve politie, worden eveneens in het politiereglement opgenomen.
Financiële weerslag
Aan dit besluit zijn geen directe financiële gevolgen verbonden.
AMENDEMENT: Raadslid Dries Van Hoof stelt voor om in artikel 4, Hoofdstuk 2 het volgende toe te voegen:
“Personen die in aanmerking komen om als Hulshoutenaar beschouwd te worden en die door een medische toestand de domicilie dienen te wijzigen naar een andere gemeente, blijven beschouwd als inwoner van onze gemeente.”
BESLUIT: AMENDEMENT
unaniem
ALGEMEEN
unaniem
Enig artikel:
De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen vanaf 1 januari 2026 goed:
HUISHOUDELIJK REGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATSEN
Hoofdstuk 1: Algemeenheden
Artikel 1: Definities
-Begraving:
● het begraven van stoffelijke overschotten
● het bijzetten en begraven van asurnen
● de verstrooiing van de as op een strooiweide
-Ontgraving: uit een graf halen van een stoffelijk overschot of een asurne met de bedoeling te herbegraven of, ingeval van een stoffelijk overschot, te cremeren.
-Ontruiming: het verwijderen van de grafzerk/grafsteen.
-Concessie: een betaalde rustplaats op het kerkhof. Dit kan gaan over een grondconcessie, columbariumconcessie of een urneveldconcessie.
-Geconcedeerde begraving: een begraving waar voor het graf een concessie betaald wordt.
-Niet-geconcedeerde begraving: een kosteloze begraving
-Urnenveld: plaats op het kerkhof waar de urnen met de as van de overledenen begraven worden.
-Sterrenkindjes: levenloos geboren kindjes, ongeacht de zwangerschapsduur
Artikel 2:
Nieuwe begravingen kunnen in de gemeente op de volgende begraafplaatsen gebeuren:
● begraafplaats Hulshout, Borgerhoutstraat
● begraafplaats Houtvenne, Langestraat
● begraafplaats Westmeerbeek, Bundersstraat
Artikel 3:
Op de begraafplaatsen van de gemeente Hulshout mag begraven worden van maandag tot donderdag van 9u tot 15u. Op vrijdag en zaterdag van 9u tot 14u.
Op zondag, wettelijke feestdagen en sluitingsdagen van de gemeente kan er niet begraven worden.
De burgemeester kan in uitzonderlijke gevallen afwijkingen toestaan.
Hoofdstuk 2: Niet-geconcedeerde begravingen
Artikel 4:
Zonder concessie kunnen op de begraafplaats van Hulshout, Houtvenne en Westmeerbeek begraven worden:
● personen welke op datum van hun overlijden ingeschreven waren in één van de bevolkingsregisters van Hulshout;
● personen welke op datum van hun overlijden ingeschreven waren in één van de bevolkingsregisters van Heist-op-den-Berg en tot de kerkelijke omschrijving van de parochie St.-Mattheus Hulshout behoren;
● personen, welke overleden zijn op het grondgebied van Hulshout;
● stoffelijke overschotten, ontdekt op het grondgebied van Hulshout;
● personen die de gemeente effectief bewonen, maar door wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in één van de bevolkingsregisters van Hulshout;
● personen die vroeger in één van de bevolkingsregisters van Hulshout waren ingeschreven, gedurende minstens de helft van hun leven;
● personen die vroeger waren ingeschreven in één van de bevolkingsregisters van Heist-op-den-Berg en tot de kerkelijke omschrijving van de parochie St.-Mattheus Hulshout behoorden, gedurende minstens de helft van hun leven
● Personen die in aanmerking komen om als Hulshoutenaar beschouwd te worden en die door een medische toestand de domicilie dienen te wijzigen naar een andere gemeente, blijven beschouwd als inwoner van onze gemeente.
De nodige bewijsstukken moeten door de aanvrager(s) worden voorgelegd.
Artikel 5:
Een niet-geconcedeerd graf wordt bewaard gedurende een termijn van 15 jaar, te tellen vanaf de datum van overlijden.
Artikel 6:
Voor nieuwe graven vanaf 4 september 2007 mag er maar 1 stoffelijk overschot per graf begraven worden.
Er is slechts 1 asurne per perceel op het urnenveld of per nis van het columbarium toegelaten.
Bij graven van voor 4 september 2007 is het toegelaten om per graf 2 stoffelijke overschotten te begraven, op voorwaarde dat er geen procedure tot ontruiming lopende is.
Artikel 7:
Een omzetting van een niet-geconcedeerde begraving naar een concessie is toegelaten, mits ontgraving en herbegraving. Dit gebeurt op schriftelijk verzoek van de overlevende echtgeno(o)te of samenwonende partner en de bloedverwanten 1e graad en mits toestemming van de burgemeester.
De concessie begint te lopen vanaf de datum van de collegebeslissing.
Het tarief voor de omzetting wordt bepaald in het retributiereglement.
Artikel 8:
Bij ontruiming van niet-geconcedeerde gronden worden de nabestaanden gedurende 1 jaar voor het vervallen van de begravingstermijn op de hoogte gebracht door:
● aanplakking van een bericht aan het betrokken graf en/of in de nabijheid van het te ontruimen perceel
● aanplakking van een bericht aan de ingang van de begraafplaats
● andere gemeentelijke informatiekanalen
De belanghebbenden krijgen vanaf dan 1 jaar de tijd om de graftekens en de voorwerpen er op eigen risico weg te nemen.
Na die termijn worden de niet-verwijderde graftekens eigendom van de gemeente en zal de gemeente deze verwijderen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
Voor de ruiming van een niet-geconcedeerd perceel wordt een draaiboek opgemaakt.
Tijdens de periode van bekendmaking krijgen de nabestaanden de mogelijkheid om de niet-geconcedeerde begraving om te vormen naar een concessie.
Het concessiesysteem, verder in de reglementering opgenomen, is van toepassing.
De modaliteiten over de hernieuwing van een concessie en deze van de grafmonumenten, verder opgenomen in de reglementering, zijn eveneens van toepassing.
Het tarief van de concessie wordt, overeenkomstig de modaliteiten van het retributiereglement, betaald vooraleer de omzetting wordt uitgevoerd.
Artikel 9:
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een niet-geconcedeerd perceel of nis, bij toepassing van artikel 24 en 24bis van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals tot op heden gewijzigd, moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten eerste graad.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden tot zolang de procedure van ontruiming van de niet-geconcedeerde graven loopt.
De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts éénmaal worden ingediend.
De modaliteiten over de ontgraving, opgenomen in het gemeentelijk politiereglement, zijn van toepassing. Wanneer de thuisbewaring ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats. De asurne kan ook terug bijgezet of begraven worden in een concessie op de gemeentelijke begraafplaats.
Artikel 10:
Het is mogelijk dat de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, mee wordt uitgestrooid met de as van een overledene.
De overledene moet zijn wens daartoe hebben bepaald in zijn laatste wilsbeschikking. Bij gebrek aan een laatste wilsbeschikking is het gezamenlijk schriftelijk verzoek van alle bloed- en aanverwanten van de eerste graad vereist. De eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, mag zich bovendien in zijn laatste wilsbeschikking niet uitdrukkelijk verzet hebben tegen het gezamenlijk uitstrooien. Ook wanneer de al overleden persoon in zijn wilsbeschikking expliciet gekozen heeft voor een begraving is een ontgraving, gevolgd door crematie in principe niet mogelijk. Over de laatste mogelijkheid oordeelt de procureur des Konings.
Hoofdstuk 3: Concessies
Artikel 11:
Zolang de omvang van de begraafplaatsen dit mogelijk maakt worden er concessies verleend voor het begraven van stoffelijke overschotten en voor het begraven of bijzetten van urnen, volgens de tarieven opgenomen in het gemeentelijk retributiereglement over de gemeentelijke begraafplaatsen.
Een concessie wordt verleend per perceel en wordt op het ogenblik van het eerste overlijden nominatief toegewezen voor maximum 2 personen.
De nominatief toegekende concessies kunnen alleen door de concessiehouder of zijn erfgenamen schriftelijk gewijzigd worden. De wijzigingen kunnen slechts gedaan worden ten aanzien van het aantal voorbehouden plaatsen.
Artikel 12:
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de concessies te verlenen volgens de modaliteiten van het huishoudelijk reglement en de tarieven voorzien in het retributiereglement voor de gemeentelijke begraafplaatsen, dat periodiek door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
De concessie wordt schriftelijk aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen. Zij vermeldt naam en adres van de aanvrager en naam, geboortedatum en overlijdensdatum van de begunstigde(n).
De concessie vangt aan op de datum van de collegebeslissing.
Het college van burgemeester en schepenen wordt ook gemachtigd om de concessies te beëindigen bij toepassing van een procedure van verwaarlozing of naar aanleiding van een vraag tot voortijdige beëindiging.
Artikel 13:
Er kunnen geen concessies verleend worden vóór het overlijden, met uitzondering van in het kader van een meervoudige concessie, waarbij de toegewezen plaats onmiddellijk benut wordt voor een overleden persoon en de tweede plaats voorbehouden wordt aan:
● de overlevende echtgeno(o)t(e) van de overledene
● de bloedverwanten eerste en tweede graad van de overledene
● de persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormt
● de persoon die, samen met de overledene, een wilsbeschikking tot samenbegraving heeft ondertekend
● een derde die de concessiehouder heeft aangewezen.
Artikel 14:
In een geconcedeerd graf kan de urne met de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde, wanneer de overledene dit in zijn laatste wilsbeschikking heeft bepaald, of bij gebrek daaraan op gezamenlijk schriftelijk verzoek van alle bloed- en aanverwanten van de eerste graad:
1° samen met de overledene met de doodskist worden begraven;
2° samen met de in een lijkwade gehulde overledene worden begraven;
3° samen met de urne van de overledene in een urnenveld worden begraven;
4° samen met de urne van de overledene in het columbarium worden geplaatst;
Wanneer de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin
vormde zich daar in zijn wilsbeschikking tegen verzet heeft, is bijzetting, bijbegraving of
gezamenlijke uitstrooiing, verboden.
Artikel 15:
In een geconcedeerd graf kan de urne met de as van een of meerdere al overleden gezelschapsdieren:
1° samen met de overledene in de doodskist worden geplaatst en begraven;
2° samen met de in een lijkwade gehulde overledene worden begraven;
3° samen met de urne van de overledene in het urnenveld worden begraven;
4° samen met de urne van de overledene in het columbarium worden geplaatst.
Met het gezelschapsdier wordt elk dier dat tam is en traditioneel in huis voor gezelschap of voor emotionele steun gehouden wordt, bedoeld.
Voor de toepassing van de mogelijkheden, vermeld in het eerste lid, moet de urne met as van het gecremeerde gezelschapsdier of van de gecremeerde gezelschapsdieren biologisch niet-afbreekbaar zijn. De urne met as van het gecremeerde gezelschapsdier of van de gecremeerde gezelschapsdieren mag nooit de plaats innemen van een urne van een overleden persoon.
De as van het gecremeerde gezelschapsdier of van de gecremeerde gezelschapsdieren volgt de bestemming van de kist of van de urne van de overleden eigenaar bij opgraving van laatstgenoemde. Bij opgraving moet de as van gezelschapsdieren gescheiden te worden van de menselijke resten. Het is niet toegelaten dat de as van het overleden gezelschapsdier wordt uitgestrooid op de strooiweide.
Artikel 16:
Op de begraafplaatsen van Hulshout, Westmeerbeek en Houtvenne zijn meerdere bewaartermijnen van concessies van toepassing.
Hulshout:
Concessies, toegekend voor 20 juli 1971: eeuwigdurende concessies. Zij werden op 20 juli 1971 omgezet in gratis hernieuwbare concessies van 50 jaar.
De eeuwigdurende concessies kunnen telkens, op aanvraag, gratis hernieuwd worden voor 50 jaar.
Concessies, toegekend vanaf 20 juli 1971: Een concessie voor 2 personen wordt verleend voor een termijn van 50 jaar, die aanvangt op datum toekenning concessie door het college van burgemeester en schepenen.
Concessies, toegekend vanaf 4 september 2007: Een concessie voor 2 personen wordt verleend voor een termijn van 25 jaar, die aanvangt op datum toekenning concessie door het college van burgemeester en schepenen.
Westmeerbeek:
Concessies, toegekend voor 20 juli 1971: eeuwigdurende concessies. Zij werden op 20 juli 1971 omgezet in gratis hernieuwbare concessies van 50 jaar.
De eeuwigdurende concessies kunnen telkens, op aanvraag, gratis hernieuwd worden voor 50 jaar.
Concessies, toegekend van 20 juli 1971 tot 31 december 1975: Een concessie voor 2 personen wordt verleend voor een termijn van 30 jaar, die aanvangt op datum toekenning concessie door het college van burgemeester en schepenen.
Concessies, toegekend van 1 januari 1976 tot 3 september 2007: Een concessie voor 2 personen wordt verleend voor een termijn van 50 jaar, die aanvangt op datum toekenning concessie door het college van burgemeester en schepenen.
Concessies, toegekend vanaf 3 september 2007: Een concessie voor 2 personen wordt verleend voor een termijn van 25 jaar, die aanvangt op datum toekenning concessie door het college van burgemeester en schepenen.
Houtvenne:
Concessies, toegekend voor 20 juli 1971: eeuwigdurende concessies. Zij werden op 20 juli 1971 omgezet in gratis hernieuwbare concessies van 50 jaar.
De eeuwigdurende concessies kunnen telkens, op aanvraag, gratis hernieuwd worden voor 50 jaar.
Concessies, toegekend van 20 juli 1971: Een concessie voor 2 personen wordt verleend voor een termijn van 50 jaar, die aanvangt op datum toekenning concessie door het college van burgemeester en schepenen.
Concessies, toegekend vanaf 3 september 2007: Een concessie voor 2 personen wordt verleend voor een termijn van 25 jaar, die aanvangt op datum toekenning concessie door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 17:
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de concessies te hernieuwen.
Hernieuwing van de concessie, naar aanleiding van een bijbegraving
Naar aanleiding van een bijbegraving wordt de termijn van de concessie ambtshalve hernieuwd tot de vervaldatum, oorspronkelijk toegekend voor de concessie.
Als er geen verlenging van de concessie wordt aangevraagd voor de vervaldatum, vervalt, mits het respecteren van een grafrust van 15 jaar vanaf de laatste begraving in het perceel, de concessie.
Hernieuwing (verlenging)
Op schriftelijk verzoek en voor het verstrijken van de oorspronkelijk toegekende concessietermijn, kan de concessie hernieuwd worden met een termijn van 10 jaar, die aanvangt op datum toekenning termijn hernieuwing door het college van burgemeester en schepenen.
Het bericht over de mogelijkheid tot hernieuwing van de concessie wordt gedurende 1 jaar voor de definitieve vervaldatum van de concessie bekendgemaakt aan het betrokken graf en aan de ingang van de begraafplaats.
Als er geen aanvraag tot hernieuwing van de concessie is ingediend voor de vervaldatum, vervalt de concessie. Er worden geen bijbegravingen meer toegestaan.
Artikel 18:
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een of meerdere asurnen uit een concessie in het columbarium of het urnenveld, bij toepassing van artikel 24 en 24bis, van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals tot op heden gewijzigd, moet per overledene en schriftelijk worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten eerste graad.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden tot zolang de termijn van de concessie loopt of tot zolang de procedure van de hernieuwing van de concessie loopt.
De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.
De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts éénmaal worden ingediend.
De modaliteiten over de ontgraving, opgenomen in het gemeentelijk politiereglement zijn van toepassing.
De geconcedeerde nis of perceel wordt gedurende een termijn van 2 jaar bewaard.
De bewaringstermijn heeft geen invloed op de oorspronkelijk toegekende concessietermijn.
Wanneer de thuisbewaring na de termijn van 2 jaar ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van één van de gemeentelijke begraafplaatsen of kan de asurne terug worden bijgezet of begraven worden in een nieuwe concessie op één van de gemeentelijke begraafplaatsen.
Wanneer op het ogenblik van de aanvraag tot retroactieve thuisbewaring, door de nabestaanden gekozen wordt om de asurne niet meer terug te brengen of wanneer door de nabestaanden gekozen wordt voor een asverstrooiing op een andere plaats dan de begraafplaats, dan worden de modaliteiten van artikel 3.9 van het gemeentelijk huishoudelijk reglement toegepast.
Wanneer de concessie tijdens de periode van bewaring moet hernieuwd worden, zijn de modaliteiten van de hernieuwing van een concessie, opgenomen in het gemeentelijk huishoudelijk reglement van toepassing. Wanneer de concessie, tijdens de periode van de bewaring, niet hernieuwd wordt, is deze vervallen.
Wanneer, na een termijn van twee jaar, de asurne niet wordt teruggebracht naar de begraafplaats, wordt de concessie ambtshalve opgeheven.
De betaalde concessieprijs kan noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Artikel 19:
Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder, zijn erfgenamen en rechthebbenden of op schriftelijk verzoek van iedere belanghebbende, kan het college van burgemeester en schepenen een concessie voortijdig beëindigen.
Bij de beëindiging kan de betaalde concessieprijs noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Vooraleer het college tot beëindiging overgaat, zal de aanvraag gedurende 6
maanden aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken concessie worden aangeplakt.
Als de aanvraag tot voortijdige beëindiging niet wordt ingediend door de concessiehouder, zal deze, als gekend, schriftelijk op de hoogte worden gesteld van de aanvraag.
Bezwaren tegen de aanvraag tot voortijdige beëindiging moeten schriftelijk ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Als er geen bezwaren tegen de voortijdige beëindiging worden ingediend, en de concessie is door het college ambtshalve beëindigd, wordt het grafmonument eigendom van de gemeentelijke overheid. Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de bestemming ervan.
Hoofdstuk 4: Percelen – Afmetingen Grafmonumenten – Graftekens – Gedenkplaten – Beplantingen – Onderhoud
Artikel 20:
Tenzij de overledene anders heeft beschikt of zijn verwanten zich ertegen verzetten, heeft iedereen het recht op het graf van zijn verwante of vriend een grafteken te (doen) plaatsen zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder.
Op het perceel, waarin een stoffelijk overschot of een asurne begraven werd in geconcedeerde grond, moet binnen het jaar een grafzerk aanwezig zijn waarop naam, voornaam en de datum of het jaartal van geboorte en overlijden van de begraven personen staat.
Op een geconcedeerde nis van het columbarium moet uiterlijk binnen het jaar een naamplaat worden aangebracht.
Op een geconcedeerd perceel van het urnenveld moet uiterlijk binnen het jaar een afdekplaat geplaatst worden.
Ingeval van bijbegraving wordt na de begrafenis het perceel zonder uitstel in een ordentelijke staat gebracht. De graftekens of afdekplaten worden binnen het jaar geplaatst.
Als binnen het jaar de plaatsing van de grafzerk of de afdekplaat niet is uitgevoerd, of als tijdens de verdere duur van de concessie niet langer aan die voorwaarden voldaan is, kan de procedure voor verwaarlozing van graven gestart worden.
Het weghalen van graftekens is aan een voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester onderworpen.
Artikel 21:
De naamplaatjes op het herdenkingsmonument van de strooiweide worden op vraag door het lokaal bestuur geleverd, gegraveerd en bevestigd. Ze hebben een rechthoekige vorm met een lengte van 15 cm en een breedte van 6,5 cm.
Er mogen maximum 4 tekstlijnen worden ingegraveerd:
● naam en voornaam van de overledene
● geboortedatum
● datum van overlijden
● echtgeno(o)t(e)/weduw(e)naar naam en voornaam
De vergoeding voor het naamplaatje, het graveren en het bevestigen wordt vastgesteld in het retributiereglement.
De naamplaatjes worden 15 jaar na bevestiging op het monument verwijderd. Deze naamplaatsjes kunnen tot 6 maanden na het verwijderen afgehaald worden bij de dienst burgerzaken.
Artikel 22:
Afmetingen van de percelen:
De afmetingen van de gewone grafkuilen op de gemeentelijke begraafplaatsen zijn 220 cm lengte op 80 cm breedte.
De afmetingen van grafkuilen voor kinderen tot 12 jaar zijn 170 cm lengte op 70 cm breedte.
De afstand tussen de doodskisten of lijkwaden bedraagt minstens 60 cm.
De asurnen moeten begraven worden in volle grond op een diepte van 80 cm. De afmetingen van de grafkuilen voor de urnen zijn 50 cm lang en 50 cm breed, met een tussenafstand van 20 cm.
Artikel 23:
Afmetingen van de graftekens op de percelen met of zonder concessies.
Bij herinrichting of uitbreiding van bestaande begraafplaatsen is het niet toegelaten grafstenen of ander gedenktekens te plaatsen die door hun vorm, afmetingen, opschriften of aard van de materialen de reinheid, gezondheid, veiligheid en rust op de begraafplaats kunnen verstoren.
Om een eenvormig en esthetisch uitzicht te verkrijgen zullen er alleen nog rechtstaande gedenktekens op een sokkel met bodemplaat mogen geplaatst worden bij begravingen in volle grond.
Deze gedenktekens hebben volgende afmetingen:
Voor volwassenen: 90 cm hoog, 60 cm breed en 10 cm dik
Voor kinderen: 80 cm hoog, 50 cm breed en 10 cm dik
De gedenkstenen moeten gecentreerd op het graf geplaatst te worden.
De afstand tussen 2 gedenkstenen bedraagt 40 cm
De afmetingen van de sokkel: 10 cm hoog, 70 cm breed en 25 cm dik.
De afmeting van de bodemplaat: lengte 1m, breedte 50cm. De 50 cm breedte van de bodemplaat is te rekenen vanaf de achterkant van de sokkel van de gedenksteen. De sokkel wordt op de achtergrens van de bodemplaat geplaatst.
De graven zullen door de zorgen van het lokaal bestuur met gazon bezaaid en onderhouden worden. Alleen de bodemplaat mag men benutten voor het aanbrengen van beplantingen.
De aanplantingen moeten zo aangelegd en onderhouden worden dat zij zich niet uitbreiden buiten de afmetingen toegewezen aan het graf, noch het zicht op de identificatiegegevens op het graf belemmeren. De hoogte moet beperkt worden tot 1 meter.
Op het urnenveld moet een afdekplaat van 50 cm op 50 cm en een dikte van 2 cm aangebracht worden op maaiveldhoogte.
De tussenruimte van 40 cm tussen twee afdekplaten zal door de gemeente worden aangelegd met grijze kiezelsteentjes. Het is niet toegelaten hier enig ander materiaal te plaatsen.
Alleen de afdekplaat mag men benutten voor het aanbrengen van beplantingen.
Het columbarium moet zijn eenvormigheid en esthetisch uitzicht blijven behouden. De afdekplaten van de nissen in het columbarium worden door het gemeentebestuur geleverd. Het is niet toegelaten om op of aan de nissen van het columbarium, op eigen initiatief, sierstukken, constructies of andere versiersels te plaatsen of te hangen.
Alleen op de door het lokaal bestuur aangeduide plaats mag een vaasje en foto bevestigd worden. Het vaasje moet vervaardigd zijn in een duurzaam materiaal en de inhoud ervan mag de nabijgelegen nissen niet hinderen.
Op de strooiweide zelf mogen geen bloemen, kransen of planten aangebracht worden. Dit mag alleen op een plaats die er voor voorzien is.
Hoofdstuk 5: Sluiting van een begraafplaats
Artikel 24:
Bij sluiting en /of wijziging van de bestemming van de begraafplaats kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding. Zij hebben alleen het recht op een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een andere gemeentelijke begraafplaats tot het einde van de concessietermijn. De eventuele kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten en het overbrengen van de graftekens zijn voor rekening van het lokaal bestuur.
Het recht op het kosteloos bekomen van een nieuw perceel of nis is afhankelijk van het indienen van een aanvraag door een belanghebbende.
Hoofdstuk 6: Graven van lokaal historisch belang
Artikel 25:
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt autonoom welke graven van historisch belang zijn.
Deze graftekens worden gedurende 50 jaar bewaard. De termijn is verlengbaar.
Het onderhoud is ten laste van het lokaal bestuur.
Hoofdstuk 7: Speciale parken
Artikel 26:
Op het kinderpark van de begraafplaatsen van Hulshout, Houtvenne en Westmeerbeek kunnen zowel sterrenkinderen als kinderen tot 12 jaar (op basis van geboortejaar) begraven worden.
Artikel 27:
Er is de mogelijkheid tot begraving, asbegraving en bijzetting in het kindercolumbarium. Zij worden beschouwd als kosteloze concessies van 25 jaar. De procedures van hernieuwing en beëindiging van de concessies, zoals vermeld in hoofdstuk 3 zijn integraal van toepassing op de kindergraven. De hernieuwingen zijn gratis.
Er is ook de mogelijkheid tot asverstrooiing op de strooiweide van het kinderpark. Dit is kosteloos.
Bij asverstrooiing kan er op aanvraag een gedenkplaatje bevestigd worden in de gedenkboom.
Het gedenkplaatje vermeldt naam en overlijdensdatum.
De vergoeding voor het gedenkplaatje, het graveren en het bevestigen wordt vastgesteld in het retributiereglement.
De gedenkplaatjes worden 25 jaar bewaard en zijn gratis verlengbaar met 10 jaar, op aanvraag. Bij niet-verlenging kunnen de gedenkplaatjes, op aanvraag, mee naar huis genomen worden.
Artikel 28:
Sterrenkindjes die niet op de begraafplaats begraven worden kunnen op aanvraag, naast de registratie in het sterrenregister, een gedenkplaatje in de gedenkboom krijgen.
Het gedenkplaatje vermeldt naam en overlijdensdatum.
De vergoeding voor het gedenkplaatje, het graveren en het bevestigen wordt vastgesteld in het retributiereglement.
De gedenkplaatjes worden 25 jaar bewaard en zijn gratis verlengbaar met 10 jaar, op aanvraag. Bij niet-verlenging kunnen de gedenkplaatjes, op aanvraag, mee naar huis genomen worden.
De aanvraag voor de registratie in het sterrenregister en/of een gedenkplatje kan gebeuren door één van de ouders die in Hulshout woont of waarvan het sterrenkindje in Hulshout werd geboren.
Hoofdstuk 8: Slotbepalingen
Artikel 29:
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen, in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen.
Artikel 30:
Elke bij hoogdringendheid genomen beslissing van de burgemeester wordt ter kennis gebracht van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 31:
Dit huishoudelijk reglement over de gemeentelijke begraafplaatsen vervangt alle vorige reglementeringen en beslissingen. Er bestaat een aanvullend politiereglement.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.