Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur en met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden. Het registratiesysteem is geïntegreerd in het softwarepakket ‘meeting.burger.net’ en zorgt ervoor dat u bij de raadpleging van een bekendmaking in dit pakket de datum waarop de beslissing is genomen en de publicatiedatum kan verifiëren met de desbetreffende gepubliceerde notulen of besluitenlijst van het bevoegde orgaan. Als u meer wilt weten over de rechtsgeldigheid van deze publicaties of over de inhoud van de reglementen en verordeningen, kunt u contact opnemen met secretariaat@hulshout.be

Feiten en context

        27 september 2021: Gemeenteraadsbeslissing goedkeuring gemeentelijk reglement tot de aanleg, inrichting en behoud van infiltreerbare wegbermen en opritten.

        De gemeente Hulshout wil het beheer van wegbermen en opritten op het openbaar domein actualiseren via een nieuw gemeentelijk reglement. Het bestaande reglement wordt opgeheven en vervangen door een duidelijker en uniform kader.

Juridische gronden

        22 december 2017: Decreet lokaal bestuur: artikel 56.

Argumentatie

Dit reglement heeft als kern de beheersing van de waterproblematiek door het beperken van verharding en het vrijwaren van infiltratie en buffercapaciteit.

Het creëert rechtszekerheid voor burgers en administratie door duidelijke voorwaarden en verantwoordelijkheden vast te leggen. Het draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast, het beperken van ongewenste verharding en het behoud van een kwalitatieve openbare ruimte. Daarnaast zorgt het voor een uniforme aanpak bij aanvragen, uitvoering en handhaving.

Financiële weerslag

Aan dit besluit zijn geen directe financiële gevolgen verbonden.

Na bespreking,

 

BESLUIT: unaniem
 

Artikel 1:

De gemeenteraad heft de gemeenteraadsbeslissing van 27 september 2021 over het gemeentelijk reglement tot de aanleg, inrichting en behoud van infiltreerbare wegbermen en opritten op.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het reglement tot de aanleg, inrichting en behoud van infiltreerbare wegbermen en opritten goed als volgt:

REGLEMENT TOT DE AANLEG, INRICHTING EN BEHOUD VAN INFILTREERBARE WEGBERMEN EN OPRITTEN

HOOFDSTUK 1: Begrippen

Artikel 1: Definities van de weg

§1. Weg

De weg is het geheel van voorzieningen die het verkeer van voetgangers, voertuigen en dieren mogelijk maakt. Een weg bestaat uit het wegplatform, eventuele taluds en steunbermen.

§2. Wegplatform

Het wegplatform omvat:

        de rijbaan of rijbanen.

        de verharde zijstroken.

        de wegbermen.

§3. Rijbaan

De rijbaan is het gedeelte van de weg dat bestemd is voor het verkeer van voertuigen.

§4. Verharde zijstrook

Een verharde zijstrook is een verhard gedeelte naast de rijbaan dat onder meer kan dienen als:

        pechstrook.

        parkeerstrook.

        parkeerhaven.

        uitwijkplaats.

        overrijdbare bedding voor voertuigen van het openbaar vervoer.

§5. Wegberm

Een wegberm is het gedeelte van het wegplatform dat buiten de rijbaan ligt. Bermen kunnen sloten of andere specifieke voorzieningen bevatten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

        middenberm: berm tussen de twee middelste rijbanen van een weg met een even aantal rijbanen.

        tussenberm: berm tussen twee rijbanen, met uitzondering van de middenberm.

        buitenberm: berm gelegen tussen de grens van het wegplatform en de buitenrand van de verharde zijstrook of, als deze ontbreekt, de rijbaan.

§6. Lijnvormige elementen

Lijnvormige elementen zijn onderdelen van de weg die in een doorlopende lijn worden aangelegd, zoals:

        sloten.

        watergreppels.

        trottoirbanden.

        kantstroken.

§7. Trottoirband

Een trottoirband is een kantopsluiting die dient om de rand van de verharding te beschermen en te verstevigen.

§8. Omgevingsvergunning

Een omgevingsvergunning is vereist voor onder meer:

        het bouwen, verbouwen of wijzigen van gebouwen.

        functiewijzigingen van gebouwen.

        het realiseren van een verkaveling.

        het exploiteren van een ingedeelde inrichting of activiteit.

        het openen of wijzigen van handelsactiviteiten.

        het wijzigen van vegetatie, verhardingen en andere ruimtelijke ingrepen.

§9. Activiteiten van de geregistreerde lokale economie

Hieronder worden onder meer verstaan:

        handel.

        horeca.

        dienstverlening.

        vrije beroepen.

        recreatie.

        bedrijvigheid, waaronder KMO's en industriële activiteiten.

§10. De hierboven opgenomen omschrijvingen zijn uitsluitend bedoeld ter verduidelijking. Bij enige tegenstrijdigheid, onduidelijkheid of interpretatieverschil zijn steeds de definities, bepalingen en voorschriften van het Standaardbestek 250, hoofdstuk II – Algemene bepalingen, en de meest recente geldende versie ervan, van toepassing en leidend. Deze hebben voorrang op de bepalingen opgenomen in dit document.

HOOFDSTUK 2: DOELSTELLING

Artikel 2: Beheersing van de waterproblematiek

Algemeen wordt aanvaard dat wateroverlast kan vermeden worden door het afkoppelen van regenwaters van de gemengde of DWA-rioleringen, door het aanleggen van groendaken, door het scheiden van regenwaters en afvalwaters, door het bufferen en/of vertraagd afvoeren van regenwater, door de aanleg van baangrachten en/of de opwaardering van onze waterlopen , door verharde oppervlakken in te perken of onverharde zones uit te breiden, door het aanleggen van infiltreerbare bermen, … Al deze deelinitiatieven dragen bij tot de beheersing van de waterproblematiek.

Het doel wordt bekomen door het vermijden van bijkomende niet noodzakelijke verhardingen of het voorkomen van een beperking van buffercapaciteit. Een oprit dient steeds noodzakelijk te zijn om toegang te verkrijgen tot de oprit naar een vergunde carport, garage, parkeerplaats of een gebouw.

HOOFDSTUK 3: VERBODSBEPALING

Artikel 3:

Het is verboden om zonder voorafgaandelijke vergunning, zoals vermeld in hoofdstuk 6, wijzigingen aan te brengen noch aan de bermen en tussenbermen (= gelegen tussen voet- of fietspaden en de wegverharding of weggoot), noch aan de bestaande openbare beplanting. Het onderhoud van de bermen en tussenbermen met als doel de instandhouding van de bestaande berm, incl. de bestaande beplanting, is steeds toegelaten zonder echter wijzigingen eraan aan te brengen.

HOOFDSTUK 4: VOORWAARDEN EN BEPERKINGEN

Artikel 4:

Het inzetten van een aanvraagprocedure doet geen rechten ontstaan tot het bekomen van een vergunning. Elke aanvraag zal aan een onderzoek worden onderworpen. De uitvoering kan pas worden ingepland en uitgevoerd nadat een vergunning is bekomen.

Artikel 5:

Bij de stopzetting van vergunde of vrijgestelde activiteiten op kadastrale percelen waar geregistreerde lokale economie plaatsvindt, vervallen de verkregen uitzonderingen. In dat geval worden opritten opnieuw omgevormd tot grasberm en worden tussenbermen opnieuw beplant. Dit gebeurt overeenkomstig de bepalingen van dit reglement.

Artikel 6:

§1. Er is maximum 1 aaneensluitende verharding van maximum 5 meter breed inclusief boordsteen per perceel mogelijk.

§2. Mits motivering kan hiervan afgeweken worden. Hiervoor moet een schriftelijk aanvraag ingediend worden.

§3. Er wordt naar gestreefd om de verharding tot een minimum te beperken. Bij de beoordeling van de aanvraag zullen volgende elementen in overweging worden genomen:

        de verkeersveiligheid.

        het normale gebruik van het perceel.

        de toegang tot vergunde parkeerplaatsen.

        de grootte van het perceel.

        het percentage verharding ten opzichte van de totale oppervlakte van het perceel.

        de totale oppervlakte verharding in de voortuinzone en op de wegberm.

        bomen of beplantingen op het openbaar domein (maximaal behoud van bestaande aanplantingen en minimaal hypothekeren van toekomstige aanplantingen).

        aanwezigheid van nutsvoorzieningen en openbare verlichting.

        de breedte van de openbare weg in combinatie met de draaicirkels van de voertuigen die frequent gebruik maken van de verharding.

Artikel 7:

Bij opritten ter hoogte van gebouwen waar activiteiten van geregistreerde lokale economie, KMO- en industriegebouwen, gebouwen voor recreatie, gebouwen voor openbaar nut, gebouwen waar vrije beroepen zijn gevestigd plaatsvinden, exclusief professionele landbouwactiviteiten, kan de verharding worden uitgebreid mits de activiteit dit noodzakelijk acht en mits afdoende motivatie.

Artikel 8:

Bij elke verharding mag de afwatering van de openbare weg niet in het gedrang komen en moet de infiltratie van hemelwater blijvend verzekerd worden.

Artikel 9:

De vergunningverlenende overheid kan bijkomende voorwaarden opleggen.

Artikel 10:

Over de resterende terreinbreedte mag op het openbaar platform geen enkele verharding (asfalt, porfier, steenslag, dolomiet,….) worden aangebracht en deze strook dient bijgevolg op een aangepaste wijze te worden aangelegd en onderhouden.

Artikel 11:

Bij bestaande beplanting in de buitenberm dient deze groenvoorziening tussen de vergunde verhardingen (voetpad, fietspad, rijweg,…) integraal te worden behouden.

Artikel 12:

Bij aanleg van een grasberm zal het onderhoud worden uitgevoerd door of in opdracht van en voor rekening van de gemeente Hulshout, overeenkomstig de modaliteiten van het bermdecreet.

Als het gaat om een overwelving, zal het onderhoud worden uitgevoerd door of in opdracht van en ten laste van de eigenaar/aangelande.

Artikel 13:

In het geval geen beplanting in de berm, beplantingsstrook of buitenberm aanwezig is, moet de bermruimte of tussenruimte tussen de verschillende verhardingen minimaal voorzien worden van een natuurlijke grasmat (= grasberm, dus geen kunstgras, geen heesters, …). Deze plicht is niet van toepassing in de wooncentra t.t.z. op volgende gemeentewegen of delen van gemeentewegen:

        Vennekensstraat 1 en 3.

        J. Verlooyplein.

        Langestraat vanaf huisnummer 1 tot en met huisnummer 33 en 2 tot en met 46 .

        Schoolstraat.

        Prof. Dr. Vital Celenplein.

        Grote Baan vanaf huisnummer 51 tot en met huisnummer 253 en 60 tot en met 274 .

        Grote Baan vanaf huisnummer 307 tot en met 345 en 334 tot en met 360 .

        Kerkstraat vanaf huisnummer 1 tot en met huisnummer 43 (tot Peerdekerkhofstraat) en 2 tot en met 30 (tot Heibaan).

        Booischotseweg vanaf huisnummer 1 tot en met 45 (tot Beemdenstraat) en 2 tot en met huisnummer 40.

        J. Michielsstraat vanaf huisnummer 1 tot en met huisnummer 41 (tot Goorstraat, inclusief Goorstraat 1 ) en vanaf 2 tot en met 36 (tot Groenstraat, inclusief Groenstraat 41).

        Groenstraat 41.

        Goorstraat 1.

        Ramselsesteenweg vanaf huisnummer 2 tot en met huisnummer 16 en 1 tot en met 15.

        Mgr. Raeymaekersstraat vanaf huisnummer 2 tot en met huisnummer 18 en 1 tot en met 19.

        Netestraat.

        Haverdries.

        Hoogzand 1 en 3.

        Stationsstraat vanaf huisnummer 2 tot 106 (Kempen-Hagelandroute) en vanaf 1 tot 111.

Artikel 14:

De grasmat kan, na het verkrijgen van een voorafgaandelijke vergunning, mogelijk worden gewijzigd in een andere alternatieve grasmat (gazon). Het aanbrengen van enige voorgevormde verharding (betonstraatstenen, natuursteen, asfalt, steenslag, dolomiet, ….) buiten de opritzone is verboden.

Artikel 15:

Een smalle restberm tussen de openbare verharding en de rooilijn met de private eigendommen kan aangeplant worden met bodembedekkers die echter nooit de verharding (ook niet zelfs gedeeltelijk) mogen overgroeien.

Als bij de uitvoering van gemeentelijke infrastructuurwerken, de oplossing voor een afwateringsproblematiek het vereist, zal het gedeelte van de private oprit door de aanneming worden (her)aangelegd tot op de plaats dat gravitaire waterafvloeiing richting openbaar domein kan verwezenlijkt worden. Dit kan verder zijn dan de visuele rooilijnscheiding en deels op private eigendom gesitueerd zijn. Hierbij wordt de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater gevolgd.

Artikel 16:

Eigen aangelegde voorzieningen van de vergunninghouder blijven steeds onder het toezicht en beheer van de aangelande/vergunninghouder. Het onderhoud van de individueel gekozen berminrichting/groenvoorziening gebeurt door of ten laste van en onder de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder. Bij nalatigheid aan onderhoud kan de gemeente Hulshout de planten verwijderen en opnieuw gras zaaien.

Artikel 17:

Eventuele schadedossiers worden opgevolgd door de aangelanden.

Artikel 18:

De vergunninghouder is verplicht de verharding vrij te houden van alle obstakels.

HOOFDSTUK 5: UITVOERINGSWIJZEN

Afdeling 1. Algemeen

Artikel 19:

Bij gehele vernieuwing van de weginfrastructuur in een (deel van een) straat (al of niet met groenvoorziening) wordt, ten laste van de aanneming (=financiering door gemeente) maximum één oprit van normaliter 5 m (afhankelijk van de wegbreedte) breedte inclusief boordstenen per kadastraal perceel. De breedte van de verharding wordt gemeten langsheen de rijweg. Haaks op de rijweg zal de verharding aangelegd worden tot aan de wettelijke rooilijn. Bij het ontbreken van een wettelijke rooilijn, zal de verharding worden aangelegd tot aan de visuele rooilijnscheiding (Muurtjes, paaltjes, …) Of bij geen zichtbare scheidingslijn tot de diepte van de aangelande percelen zodat een relatief uniforme parallellijn met de rijweg- en/of fietspadverharding wordt gecreëerd. Er worden geen diagonale of schuine aansluitingen verwezenlijkt.

Artikel 20:

In geval van integrale vernieuwing van de openbare groenvoorziening in de straat door de gemeente, gebeurt het onderhoud van de groenvoorziening eveneens door of in opdracht van het gemeentebestuur.

Indien geen groenvoorziening wordt aangelegd, zal de berm worden aangelegd en onderhouden als grasberm, overeenkomstig het bermdecreet rekening houdend met het geldend bermbeheersplan.

Artikel 21:

Er mag zonder vergunning geen wijziging worden toegebracht aan de bestaande wegverharding, wegaanhorigheden, bestaande beplanting en de nutsleidingen. Aangebrachte schade dient door de vergunninghouder ten laste worden genomen.

Afdeling 2. Opritten

Artikel 22:

De opritverharding wordt uitgevoerd, overeenkomstig het standaardbestek 250, door de gemeentediensten of aangestelden.

Artikel 23:

De verharding van de berm wordt uitgevoerd in poreuze waterdoorlatende betonstraatstenen van Belgisch formaat (22/11cm) met een dikte van 10cm en wordt gelegd in halfsteensverband. De betonkeien in halfsteensverband vormen evenwijdige rijen die loodrecht op de rijrichting staan.

Afdeling 3. Grasberm of alternatieve grasmat

Artikel 24:

De grasberm bestaat uit bermgras en wordt door en ten laste van de gemeente, overeenkomstig het bermdecreet standaard 2x/jaar gemaaid; rekening houdend met het geldend bermbeheersplan. Enkel om reden van verkeersveiligheid kunnen plaatselijke uitzonderingen worden opgelegd.

Artikel 25:

Een verhoging van de maaifrequentie is voor particuliere doeleinden toegestaan door of in opdracht/beheer van en voor rekening van de aangelanden.

Artikel 26:

Bermgras kan, na het bekomen van de vereiste vergunning door en ten laste van de vergunninghouder, vervangen worden door een alternatieve grasmat (bv. gazongras van de soort Sahara Sport), zonder evenwel de infiltratiecapaciteit van de berm te mogen wijzigen.

Artikel 27:

Het onderhoud gebeurt door of in opdracht van de vergunninghouder.

Enkel bij gehele vernieuwing van de weginfrastructuur in een (deel van een) straat wordt, bij keuze door de aangelande, een grasberm voorzien door of voor rekening van de aanneming (=financiering door gemeente).

Afdeling 4. Invulling van de restberm met bodembedekkers

Artikel 28:

Bermgras in de restberm (=smalle overblijvende strook tussen verhardingen en rooilijn) kan vervangen worden door een bodembedekker, zonder evenwel de infiltratiecapaciteit van de berm te mogen wijzigen.

Het onderhoud blijft te allen tijde onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager. Het overgroeien over de openbare verhardingen is niet toegelaten.

HOOFDSTUK 6: VERGUNNING

Afdeling 1. Aanvraag

Artikel 29:

De aanvraag moet ingediend worden bij de Technische dienst, Prof. Dr. Vital Celenplein 2 of via e-mail aan technischedienst@hulshout.be en moet een goed onderbouwde motivatie en een duidelijke tekening of plan bevatten met de bestaande toestand enerzijds en gewenste toestand anderzijds.

Afdeling 2. Andere vergunningen

Artikel 30:

Als de werken moeten gebeuren langs een gewestweg , zijn de decreten, besluiten, reglementen en omzendbrieven van toepassing zoals deze op het moment van de aanvraag gelden. De principiële gemeentelijke vergunning dient in dit geval nog wel door het Agentschap Wegen en Verkeer van de Vlaamse Overheid te worden bevestigd en/of goedgekeurd.

Artikel 31:

Het verkrijgen van de gemeentelijke en/of gewestelijke vergunning ontslaat de aanvrager niet van de verplichting om andere noodzakelijke vergunningen of machtigingen te verkrijgen die door overeenkomstig andere wetgeving noodzakelijk is (o.a. vergunning bij werken aan waterlopen, omgevingsvergunning,….).

HOOFDSTUK 7: FINANCIERING

Artikel 32:

Het uitvoeren van de werken van de opritten zal op kosten van de aanvrager worden verricht, door of onder toezicht van de gemeente volgens de retributie op het uitvoeren van werken voor derden op het openbaar domein.

Artikel 33:

Een eerste standaardoprit, grasberm of alternatieve grasmat is ten laste van de aanneming (=financiering door gemeente volgens bovenvermelde modaliteiten). Elke uitzondering of verbreding is ten laste van de aanvrager.

Artikel 34:

De aanleg en onkosten noodzakelijk voor de uitvoering van een bijkomende oprit of een verbreding gebeuren steeds door de gemeente, ten laste van de vergunninghouder.

Artikel 35:

De uitvoering van een nieuwe alternatieve grasmat (buiten de lastvoorwaarden van algemene gemeentelijke infrastructuurwerken) gebeurt door de vergunninghouder of door derden aangesteld door de vergunninghouder op kosten van de vergunninghouder, overeenkomstig de modaliteiten van dit reglement.

Het eventueel verhoogde onderhoud van de alternatieve grasmat (gazon), of bodembedekkers worden door de vergunninghouder of zijn aangestelde uitgevoerd en/of gefinancierd.

Artikel 36:

De vergunninghouder of zijn rechtsopvolger is verantwoordelijk voor de goede staat van de nieuwe verharding.

HOOFDSTUK 8: SANCTIES

Artikel 37:

Voor zover door wetten, decreten, besluiten, algemene of provinciale verordeningen geen straffen of sancties zijn voorzien, kunnen de inbreuken tegen de bepalingen van dit reglement gestraft worden met een gemeentelijke administratieve sanctie, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 24 juni 2013 over de invoering van de gemeentelijke administratieve sancties en latere wijzigingen of wetten.

Artikel 38:

Wanneer het openbaar belang het vergt, kan het college van burgemeester en schepenen tot het herstel in oorspronkelijke staat of tot wijzigingen bevelen.

Het college van burgemeester en schepenen stelt een redelijke termijn vast waarbinnen de aanpassing of afbraak moet voltooid zijn.

Als de aanpassings- of afbraakwerken niet binnen de gestelde termijn zijn uitgevoerd, kan het college van burgemeester en schepenen zelf deze werken uitvoeren ten laste van de vergunninghouder.

Artikel 39:

De dienst "Openbare werken" wordt gemachtigd om de betreffende vergunningsaanvragen te behandelen en/of vergunningen en/of weigeringen in naam van het college van burgemeester en schepenen af te leveren onder toepassing van de modaliteiten van dit reglement.

Artikel 40:

Het college van burgemeester en schepenen kan bij de beoordeling van de aanvraag in uitzonderlijke gevallen afwijkingen toestaan van de verplichtingen van dit reglement als dat om specifieke redenen met betrekking tot plaatselijke terreinkenmerken verantwoord of noodzakelijk is.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.