Notulen van de GR

Zitting van maandag 23 september 2024 om 19.00 uur tot 21:05 uur.

 

Aanwezig:

Ria Van den Eynde: algemeen directeur

Joost Verhaegen, Hilde Van Looy, Karolien Laeremans: Schepenen

Geert Daems: waarnemend voorzitter

Rigo Huyskens, Jos Voet, Gust Van den Bruel, Rist Heylen, Kurt Albert, Sofie Van Lommel, Kurt Winkelmans, Dorien Van Opstal, Tania Vrindts, Katrien Monsecour, Luc Van den Vonder, Geert Vermunicht, Britt De Ceuster, Kristina Van den Heuvel, Danny Mattheus: Raadsleden

Elien Bergmans: schepen

Verontschuldigd:

Elias De Wever: voorzitter

 

Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.1. BESLISSING Gemeenteraad. Goedkeuring notulen van 2 september.

MOTIVERING:

Feiten en context

        02 september 2024: De gemeenteraad vindt plaats.

        De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gemeenteraad.

Juridische gronden

        22 december 2017: Decreet lokaal bestuur:

        artikel 32 over de goedkeuring van de notulen.

        artikel 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.

BESLUIT: unaniem
 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de notulen van de gemeenteraad van 02 september 2024 goed zonder opmerkingen.

 

Voorzitter Geert Daems stelt een technisch probleem vast voor de audio-opname van de gemeenteraad.

De gemeenteraad gaat akkoord met een alternatieve opnamemogelijkheid.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.2. KENNISNAME Site Ter Nethe. Stand van zaken.

KENNISNAME:

Feiten en context

        De gemeente Hulshout wil op site Ter Nethe een levendige en aangename omgeving creëren waar mensen graag vertoeven en kinderen graag naar school komen. De gemeenteraad krijgt een stand van zaken over het dossier.

Juridische gronden

        22 december 2017: Decreet lokaal bestuur: artikel 41.

Argumentatie

Schepen Elien Bergmans geeft een stand van zaken over de site Ter Nethe.

Buiten infrastructuur (wegenis, buffervoorzieningen, groenaanleg) 

Op maandag 3 juni 2024 keurde het college van burgemeester en schepenen de omgevingsvergunning goed voor het verwijderen van bestaande infrastructuur, het aanleggen van nieuwe infrastructuur, het wijzigen van het reliëf in functie van de aanleg van vier bufferbekkens, het vellen van één hoogstammige boom, het oprichten van een berging, het oprichten van een dierenstalling en het vastleggen van een rooilijn op Site Ter Nethe. Deze vergunning werd bekendgemaakt op 12 juni. Net als bij alle andere omgevingsvergunningen is er dan een beroepsperiode van 30 dagen waarbij iedereen vrij is beroep aan te tekenen. Er is één beroepschrift ingediend (op 5 juli) voor dit dossier, wat door de Provincie Antwerpen - Departement Ruimte, Erfgoed en Mobiliteit - dienst omgevingsberoepen ontvankelijk en volledig is verklaard. Na de volledigheidsverklaring heeft bovenstaande departement 75 dagen om dit beroep te beoordelen. Deze termijn kan echter verlengd worden omwille van bijkomende vragen door het departement.

School

Het ontwerp ligt klaar, de vergunningsaanvraag voor de bouw van de school wordt uitgesteld, omdat het bestuur eerst het beroepschrift in bovenstaande vergunning willen afwachten. Het ontwerpteam werkt door aan het aanbestedingsdossier.

We wachten de reactie van het provinciebestuur af vooraleer te starten met de vergunningsaanvraag. Pas daarna kunnen we aanbesteden. Dat zal mogelijk niet meer voor 2024 zijn. Het verschuiven van de bouw van de school naar 2025 heeft geen invloed op de AGION-subsidies en ook niet op het aantal bedden -uitbreiding naar 75- voor het woonzorgcentrum van de Welzijnsvereniging.

Wat de huidige sites van de gemeentelijke basisschool betreft, weet schepen Elien Bergmans dat er vandaag een uitvoeringsplan is en beide schoolsites liggen in woongebied. Het RUP bepaalt dat site Strepestraat als woonuitbreidingsgebied bestemd voor betaalbaar wonen voorzien is. Het idee van de urban villa's is geopperd in een visienota maar dat is nog niet concreet. Bij eventuele verkoop van site Strepestraat zal opgenomen worden dat dat moet ontwikkeld worden maar er is nog niet bepaald of de huidige gebouwen moeten gesloopt worden of niet. De ontwikkelaar zal nagaan op welke manier dat gebeurt.

De vraag naar een akoestische studio voor de schoolomgeving is gesteld aan de architect maar de studie is nog niet uitgevoerd. Er moeten nog meer studies uitgevoerd worden voor de bouw van de school, bijvoorbeeld voor de technieken.

Woonzorgcentrum Ter Nethe / Buitenghuwoon

Voor het woonzorgcentrum zijn de gesprekken met het aangestelde ontwerpteam hervat. Het programma van eisen van zowel het woonzorgcentrum als Buitenghuwoon werd aan het ontwerpteam bezorgd. Aan de hand van dit programma van eisen werkte zij al een eerste ontwerp uit voor Buitenghuwoon. Dit werd reeds intern besproken en teruggekoppeld naar Buitenghuwoon. Verdere gesprekken zijn gepland.

Na bespreking,

 

Voorzitter Geert Daems roept raadslid Gust Van den Bruel voor de eerste maal tot de orde.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.3. BESLISSING RUP Woonomgevingen Houtvenne. Definitieve vaststelling.

MOTIVERING:

Feiten en context

        28 juli 1978: Koninklijk besluit houdende de definitieve vaststelling van het gewestplan Herentals-Mol.

        19 april 2007: Besluit van de Deputatie over de definitieve goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Hulshout.

        3 september 2018: De gemeenteraad keurt het gemeentelijk woonomgevingsplan versie juli 2018, zoals opgesteld door IOK-plangroep, goed.

        23 november 2020: Het college van burgemeester en schepenen stelt IOK-plangroep aan als 'in-house' ontwerper van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Woonomgevingen Houtvenne en keurt het ontwerp van procesnota goed voor het RUP Woonomgevingen Houtvenne.

        16 januari 2023: Het college van burgemeester en schepenen keurt de startnota en aangepaste procesnota goed voor het RUP Woonomgevingen Houtvenne.

        10 februari 2023 - 11 april 2023: De eerste raadpleging van de bevolking naar aanleiding van de goedgekeurde start- en procesnota van het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Houtvenne.

        16 februari 2023: Participatiemoment door middel van een infomarkt in zaal Centrum Houtvenne (parochiezaal).

        20 maart 2023: Aanstelling IOK-plangroep voor de bijkomende studie 'kwantitatief wonen Hulshout' ter ondersteuning van de opmaak van het RUP Woonomgevingen Houtvenne.

        18 december 2023: Toelichting door IOK-plangroep over het RUP Woonomgevingen Houtvenne aan de gemeenteraad.

        19 februari 2024: Het college van burgemeester en schepenen keurt de scopingsnota en een geüpdatet procesnota goed van het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Houtvenne. In de scopingsnota werden de ontvangen adviezen naar aanleiding van de startnota en de inspraakreacties van de eerste raadpleging van de bevolking verwerkt en werd bekeken hoe met deze adviezen en inspraakreacties moest omgegaan worden.

        19 februari 2024: Het college van burgemeester en schepenen keurt het voorontwerp grafische plannen, toelichtingsnota en stedenbouwkundige voorschriften van het RUP Woonomgevingen van Houtvenne goed in functie van de plenaire vergadering.

        22 maart 2024: Er werd een plenaire vergadering gehouden over het voorontwerp van RUP Woonomgevingen Houtvenne waarbij de volgende instanties werden uitgenodigd

        GECORO Hulshout

        Departement Omgeving

        Deputatie van de provincie Antwerpen

        Deputatie van de provincie Vlaams - Brabant

        Gemeente Westerlo

        Gemeente Herselt

        Gemeente Heist-op-den-Berg

        Gemeente Begijnendijk

        Vlaams Energieagentschap

        Agentschap Onroerend Erfgoed

        Agentschap Wonen-Vlaanderen

        Agentschap voor Natuur en Bos

        Agentschap Wegen en Verkeer

        De Lijn

        De Vlaamse Waterweg

        Departement Mobiliteit en Openbare Werken

        Dienst Integraal Waterbeleid provincie Antwerpen

        OVAM

        Vlaamse Landmaatschappij

        Team Externe Veiligheid

        Onderstaande adviesinstanties hebben voorafgaand aan de plenaire vergadering van 22 maart 2024 een schriftelijk advies uitgebracht:

        GECORO Hulshout: aanwezig op de vergadering

        Agentschap Onroerend Erfgoed: niet aanwezig op de vergadering

        Departement Mobiliteit en Openbare Werken: niet aanwezig op de vergadering

        Gemeente Heist-op-den-Berg: aanwezig op de vergadering

        Gemeente Herselt: niet aanwezig op de vergadering

        Deputatie van de provincie Antwerpen: aanwezig op de vergadering

        Departement Omgeving: niet aanwezig op de vergadering

        Vlaamse Landmaatschappij: niet aanwezig op de vergadering

        OVAM: niet aanwezig op de vergadering

        Agentschap Wegen en Verkeer: niet aanwezig op vergadering

        Er werd een verslag opgesteld van de plenaire vergadering waarin alle adviezen werden besproken alsook een weergave van de bespreking ervan met de aanwezig adviesinstanties. In dit verslag wordt weergegeven hoe met de adviezen wordt omgesprongen in functie van het opstellen het ontwerp van RUP voor de voorlopige vaststelling door de gemeenteraad.

        Naar aanleiding van de plenaire vergadering van 22 maart 2024 en de daarbij gestelde adviezen over het goedgekeurde voorontwerp, werden door de stuurgroep en het studiebureau IOK-plangroep aanpassingen aangebracht aan de plannen en documenten van het RUP.

        17 april 2024: Het Team Omgevingseffecten bevestigt dat er geen plan-MER moet opgesteld worden voor het voorliggende RUP Woonomgevingen Houtvenne.

        17 april 2024: Het Team Omgevingseffecten bevestigt dat er geen ruimtelijk veiligheidsrapport nodig is bij het RUP Woonomgevingen Houtvenne.

        29 april 2024: De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk RUP Woonomgevingen Houtvenne voorlopig vast. Het voorlopig vastgestelde RUP Woonomgevingen Houtvenne bestaat uit de volgende documenten:

        procesnota

        toelichtingsnota

        grafisch plan

        stedenbouwkundige voorschriften

        register van percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn

        27 mei 2024 - 26 juli 2024: Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd naar aanleiding van de voorlopige vaststelling van het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Houtvenne door de gemeenteraad. Er werden zes bezwaren ingediend.

        18 juli 2024: De deputatie van de provincie Antwerpen brengt advies uit over het voorlopig vastgestelde RUP Woonomgevingen Houtvenne. Het integrale advies is in bijlage toegevoegd aan dit besluit.

        22 juli 2024: Het Departement Omgeving brengt advies uit over het voorlopig vastgestelde RUP Woonomgevingen Houtvenne. Het integrale advies is in bijlage toegevoegd aan dit besluit.

        28 augustus 2024: De GECORO van Hulshout heeft in een fysieke zitting ingevolge artikel 2.2.21.§5 de uitgebrachte adviezen, opmerkingen en bezwaren gebundeld en heeft gemotiveerd advies gegeven aan de gemeenteraad hieromtrent. De notulen van de GECORO zijn in bijlage toegevoegd bij deze beslissing. Het advies van de GECORO en hoe er mee wordt omgesprongen, wordt verder toegelicht in de argumentatie.

Juridische gronden

        23 september 1997: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 17 december 1997 wat de bindende bepalingen betreft.

        12 december 2003: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van een herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 19 maart 2004 wat de bindende bepalingen betreft.

        15 mei 2009: Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, in zonderheid Titel II, hoofdstuk II, afdeling 4 en bijhorende uitvoeringsbesluiten.

        17 december 2010: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van een tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 25 februari 2011 wat de bindende bepalingen betreft.

        22 december 2017: Decreet Lokaal Bestuur: artikel 41.

        20 juli 2018: Goedgekeurde strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

        26 oktober 2023: Besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen over de definitieve vaststelling van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen, zoals in werking getreden op 13 februari 2024.

Argumentatie

De gemeente Hulshout stelt een RUP Woonomgevingen voor de deelgemeente Houtvenne op met als doel het gemeentelijk woonomgevingsplan met bijhorend richtlijnenboek te vertalen in een ruimer stedenbouwkundig en ruimtelijk kader, om een gemeentelijk ruimtelijk beleid met meer slagkracht te bekomen.

De gemeente wenst een combinatie van instrumenten te hanteren om een zo sterk mogelijk ruimtelijk beleid te kunnen voeren.

Dit RUP Woonomgevingen Houtvenne is het gekozen instrument om gebiedsgerichte aspecten in een verordenend beleid uit te werken.

Het RUP vertrekt van de ruimtelijke basis die is gelegd met het woonomgevingsplan. De afbakening van het plangebied wordt bijgevolg gevormd door het (diverse) woongebied dat is afgebakend op het gewestplan.

Het RUP zal daarom voornamelijk vorm krijgen als een overdruk-RUP.

De gemeente Hulshout beschikt sinds september 2018 over een woonomgevingsplan met bijhorend richtlijnenhandboek. Dit plan werd opgemaakt om te komen tot een ruimtelijke visie voor de woongebieden in de gemeente, met duidelijke handvaten voor het vergunningenbeleid. Hiertoe werd het geheel van gebieden met een woonbestemming opgedeeld in een aantal samenhangende ‘woonomgevingen’. Voor iedere woonomgeving werden er ook gebiedsgerichte richtlijnen uitgewerkt, die vastleggen wat mogelijk is in elke woonomgeving rekening houdend met de eigenheid van het aanwezige woonweefsel.

De gemeente heeft dit document opgemaakt als een eerste stap in het uitzetten van een doordacht ruimtelijk woonbeleid. Vandaag wenst de gemeente het woonomgevingsplan en het richtlijnenhandboek te gaan doorvertalen in een stedenbouwkundig kader met verordenende kracht. Dit moet de gemeente meer slagkracht geven in haar ruimtelijke beleid.

Voor de vertaalslag naar een verordenend kader, kiest de gemeente ervoor om te werken met een doordachte combinatie van de beschikbare instrumenten uit de ruimtelijke ordening. Elk instrument wordt daarbij ingezet vanuit zijn specifieke mogelijkheden en sterktes, en regelt die zaken waarvoor het meest geschikt is. De meer gebiedsgerichte aspecten worden verankerd in het RUP. Dit document zal in belangrijke

mate de ruggengraat vormen voor het ruimtelijke beleid in de woongebieden. De meer generieke onderdelen van het richtlijnenhandboek zullen worden opgenomen in een stedenbouwkundige verordening die op dit moment in opmaak is en zal worden afgestemd op de krachtlijnen van het RUP.

Er wordt voor elke deelkern een afzonderlijk RUP opgemaakt.

Watertoets

Op basis van de getoetste elementen kan een gunstige beoordeling gebeuren met betrekking tot de watertoets op planniveau:

        De planinhoud geeft geen aanleiding tot een significant nadelig of schadelijk effect op het watersysteem.

        Op basis van de voorziene reguliere maatregelen en randvoorwaarden kan met andere woorden geconcludeerd worden dat het plan verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen van de gecoördineerde decreten betreffende het integraal waterbeleid (waterwetboek).

        De doelstellingen zoals bedoeld in artikel 1.2.2 van het waterwetboek werden in acht genomen bij de opmaak van het plan. Daarbij werd uitgegaan van de relevante beginselen zoals geformuleerd in artikel 1.2.3.

        Volgende voorwaarden en maatregelen werden ingewerkt in de relevante artikels van de stedenbouwkundige voorschriften en/of het grafisch plan:

        Bij nieuwe ontwikkelingen binnen het RUP dient de watergevoeligheid van het gebied steeds als beoordelingspunt mee in rekening worden gebracht bij vergunningsaanvragen. Indien de locatie toch bebouwing toelaat, dient er overstromingsveilig te worden gebouwd: de vloerpas van de woningen dient te worden verhoogd, maar op de omliggende delen (tuin), dient het oorspronkelijk maaiveld maximaal behouden blijven om zo de ruimte voor water niet weg te nemen.

        Waar niet op de riolering verbonden met een RWZI kan worden aangesloten, dient voorzien te worden in een individuele waterzuivering.

Volgende aanbeveling werd verwerkt in het RUP:

        Verhardingen maximaal beperken.

        Het voorzien van verhardingen zo maximaal mogelijk voorzien in waterdoorlatende verharding om de infiltratie ter plaatse naar de ondergrond zo groot mogelijk te houden.

Er kan met andere woorden geconcludeerd worden dat het plan de doelstellingen en beginselen, vermeld in artikel 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 van de gecoördineerde decreten betreffende het integraal waterbeleid (het waterwetboek), in acht heeft genomen.

Advies GECORO op basis van artikel 2.2.21.§5 van de VCRO

De GECORO van Hulshout bracht op 28 augustus 2024 het volgende advies uit aan de gemeenteraad (het integrale advies wordt tevens toegevoegd als bijlage aan dit besluit):

De GECORO stelt vast dat de adviezen van het Departement Omgeving en de Deputatie van de provincie Antwerpen binnen de adviestermijn werden uitgebracht. Overeenkomstig artikel 2.2.21.§5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening worden deze adviezen integraal toegevoegd bij het advies van de GECORO.

De GECORO beoordeelt deze adviezen als volgt:

1. Advies Departement Omgeving

Dit advies kan als volgt samengevat worden en beoordeeld:

1.1 Er zijn geen overgangsmaatregelen voorzien voor hoofdzakelijk vergunde en vergund geachte constructies.

Bespreking: Het is wenselijk dat vergunde of vergund geachte constructies voldoende rechtszekerheid hebben en kunnen verbouwd worden zolang er geen bijkomende elementen in strijd zijn met de voorschriften.

Advies: De in het gemeentelijk woonomgevingsplan voorziene afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies en vergunde functies moeten toegevoegd worden aan de voorschriften van het RUP.

1.2 De definitie van gemeenschappelijk wonen stelt dat er pas sprake is van gemeenschappelijk wonen vanaf 6 gezinnen. Kleinere initiatieven moeten ook mogelijk zijn.

Bespreking: De GECORO gaat akkoord dat kleinere initiatieven voor gemeenschappelijk wonen mogelijk moeten zijn in het kader van ‘slimme verdichting’, inspelend op de demografische evolutie naar kleinere gezinnen. De GECORO stelt wel dat de voorwaarde van 6 gezinnen om in aanmerking te komen voor een strategisch project nuttig blijft, daar de ruimtelijke impact van dergelijke projecten groot kunnen zijn.

Advies: Het aantal van 6 gezinnen moet geschrapt worden in de terminologie, maar moet behouden blijven in de definitie van strategische aanvragen.

1.3 Het voorschrift voor de randwijken mag niet leiden tot een afbouw van de huidige densiteit en moet rekening houden met demografische evolutie binnen de groep van ouderen en kleinere gezinnen.

Bespreking: De GECORO is van mening dat het huidige voorschrift voor de randwijk – ééngezinswoning in open bebouwing of tweegezinswoning in open bebouwing bij een minimale perceelsbreedte van 20 m – in combinatie met de afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies, niet zal leiden tot een afbouw van de huidige densiteit. De bestaande, vergunde constructies hebben rechtszekerheid. En de introductie van de tweegezinswoningen zorgen voor een hogere densiteit, zonder bijkomend ruimtebeslag en met een toename van een mix met kleinere woongelegenheden.

Bovendien is het aangewezen om woningen voor ouderen eerder te stimuleren in de centrumgebieden en centrumwijken. In deze zones zijn handel, voorzieningen en alternatieve mobiliteitsvormen aanwezig op wandel- en fietsafstand, terwijl dit veel minder het geval is in de randwijken.

Het RUP heeft bovendien ook oog voor levenslang wonen in eigen buurt door andere woonvormen toe te staan in strategische projecten. Ten slotte wordt in de bijhorende stedenbouwkundige verordening duurzame dorpskernen ingezet op aanpasbare en aangepaste woningen in functie van het opvangen van de vergrijzing.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

1.4 Het Departement is van mening dat het voorzien van ontbrekend woon- en/of buurtgroen geen vrijblijvende voorwaarden is. Deze moet onderzocht worden bij elke strategische aanvraag.

Bespreking: Het ruimtelijk uitvoeringsplan dient samen gelezen te worden met de stedenbouwkundige verordening. In de verordening wordt een minimale groennorm opgelegd bij strategische projecten.

Elk binnengebied dient te voorzien in woon- en buurtgroen.

Advies: Het voorschrift in het RUP dient te worden bijgesteld zodat duidelijk is dat het realiseren van ontbrekend woon- en buurtgroen STEEDS een vereiste is.

1.5 Het Departement stelt voor om artikel 4.1. – Binnengebieden met kernondersteunend buurtgroen – aan te vullen met verweving en kleinschalige meergezinswoningen.

Bespreking: Er is in Houtvenne geen zone voorzien met artikel 4.1.

Advies: Er is geen aanpassing nodig

1.6 Het Departement vraagt om een fasering toe te voegen aan de aan te snijden binnengebieden.

Bespreking: Het ruimtelijk uitvoeringsplan is een uitvoering van de bindende en richtinggevende bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS). Hierin werd geen fasering opgenomen. De GECORO is van mening dat het juridisch verankeren van een ‘nieuwe’ fasering mogelijks de rechtszekerheid van de eigenaars zou hypothekeren.

In het RUP wordt voorzien dat het ontwikkelen van een binnengebied enkel mogelijk is als strategisch en kernversterkend project. De kwaliteitslat wordt hoog gelegd. Er is een differentiatie voorzien in de ontwikkelingskansen (woondichtheid) van de binnengebieden afhankelijk van hun ligging. Dit zorgt impliciet voor een fasering. Goed gelegen binnengebieden met een hoger ontwikkelingspotentieel zullen mogelijks eerder ontwikkeld worden.

Ondergeschikt merkt de GECORO op dat gebaseerd op het verleden er geen onaanvaardbare ontwikkelingsdruk zal ontstaan op deze binnengebieden.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

1.7 Het Departement gaat niet akkoord met het behoud van de mogelijkheid om in artikel 5 Woonlint en landelijke woonentiteit bijkomende wooneenheden toe te staan. Dit leidt tot verdere intensivering en versterkt de verlinting, wat niet aanvaardbaar is.

Bespreking: De GECORO verwijst naar het richtinggevend deel van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan:

Het vrijliggend aanbod in de linten bestaat voornamelijk uit kleine, middelgrote en grote percelen. Vanuit het RSPA wordt in linten gestreefd naar ongeveer 6 wooneenheden/ha. Deze ontdichting zal voor Hulshout in principe de volgende richtlijnen inhouden:

        Bestaande kleine en middelgrote kavels (< 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Samenvoegen van kleinere kavels tot grote kavels draagt bij tot de ontdichting en kan gestimuleerd worden.

        Bestaande grote kavels (> 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Opsplitsing tot kleinere kavels kan toegestaan worden indien de kavelbreedte van de nieuwe kavels minimaal 30 meter is. Het ontdichtingsprincipe wordt op die manier behouden.

        De ‘gaten’ tussen de linten (niet tot de woonzone ingekleurde percelen) blijven gevrijwaard van bebouwing en zullen ook niet tot woonzone worden ingekleurd.

Advies: De GECORO stelt voor om de richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten door te vertalen in het ruimtelijk uitvoeringsplan en de voorschriften overeenkomstig te wijzigen.

1.8 Het Departement is van mening dat het RUP in artikel 5 Woonlint en landelijke woonentiteit onvoldoende inzet op omkeerbaar bouwen en ontharden.

Bespreking: Het ontharden en omkeerbaar bouwen wordt nagestreefd, maar de GECORO is van mening dat het ruimtelijk uitvoeringsplan hier niet het meest geschikte instrument voor is.  In de gemeentelijke verordening Duurzame dorpskernen wordt hierop wel ingezet door middel van een minimale tuinzone (onverharde en onbebouwde zone).

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

1.9 Het Departement is van mening dat artikel 6 – medegebruik woonuitbreidingsgebied – niets toevoegt aan de beperkingen die het decreet woonreservegebieden invoerde, noch aan de mogelijkheden inzake medegebruik die decretaal geregeld worden (artikel 4.4.4 en 4.4.5 VCRO). Laten deze voorschriften niet meer bebouwing toe?  Het Departement adviseert om artikel 6 niet te behouden.

Bespreking: Het artikel 6 is toegevoegd in functie van de leesbaarheid van het RUP. Op deze wijze kan er helder gecommuniceerd worden naar de burger over de (on)mogelijkheden van een vrijgavebesluit. Er wordt voorgesteld om toelichtend bijkomende duiding op te nemen om duidelijk te maken dat grootschalige constructies niet wenselijk zijn overeenkomstig de desbetreffende decretaal bepaalde mogelijkheden.

Advies: De GECORO stelt voor om toelichtend te verduidelijken dat grootschalige constructies niet zijn toegelaten in artikel 6.

1.10 Het Departement vindt de deelplannen verwarrend. Diverse artikelen worden in de legende niet als overdruk weergegeven.

Bespreking: De deelplannen werden gehanteerd omwille van de leesbaarheid. De GECORO is van mening dat er geen wijzigingen aan de deelplannen noodzakelijk zijn. Wel wenst de GECORO te laten onderzoeken of de leesbaarheid nog verhoogd kan worden door duidelijker titelbladen te maken voor de deelplannen.

Advies: De GECORO stelt voor om duidelijker titelbladen toe te voegen aan de grafische plannen.

1.11 De economische kern overlapt gedeeltelijk met andere zones dan centrumgebied. In combinatie met de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening is het moeilijk om een buitenruimte te creëren bij de woning boven een andere functie.

Bespreking: De GECORO gaat akkoord dat er geen tegenstelling mag bestaan tussen het RUP en de verordening. De GECORO stelt dat voor zover de ruimtelijke logica het toelaat er een maximale afstemming moet gebeuren tussen de aanduiding van de economische kern en de afbakening van het centrumgebied.

Advies: Kleine fragmenten waar de economische kern buiten het centrumgebied vallen, zeker als ze in de randwijk liggen, geven aanleiding tot het aanpassen van de economische kern in functie van de afbakening van het centrumgebied in het RUP.

Voor grotere delen waar er geen ruimtelijke argumenten aanwezig zijn om het centrumgebied aan te passen, stelt de GECORO voor om de verordening bij te sturen in de zin dat ook buitenruimtes op de verdieping worden toegelaten bij percelen die grenzen aan de economische kern.

In de Vennekensstraat stelt de GECORO voor, ook op basis van bezwaar j. (cf. infra), om de economische kern en de afbakening van het centrumgebied op elkaar af te stemmen op basis van de locatie van de nog aanwezige beenhouwerij, overeenkomstig onderstaande figuur, waarbij de economische kern wordt ingeperkt tot aan de beenhouwerij en het centrumgebied wordt uitgebreid tot aan de beenhouwerij:

 

2 Advies Deputatie provincie Antwerpen 

Dit advies kan als volgt samengevat worden en beoordeeld:

2.1 Het RUP is, volgens de Deputatie, niet in overeenstemming met volgende passage van het GRS: “Bij de linten buiten het hoofddorp wordt waar nog mogelijk een ontdichtingsbeleid gevoerd. Het komt erop neer het aandeel open bebouwing binnen de afgelijnde kern af te remmen en langs uitgeruste wegen meer combinaties te maken met halfopen en gesloten bebouwing.”

Bespreking: De Deputatie verwijst enerzijds naar het fragment op pagina 117 van het GRS:

Binnen de afgelijnde kern is het aangewezen om naar hogere dichtheden te streven. Het cijfer van 15 wo/ha kan gehanteerd worden als een richtcijfer. In de kern van de gemeente kan men echter streven naar hogere dichtheden van 25 wo/ha. In de praktijk komt het er op neer om het aandeel open bebouwing af te remmen en langs uitgeruste wegen meer combinaties te maken met halfopen en gesloten bebouwing. Realisaties op niet uitgeruste gronden zullen voor het globale project een bruto woningdichtheid van 15 wo/ha nastreven.

Houtvenne is volgens het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen een dorpskern. Dorpskernen zijn volgens het beleidsplan niet geschikt om bijkomende groei op te vangen van stedelijke kernen of strategische dorpskernen. Beperkte groei in functie van lokale opvang van huishoudens is mogelijk om te vermijden dat er buiten de dorpskernen bijkomend wordt bijgebouwd (bron: Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen).

Om de herkomst van de groei te detecteren werd in de studie “Kwantitatief Wonen” een foto genomen van de e- en immigratie. In 2021 zien we dat de groei van de gemeente volledig voortkomt uit migratie met andere gemeenten. De natuurlijke bevolking daalt. De migratie gebeurt hoofdzakelijk binnen de provincie Antwerpen. 41,9 % van de netto immigratie voor Hulshout is afkomstig uit Heist-op-den-Berg (bron: Studie kwantitatief Wonen). Hulshout vangt met andere woorden een deel van de groei van de stedelijke kernen op.

Het totale woonaanbod in Houtvenne overstijgt 5,8 maal de woonbehoefte. Rekening houdende met realistische ontwikkelingskansen heeft Houtvenne twee keer zoveel aanbod dan er woonbehoefte is (zie studie Kwantitatief wonen). De berekening van de woonbehoefte is gebaseerd op demografische prognoses (https://provincies.incijfers.be/databank) en houdt geen rekening met de beleidsmatige gewenste ontwikkelingen zoals onder meer voorzien in het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen.

Er kan met andere woorden geconcludeerd worden dat Houtvenne niet actief moet inzetten op bijkomende groei en zeker niet buiten de groeipool. Dit werkt het “aanzuigeffect” vanuit “Stedelijke kernen” in de hand én is niet noodzakelijk voor de opvang van de eigen bevolkingsgroei.

Rekening houdende met deze vaststelling wordt in het RUP eerder ingezet op een “afremmend” scenario buiten de groeipool. Dit wil zeggen dat bestaande ontwikkelingskansen binnen het woongebied worden bijgestuurd in functie van een kernversterkend beleid.

In het RUP wordt ingezet op de afbakening van een groeipool bestaande uit centrumgebied en centrumwijk. Buiten deze groeipool wordt er bewust gekozen om niet verder in te zetten op het verdichten van het bestaand patrimonium. Dit zou het mogelijke bouwpotentieel nog vergroten.

Binnen de groeipool kan nog wel worden ingezet op bijkomende verdichting voor kleinschalige combinaties van halfopen en gesloten bebouwing, zoals in het GRS wordt voorgesteld. Op deze manier wordt er meer verdichting mogelijk via kleinere projecten.

Anderzijds verwijst de deputatie naar het fragment van het GRS op pagina 123:

Het vrijliggend aanbod in de linten bestaat voornamelijk uit kleine, middelgrote en grote percelen. Vanuit het RSPA wordt in linten gestreefd naar ongeveer 6 wooneenheden/ha. Deze ontdichting zal voor Hulshout in principe de volgende richtlijnen inhouden:

        Bestaande kleine en middelgrote kavels (< 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Samenvoegen van kleinere kavels tot grote kavels draagt bij tot de ontdichting en kan gestimuleerd worden.

        Bestaande grote kavels (> 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Opsplitsing tot kleinere kavels kan toegestaan worden indien de kavelbreedte van de nieuwe kavels minimaal 30 meter is. Het ontdichtingsprincipe wordt op die manier behouden.

        De ‘gaten’ tussen de linten (niet tot de woonzone ingekleurde percelen) blijven gevrijwaard van bebouwing en zullen ook niet tot woonzone worden ingekleurd.

De GECORO stelt voor om de richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten door te vertalen in het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De GECORO is van mening dat, rekening houdende met de bijsturing betreffende de woonlinten, het RUP in overeenstemming is met het GRS. Ondergeschikt merkt de GECORO op dat tijdens de plenaire vergadering over het RUP Woonomgevingen Houtvenne gehouden op 22 maart 2024 geen opmerking werd gemaakt betreft het niet conform zijn met het GRS.

Advies: De GECORO stelt voor om de richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten door te vertalen in het ruimtelijk uitvoeringsplan en de voorschriften overeenkomstig te wijzigen. Bijkomstig stelt de GECORO voor om ook in de centrumwijk kleine clusters van gesloten bebouwing toe te staan.

2.2 De deputatie stelt dat Het RUP mogelijks niet in overeenstemming is met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA). De voorschriften van de reguliere aanvragen staan ver af van de visie op Levendige kernen uit het PBRA. De Deputatie is van mening dat de voorschriften niet inzetten op zuinig ruimtegebruik of kernversterking. De Deputatie vreest dat er op termijn open ruimte moet worden aangesneden omdat de mogelijkheden binnen de afgebakende kern volledig benut zijn volgens het RUP.

2.2.1 De Deputatie vindt de definitie van een strategisch project niet duidelijk. Wanneer is een maatschappelijke meerwaarde belangrijk (genoeg)? Ook het ‘criterium ‘concrete ruimtelijke meerwaarde’ is voor interpretatie vatbaar? 

2.2.2 De Deputatie is van mening dat er onvoldoende wordt ingezet op kleinere verdichtingsprojecten.

2.2.3 De Deputatie is van mening dat hoger bouwen ook buiten strategische projecten mogelijk moet zijn. De Deputatie stelt voor om te werken met een harmonieregel voor zowel reguliere als strategische aanvragen, in plaats van in de volledige kern een dichtheid van 2 bouwlagen (excl. dakverdieping).

2.2.4 De Deputatie kan niet akkoord gaan met het behoud van gesloten bebouwing in de zone ‘linten en landelijke woonentiteiten’. Hier is een uitdoofbeleid wenselijk.

Bespreking: Punt 2.2.1: De GECORO stelt voor het toepassingsgebied en het voorschrift voor strategische projecten te verfijnen.

De GECORO stelt voor de definitie als volgt bij te sturen. Wijzigingen zijn in geel gemarkeerd:

Strategische projecten zijn (gemengde) woonprojecten:

        Projecten waarvan wonen de hoofdfunctie is en waarbij minimum de helft van de woonentiteiten grondgebonden woningen zijn, gelegen langsheen de straatwand, bestaande uit min. 10 wooneenheden.

        Andere (gemengde) woonprojecten met een oppervlakte van minimaal 0,5 ha.

        Project waarbij nieuw openbaar domein en/of bovengrondse erfdienstbaarheid van openbaar nut gecreëerd wordt die bijdraagt tot de woon- en leefkwaliteit. Hiermee wordt bedoeld een groenzone, een ontbrekende trage verbinding, … . Het louter overdragen van bijvoorbeeld een restperceel of een locatie voor een hoogspanningscabine valt hier niet onder.

        Gemengde woonprojecten waarvan een aanzienlijke oppervlakte bestaat uit een functie die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde biedt voor de omgeving (vb. initiatieven voor opvang van zorgbehoevenden, een jeugdhuis, een bibliotheek, ...).

        Gemeenschappelijk wonen vanaf 6 wooneenheden.

        Het geheel van bebouwing die deel uitmaakt van een bestaand project bestaande uit meerdere wooneenheden, al dan niet in combinatie met andere functies, gerealiseerd volgens een samenhangend concept met bebouwing die sterk afwijkt van de onmiddellijke omgeving.

Per zone wordt aangegeven onder welke voorwaarden een strategisch project aanvaardbaar is. De wijzigingen zijn in geel gemarkeerd:

        Ze betrekking hebben op gemeenschappelijk wonen en dit vanaf 6 wooneenheden.

        Ze een concrete ruimtelijke meerwaarde kunnen bieden voor het centrumgebied en het omliggende woonweefsel.

        Het project ontbrekend woon- en/of buurtgroen realiseert.

        Het project ontbrekende trage verbindingen realiseert.

        Het project openbare of socio-culturele voorzieningen integreert, zoals (vb. initiatieven voor opvang van zorgbehoevenden, een jeugdhuis, een bibliotheek, een kinderopvang, ...).

        Het project waardevolle gebouwen integreert.

        Reconversie van bestaande strategische projecten.

In tweede orde is de GECORO vragende partij om strategische projecten ter advies aan de GECORO voor te leggen.

Advies: De GECORO stelt voor het toepassingsgebied en het voorschrift aan te passen overeenkomstig het bovenstaande voorstel. In tweede orde is de GECORO vragende partij om strategische projecten ter advies aan de GECORO voor te leggen.

Punt 2.2.2 De deputatie is van mening dat er onvoldoende wordt ingezet op kleinere verdichtingsprojecten. In het RUP wordt de grens voor strategische projecten op 10 wooneenheden gelegd, tenzij de aanvraag betrekking heeft op gemeenschappelijk wonen. Het RUP voorziet dat strategische projecten een meerwaarde moeten bieden aan de omgeving. De GECORO is van mening dat de vooropgestelde schaal de mogelijkheid biedt om stedenbouwkundige lasten op te leggen. Het werken met objectieve criteria is rekening houdende met rechtszekerheid een noodzaak. De GECORO is ook vragende partij dat strategische projecten voor advies worden voorgelegd aan de GECORO.

Naast deze strategische projecten stelt de GECORO voor om in de zone voor de centrumwijk kleine clusters van gesloten bebouwing toe te staan. Zo komt het RUP tegemoet aan de vraag naar kleinere verdichtingsprojecten in de groeipool.

Advies: De GECORO stelt voor om ook in de centrumwijk kleine clusters van gesloten bebouwing toe te staan.

Punt 2.2.3 In het advies van de provincie wordt ook aangestuurd op het inzetten op bijkomende bouwlagen, ook in reguliere projecten. De GECORO acht het niet nodig om de voorschriften van het RUP op dit punt te wijzigen.

Enerzijds heeft de studie kwantitatief wonen aangetoond dat de gemeente niet actief moet inzetten op bijkomende groei. Bijkomende bouwlagen zijn in deze context niet gewenst en kunnen in strijd bevonden worden met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen waar de gemeente Hulshout is gecategoriseerd als een dorpskern.

Anderzijds wil de GECORO gehoor geven aan de inspraakreacties in het kader van de startnota met een duidelijke vraag naar het behoud van het dorps karakter, meer bepaald het behoud van de twee bouwlagen bij reguliere projecten. Reguliere projecten zijn kleinschalige projecten die zich moeten integreren in bestaande straatwanden. De door de provincie voorgestelde harmonieregel komt in de praktijk dan ook neer op het voortzetten van de 2 bouwlagen die in het huidige woonweefsel voorkomen. 

Bovendien stelt de GECORO dat de vooropgestelde visie wel in overeenstemming is met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen. Hierin wordt het volgende beschreven:

De dorpskernen zijn geschikt om (beperkt) de lokale huishoudensgroei op te vangen, in verhouding tot hun profiel. … Daarbij zal het evenwicht in deze kernen vooral liggen in enerzijds het behouden van de identiteit en anderzijds de mogelijkheden binnen het bestaand ruimtebeslag en binnen de bestemming ‘woongebied’.

De GECORO verduidelijkt dat er in het RUP een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de reguliere aanvragen en de strategische projecten. Voor ‘gewone aanvragen’ in de bestaande straatwand worden eerder stringente voorschriften gehanteerd, terwijl voor strategische projecten er flexibelere voorschriften worden gehanteerd.

In het kader van de ‘strategische’ projectaanvragen zijn mogelijkheden voorzien om hoger te bouwen dan twee bouwlagen. Het maximum van twee bouwlagen geldt uitsluitend voor de ‘reguliere’ aanvragen. De GECORO geeft aan dat zij het belangrijk vindt dat er bij kleinere bouwprojecten in bestaande straatwanden rekening gehouden wordt met de schaal en het dorpse karakter van de aanwezige bebouwing. Op zich zijn punctuele hogere accenten in het bestaande weefsel wel bespreekbaar, maar deze worden bij voorkeur ingebed in een ruimer project. Vandaar dat hogere bebouwing dus enkel bij de ‘strategische’ projectaanvragen wordt mogelijk gemaakt.

De GECORO is wel vragende partij om strategische projecten met een afwijkend aantal bouwlagen ter advies voor te leggen aan de GECORO. Op die manier is er, naast de professionele beoordeling door de omgevingsambtenaar en de politieke beoordeling door het college van burgemeester en schepenen, nog een onafhankelijke derde partij die kan waken over het juiste evenwicht tussen enerzijds de meerwaarde voor de ontwikkelaar van bijvoorbeeld een extra bouwlaag en anderzijds de meerwaarde voor de omgeving en de burger van bijvoorbeeld extra buurtgroen of extra trage wegen en zo meer.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

Punt 2.2.4 De deputatie kan niet akkoord gaan met het behoud van halfopen en gesloten bebouwing in zone linten en landelijke woonentiteiten. De deputatie stuurt hier aan op een uitdoofbeleid.

De GECORO gaat uitdrukkelijk niet akkoord met een uitdoofbeleid van vergunde of vergund geachte constructies in de woonlinten. Dit zou betekenen dat een zonevreemde woning meer rechten zou hebben – de in de VCRO opgesomde basisrechten voor zonevreemde woningen – dan een zone-eigen woning. 

Bovendien is dit verzoek in strijd met het advies van het Departement. Hierin wordt aandacht gevraagd voor de overgangsmaatregelen voor hoofdzakelijke vergunde of vergund geachte constructies. De GECORO verwijst naar de aanpassingen zoals vooropgesteld in punt 1.1 van de bespreking van het advies van het Departement.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

2.3 De Deputatie wijst erop dat de definitie van ‘medische zorgverstrekker’ enkel in de toelichtende kolom is opgenomen.

Bespreking: In de verordende kolom wordt vermeld:

Kantoren, diensten en vrije beroepen, m.u.v. medische zorgverstrekkers, zijn uitsluitend toegestaan als complementaire functie en moeten voldoen aan onderstaande voorwaarden: […]

Toelichtend wordt de term ‘medische zorgverstrekkers’ als volgt omschreven:

Medische zorgverstrekkers zijn vrije beroepen waarvoor een visum nodig is van het Departement Zorg, zoals dokters, tandartsen, apothekers, psychologen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, logopedisten, … . De combinatie met een wooneenheden is voor de medische zorgverstrekkers’ niet verplicht. De inpasbaarheid in de omgeving en in het straatbeeld blijven onverkort van toepassing.

De toelichtende kolom is net bedoeld om het verordenende voorschrift waar nodig is toe te lichten. Het lijkt dan ook niet nodig om de zorgverstrekkers verordenend op te nemen. Om mogelijke discussies alsnog te vermijden, kan het begrip toegevoegd worden aan de begrippenlijst.

Advies: De GECORO stelt voor om het begrip toe te voegen aan de begrippenlijst.

2.4 De Deputatie vraagt welke zone de zwarte lijn in onderstaande figuur begrenst.

 

Bespreking: Deze zwarte lijn is geen afbakening van een zone of artikel in het RUP maar is de grens tussen woongebied en woonuitbreidingsgebied op het gewestplan. Deze lijn heeft geen functie in het grafisch plan ‘overdrukzones’ van het RUP.

Advies: De lijn moet verwijderd worden.

3. Bezwaren in het kader van het openbaar onderzoek 

De GECORO stelt vast dat er 6 bezwaarschriften werden ontvangen binnen de termijn van het openbaar onderzoek. Deze bezwaren kunnen als volgt thematische worden samengevat en beoordeeld:

3.1 De voorschriften beknotten zelfstandige activiteiten door de zoneringsaanpak van het RUP. Nu worden deze, met uitzondering van enkele kleinere initiatieven, beperkt tot het centrumgebied. De bezwaarindiener vraagt dit tevens mogelijk te maken in randwijken en woonlinten.

Bespreking: In het RUP wordt bewust gekozen voor het maximaal clusteren van handel, voorzieningen, diensten, … in de groeipool (centrum en centrumwijk). De onderlinge nabijheid van deze functies heeft een cumulatief effect. Ze versterken elkaar.

Om de clusters te faciliteren wordt er in de overige zones de mogelijkheden beperkt, maar niet volledig verboden. Geclusterd met wonen blijven er mogelijkheden behouden. De GECORO is dan ook van mening dat het RUP voldoende mogelijkheden biedt om op een kernversterkende manier zelfstandige activiteiten op maat van de gemeente toe te laten.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.2 De bezwaarindiener is van mening dat het RUP onvoldoende verdichting in de kern toelaat. De bezwaarindiener stelt volgende maatregelen voor:

        Het creëren van het bijkomende bouwlagen mogelijk maken.

        Uitbreiden van het centrumgebied.

Bespreking: Voor wat het aantal bouwlagen betreft, wordt verwezen naar de bespreking van punt 2.2.3 in het advies van de Deputatie.

Wat de uitbreiding van het centrumgebied betreft, kan verwezen worden naar de bespreking van punt 2.1. in het advies van de Deputatie. De studie kwantitatief wonen heeft aangetoond dat de gemeente niet actief moet inzetten op bijkomende groei.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.3 De bezwaarindiener vraagt om de ontwikkeling van meergezinswoningen ook mogelijk te maken buiten het huidige centrumgebied indien gelegen op wandelafstand van het centrum.

Bespreking: De GECORO heeft enerzijds begrip voor dit argument, maar stelt anderzijds wel dat dit gepaard zal gaan met een impact op de mobiliteit. De verplaatsingen van deze bijkomende huishoudens gebeuren immers niet uitsluitend, zelfs niet hoofdzakelijk, door wandelen naar het centrum, maar ook met de auto buiten het centrum. De GECORO stelt dat de mobiliteitsimpact als belangrijker moet worden beschouwd dan het begrip wandelafstand.

In tweede orde kan verwezen worden naar de bespreking van de punten 2.1. en 2.2.3 in het advies van de deputatie en bezwaar 3.2. Het voorzien van meergezinswoningen buiten het centrumgebied in reguliere projecten is niet nodig en kan niet worden verantwoord vanuit de lokale woonbehoefte en is in veel gevallen ruimtelijk niet inpasbaar op basis van de harmonieregel. Bij de strategische projecten kan over deze inpasbaarheid wel worden gewaakt.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.4 De bezwaarindiener vraagt om af te stappen van de typologie van een tweegezinswoning. Dit zorgt voor volgens de bezwaarindiener voor veel verwarring en rechtsonzekerheid. De bezwaarindiener stelt deze typologie te vervangen door twee halfopen eengezinswoningen.

Bespreking: De GECORO is van mening dat deze woontypologie niet moet worden afgeschaft en wel een meerwaarde kan hebben t.o.v. halfopen bebouwingen omwille van de mogelijkheid om op een andere wijze te schakelen, bijvoorbeeld in functie van een zongericht ontwerp. Andere voordelen zijn het behoud van het ruimtelijk voorkomen als een eengezinswoning, het behoud van bredere zijtuinstrook daar bij een tweegezinswoning de 2/3de regel wordt toegepast en bij een halfopen bebouwing niet.

In tweede orde kan worden opgemerkt dat deze woonvorm een keuze is van de ontwikkelaar/bewoner en geen verplichting.

De GECORO erkent het risico van verwarring en rechtsonzekerheid voor kandidaat-kopers. Duidelijke informatie is nodig, maar deze praktische bezwaren zijn niet van stedenbouwkundige aard. Bovendien werd deze woonvorm al geïntroduceerd in het woonomgevingsplan sinds 2018.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.5 De bezwaarindiener(s) vragen om de afwijkingsbepalingen, zoals voorzien in het woonomgevingsplan, op te nemen in de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan. Deze zijn van belang om bestaande vergunde functies in de nieuwe zones toch te kunnen behouden en te renoveren/verbouwen.

Bespreking: Er kan worden verwezen naar de bespreking van punt 1.1 in het advies van het Departement betreffende het voorzien van overgangsmaatregelen voor vergunde en vergund geachte constructies.

Advies: De in het gemeentelijk woonomgevingsplan voorziene afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies en vergunde functies moeten toegevoegd worden aan de voorschriften van het RUP.

3.6 De bezwaarindiener vraagt om meer mogelijkheden of ruimte te creëren voor sociale huisvesting.

Bespreking: De GECORO is van mening dat het principe van de rechtsgelijkheid moet worden toegepast en dat uitzonderingen voor sociale huisvesting niet moeten worden toegestaan.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.7 De bezwaarindiener stelt voor om de maximale woondichtheid bij strategische projecten te schrappen en een maximale woondichtheid beter wordt opgelegd bij reguliere projecten. De bezwaarindiener is van mening dat via een reguliere aanvraag een hogere dichtheid kan bereikt worden.

Bespreking: De GECORO is van mening dat het loslaten van een maximale dichtheid bij strategische projecten te vrijblijvend is en zal leiden tot aanvragen met een ongewenste dichtheid waarbij er geen verordenende regels zijn die voor rechtszekerheid zorgen.

De GECORO stelt ook dat het opleggen van woondichtheden in reguliere projecten, bij aanvragen op individuele percelen, tot onzinnige resultaten leidt.

De GECORO wijst ook op het feit dat in het centrumgebied er geen maximale woondichtheid wordt gehanteerd. Hier wordt volledig de kaart getrokken van verdichting.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.8 De bezwaarindiener vraagt om de perceelsbreedte voor halfopen woningen aan te passen van 10,00 m naar 9,00 m en de minimale breedte voor de tweegezinswoningen in de randwijken niet op te trekken tot 20,00 m. De bezwaarindiener vraagt ook om bij tweegezinswoningen de verplichte minimale breedte tot een diepte van 30,00 m achter de rooilijn te schrappen, naar analogie met de eengezinswoningen.

Bespreking GECORO: De GECORO heeft in haar advies van 20 maart 2024 naar aanleiding van het voorontwerp van het RUP en in functie van de plenaire vergadering van 22 maart 2024, geadviseerd om deze aanpassingen effectief door te voeren.  Er zijn geen redenen om dit standpunt te wijzigen.

Advies: De GECORO gaat akkoord met het bezwaar en adviseert om de gevraagde aanpassingen door te voeren.

3.9 De bezwaarindiener is van mening dat het minimaal aandeel aan buurtgroen in randwijken onaanvaardbaar is, zeker in combinatie met een lage woondichtheid. De bezwaarindiener stelt het openbaar karakter van het groen in vraag. Hij stelt voor om eerder in te zeten op doorwaadbaarheid van deze gebieden in combinatie met kleinere ontmoetingsplaatsen.

Bespreking: De GECORO heeft begrip voor het bezwaar en ziet de meerwaarde van doorwaadbaarheid van projectgebieden in de randwijk in. Toch erkent de GECORO het belang van (het behoud van) groene ruimte in de vorm van buurtgroen en het terugdringen of minimaliseren van de verhardingsgraad.

De GECORO is van mening dat het één (buurtgroen) het ander (doorwaadbaarheid) niet moet uitsluiten op voorwaarde dat de voorschriften worden aangevuld met een bepaling dat nuttige verhardingen in het buurtgroen onderdeel uitmaken van het percentage groen op voorwaarde dat ze niet structureel worden gebruikt voor gemotoriseerd verkeer, zoals trage wegen, brandwegen, … Deze verhardingen mogen geen functie hebben voor de ontsluiting van de woningen voor gemotoriseerd verkeer.

Daarnaast wijst de GECORO op het feit dat densere woonvormen met een klein(er) ruimtebeslag in de strategische projecten niet worden uitgesloten, integendeel, ze worden eerder gestimuleerd. Zo kan geclusterd bouwen ook de ontwikkelingskosten beperken.

Advies: De GECORO stelt voor om het percentage buurtgroen te behouden maar de voorschriften aan te vullen om duidelijk te maken dat functionele trage verbindingen, brandwegen, … die niet dienen voor het ontsluiten van de woningen met gemotoriseerd verkeer binnen de 40% groennorm vallen.

3.10 De bezwaarindiener vraagt om het centrumgebied in de Vennekensstraat uit te breiden tot aan De Schrans.

De bezwaarindiener verwijst hiervoor naar de onevenwichtigheid in het ontwerp van het centrumgebied van Houtvenne. Het centrumgebied in de Strokapelstraat loopt in verhouding veel verder door dan deze in de Vennekensstraat.

De bezwaarindiener is van mening dat het eigendom goed gelegen is en verwijst hiervoor naar de elementen van kernversterkende logica. Het eigendom zou volgens de bezwaarindiener geschikt zijn voor het opvangen van demografische uitdagingen (vergrijzing/nood aan kleinere wooneenheden).

Bespreking: De GECORO gaat niet akkoord met de argumenten van de bezwaarindiener voor wat betreft de onevenwichtigheid in het ontwerp van het centrumgebied of de ‘noodzaak’ voor de uitbreiding van het centrumgebied in functie van het opvangen van demografische uitdagingen. Zie voor dit laatste de bespreking van punt 2.1 uit het advies van de Deputatie en de bespreking van bezwaar 3.2.

De GECORO verwijst wel naar de bespreking van punt 1.11 uit het advies van het Departement betreffende de afstemming van de economische kern en het centrumgebied.

Advies: In de Vennekensstraat stelt de GECORO voor om de economische kern en de afbakening van het centrumgebied op elkaar af te stemmen op basis van de locatie van de nog aanwezige beenhouwerij, overeenkomstig onderstaande figuur, waarbij de economische kern wordt ingeperkt tot aan de beenhouwerij en het centrumgebied wordt uitgebreid tot aan de beenhouwerij:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.11 De bezwaarindiener(s) vragen in hoofdorde om de Zuurdelstraat op te nemen in de zone ‘woonlinten en landelijke woonentiteiten’. Ze zijn van mening dat verder verdichting niet wenselijk is in functie van mobiliteitsveiligheid en leefbaarheid.

In tweede orde vragen de bezwaarindieners maatregelen op te nemen in het RUP zodat de verkeersveiligheid, leefbaarheid wordt gegarandeerd in straten waarin tweegezinswoningen worden toegestaan. Er worden enkele suggesties geformuleerd:

        Minimale breedte van de rijweg bedraagt 5,00 m;

        De draaicirkel wordt gegarandeerd;

        Er worden voldoende parkeerplaatsen voorzien op het eigen perceel.

In ondergeschikte orde vraag de bezwaarindiener dat verdichten enkel mogelijk is na het uitvoeren van infrastructurele werken in functie van het verbeteren van de verkeersleefbaarheid.

Bespreking: De GECORO stelt dat een aanpassing van de afbakening van de randwijk in de Zuurdelstraat niet beantwoordt aan de ruimtelijke logica waarop de afbakening is gebaseerd. Specifiek is voor de woonlinten en landelijke woonentiteiten gekozen voor dit ruimtelijke principe:

Alle straten die aan weerszijden omgeven worden door een openruimtebestemming worden als lint aangeduid.

Dit is niet het geval in de Zuurdelstraat die aan de zuidelijke zijde grenst aan grotendeels niet-aangesneden woonuitbreidingsgebied. Hoewel het RUP dit gebied grotendeels in artikel 6 heeft opgenomen, verhindert het RUP niet dat dit gebied in de toekomst al dan niet via een vrijgavebesluit overeenkomstig het huidige decreet woonreservegebieden kan worden ontwikkeld. De verkaveling van de Zuurdelstraat heeft uitdrukkelijk rekening gehouden met een mogelijke ontwikkeling van dit gebied door het voorzien van de mogelijke toekomstige ontsluitingsweg tussen woning 11 en 13.

Bijkomstig wijst de GECORO op het feit dat naar aanleiding van punt 2.1 in het advies van de Deputatie het advies werd gegeven dat kavelbreedtes in de woonlinten aangepast moeten worden van 20 m naar 30 m. Het lijdt geen twijfel dat de bezwaarindiener met deze wijziging voor de Zuurdelstraat niet akkoord zou gaan.

De GECORO onderschrijft wel het belang van verkeersveiligheid en leefbaarheid. Er kan hierbij verwezen worden naar het feit dat het RUP nog steeds een appreciatie bevoegdheid geeft aan de vergunningverlenende overheid bij het beoordelen van aanvragen tot vergunning, zowel bij reguliere als strategische projecten.

De GECORO stelt voor dat de suggesties uit het bezwaar voor aanvragen voor tweegezinswoningen wat de minimale breedte van de weg en de draaicirkel betreft worden doorvertaald in het RUP. De vraag om ook voldoende parkeerplaatsen te voorzien op eigen terrein, wordt niet in het RUP voorzien, maar wel in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening.

Advies: De GECORO adviseert om bij tweegezinswoningen de volgende verordenende voorwaarde toe te voegen:

        Het perceel moet aan een voldoende brede weg liggen, minimaal 5 m breed.

        In geval van een doodlopende straat moet er een keerpunt aanwezig zijn.

De gemeenteraad volgt het gemotiveerde advies van de GECORO en de daarin voorgestelde aanpassingen of aanvullingen aan het voorlopig vastgestelde RUP behalve voor de bezwaren 3.6, 3.8, 3.10 en 3.11 en punt 1.11 uit het advies van het Departement.

Bezwaar 3.6 handelt over uitzonderingen voor sociale huisvesting. De GECORO is van mening dat er geen uitzonderingen uitsluitend voor de sociale bouwmaatschappij mogen voorzien worden.

De gemeenteraad volgt de logica van de rechtsgelijkheid zoals aangehaald in het argument van de GECORO, maar verbindt hieraan een andere conclusie. In navolging van de vraag van het Departement om rechtszekerheid te bieden aan bestaande vergunde constructies, is het aangewezen om bestaande vergunde groepswoningbouwprojecten ook deze rechten te geven. Deze rechten worden dan niet alleen gegeven aan de sociale huisvestingsmaatschappij, zodat er geen sprake is van een uitzondering voor de sociale huisvestingsmaatschappij.

Immers, net zoals voor bestaande vergunde constructies afwijkingsmaatregelen nuttig worden geacht, zijn deze afwijkingsmaatregelen ook nuttig voor vergunde groepswoningbouwprojecten, of deze nu gerealiseerd werden door de sociale huisvestingsmaatschappij of door een andere actor. Reconversie van dergelijke bestaande projecten moet in de toekomst mogelijk blijven, ook al wijken de bestaande projecten af van de nieuwe verdichtingnormen. Hierbij moet wel gewaakt worden over de ruimtelijke inpasbaarheid qua schaal, dynamiek, bereikbaarheid, ...

Het geheel van bebouwing die deel uitmaakt van een bestaand project bestaande uit meerdere wooneenheden, al dan niet in combinatie met andere functies, gerealiseerd volgens een samenhangend concept met bebouwing die sterk afwijkt van de onmiddellijke omgeving, wordt beschouwd als een strategisch project. Deze bestaande projecten wijken dikwijls sterk af van de gemiddelde bouwdichtheid van de omgeving én de vooropgestelde bouwdichtheid van ‘nieuwe strategische projecten’ in de randwijken. Bestaande strategische projecten kunnen daarom gemotiveerd afwijken van de woondichtheid en het minimaal groenaandeel. De voorschriften worden overeenkomstig bovenstaande argumentatie aangepast.

De GECORO gaat akkoord met de vraag in bezwaar 3.8 om de perceelsbreedtes van half-open bebouwing en de perceelsbreedtes en dieptes van tweegezinswoningen aan te passen naar respectievelijk 9 m, 18 m of de 30 m diepte te schrappen.

De gemeenteraad volgt dit advies niet. Rekening houdend met het argument opgesteld door de GECORO in verband met verschillende vragen naar extra verdichting (zie punten 2.1 en 2.2.3 in het advies van de deputatie en bezwaren 3.2 en 3.3) is het verkleinen van de perceelsbreedte niet wenselijk, noch noodzakelijk. Bovendien zou het verminderen van de perceelsbreedte leiden tot een minder goede woonkwaliteit en gebruikscomfort.

Het behoud van de minimale breedte tot een diepte van 30,00 m bij tweegezinswoningen is wenselijk omwille van de bijkomende kansen om anders te schakelen en de garantie voor een voldoende ruimte buitenruimte.

De gemeenteraad is op basis van bovenstaande argumentatie van oordeel dat er geen bijkomende aanpassingen aan het RUP moeten worden doorgevoerd naar aanleiding van bezwaar 3.8.

Punt 1.11 uit het advies van het Departement verwijst naar de mogelijke tegenspraak tussen de afbakening van respectievelijk de economische kern en het centrumgebied en enkele voorschriften uit de verordening.

De gemeenteraad gaat akkoord met het advies van de GECORO dat er geen tegenstelling mag bestaan tussen het RUP en de verordening. De gemeenteraad gaat eveneens akkoord met het advies van de GECORO om kleine fragmenten waar de economische kern buiten het centrumgebied vallen, zeker als ze in de randwijk liggen, op het grafische plan aan te passen zodat de economische kern daar beperkt blijft tot de afbakening van het centrumgebied in het RUP. De gemeenteraad gaat ook akkoord met het advies van GECORO om voor grotere delen waar er geen ruimtelijke argumenten aanwezig zijn om het centrumgebied aan te passen, de verordening bij te sturen in de zin dat ook buitenruimtes op de verdieping worden toegelaten bij percelen die grenzen aan de economische kern.

De gemeenteraad gaat echter niet akkoord met de door de GECORO voorgestelde planaanpassingen in de Vennekensstraat omwille van de volgende redenen:

        De voorgestelde uitbreiding van het centrumgebied is niet gebaseerd op de ruimtelijke logica van de woonomgevingen.

        Zoals de GECORO ook heeft gesteld in de behandeling van het bezwaar 3.10, is er geen noodzaak voor een uitbreiding van het centrumgebied voor de opvang van 'demografische uitdagingen'.

        De door de GECORO voorgestelde aanpassing legt de grens tussen centrumgebied en centrumwijk dwars door een perceel i.p.v. op een perceelsgrens. Dit moet zo veel als mogelijk vermeden worden om latere interpretaties over de exacte ligging van deze zonegrens tot een minimum te bepreken.

De gemeenteraad verkiest daarom om de afbakeningen in de Vennekensstraat niet aan te passen en om de tegenspraak tussen het RUP en de verordening op te lossen door de verordening bij te sturen zodat buitenruimtes ook zijn toegestaan op de verdieping bij percelen die grenzen aan artikel 2.1 Economische kern, zoals de GECORO heeft voorgesteld voor andere zones.

Bezwaar 3.10 vraagt om een uitbreiding te voorzien van het centrumgebied tot aan De Schrans. De GECORO heeft dezelfde aanpassing van het centrumgebied voorgesteld als bij punt 1.11 uit het advies van het Departement.

De gemeenteraad gaat omwille van dezelfde redenen als bij het punt 1.11 niet akkoord met de door de GECORO voorgestelde planaanpassing. Er zijn voldoende verdichtingsmogelijkheden voorzien in het RUP voor het betreffende perceel, zeker gezien het feit dat in de centrumwijk de mogelijkheden voor kleinschalige clusters van gesloten bebouwing zijn toegevoegd.

Bezwaar 3.11 vraagt in eerste orde om de Zuurdelstraat op te nemen in de zone ‘woonlinten en landelijke woonentiteiten’. De gemeenteraad gaat akkoord met de argumentatie en de conclusie van de GECORO om niet in te gaan op deze vraag.

In tweede orde vragen de bezwaarindieners maatregelen op te nemen in het RUP zodat de verkeersveiligheid, leefbaarheid wordt gegarandeerd in straten waarin tweegezinswoningen worden toegestaan. De GECORO heeft zich wel aangesloten bij deze vraag en voorgesteld om twee voorwaarden over de uitrusting van de weg toe te voegen aan de voorschriften voor tweegezinswoningen.

De gemeenteraad sluit zich niet aan bij het voorstel van de GECORO om de twee voorwaarden omtrent de uitrusting van de weg bij tweegezinswoningen verordenend vast te leggen en dit omwille van drie redenen:

        Het RUP stelt nu reeds uitdrukkelijk dat de vergunningverlenende overheid een voldoende appreciatie-bevoegdheid heeft bij de beoordeling van vergunningsaanvragen. Het beoordelen van leefbaarheid en verkeersveiligheid is bovendien decretaal al verplicht in artikel 4.3.1.§2.1° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

        Het verordenend vastleggen van wegprofielen in functie van puur ruimtelijke vraagstukken zonder te kijken naar andere aspecten en zonder te kijken naar de integratie in het gemeentelijk wegennetwerk, is niet wenselijk, met name niet in het kader van mogelijke onderzoeken naar toekomstige onthardingsprojecten op openbaar domein.

        Er bestaat geen gegronde reden om aan te nemen dat vergelijkbare bekommernissen omtrent leefbaarheid en verkeersveiligheid ook niet bij ééngezinswoningen of andere woningtypologieën moeten onderzocht worden. Het beperken tot het verordenend vastleggen van wegbreedtes en keerpunten bij enkel tweegezinswoningen is niet logisch en heeft geen meerwaarde.

De gemeenteraad is op basis van bovenstaande argumentatie van oordeel dat er geen bijkomende aanpassingen aan het RUP moeten worden doorgevoerd naar aanleiding van bezwaren 3.10 en 3.11.

Samengevat stelt de gemeenteraad, op basis van voorgaande argumenten bij de behandeling van de adviezen en bezwaren naar aanleiding van het openbaar onderzoek, om de volgende aanpassingen en aanvullingen aan het RUP Woonomgevingen Hulshout aan te brengen in functie van de definitieve vaststelling:

        De in het gemeentelijk woonomgevingsplan voorziene afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies en vergunde functies worden toegevoegd aan de voorschriften van het RUP.

        Het aantal van 6 gezinnen wordt geschrapt in de terminologie bij de definitie van gemeenschappelijk wonen, maar blijft behouden in de definitie van strategische aanvragen.

        De voorschriften maken duidelijk dat het realiseren van ontbrekend woon- en buurtgroen STEEDS een vereiste is bij strategische projecten.

        De richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten worden overgenomen in het RUP, met name door verordenend vast te leggen dat de minimale breedte voor het splitsen van een perceel in de woonlinten 30 m is.

        Bij artikel 6 wordt toelichtend verduidelijkt dat grootschalige constructies niet zijn toegelaten.

        De grafische plannen krijgen duidelijke titels.

        In de centrumwijk worden kleine clusters van gesloten bebouwing toegelaten.

        De toepassingsgebieden en de definitie van strategische projecten worden verfijnd overeenkomstig het advies van de GECORO.

        De definitie van 'medische zorgverstrekker' wordt toegevoegd aan de begrippenlijst.

        Het percentage buurtgroen in strategische projecten blijft behouden maar de voorschriften worden aangevuld om duidelijk te maken dat functionele trage verbindingen, brandwegen, … die niet dienen voor het ontsluiten van de woningen met gemotoriseerd verkeer, binnen de 40% groennorm vallen.

        Er worden uitzonderingen voorzien voor bestaande, vergunde groepswoningbouwprojecten die als een strategisch project kunnen worden beschouwd.

        De overdruk economische kern wordt bij kleine fragmenten met overlapping buiten het centrumgebied aangepast. De tegenstelling tussen RUP en verordening wordt daarnaast opgelost door een aanpassing in de verordening.

Er worden geen aanpassingen, schrappingen of aanvullingen doorgevoerd die niet het gevolg zijn van een advies, opmerking of bezwaarschrift uitgebracht tijdens de adviesperiode en het openbaar onderzoek.

Dit heeft geleid tot het nu voorgestelde ontwerp van gemeentelijk RUP Woonomgevingen Houtvenne, dat uit de volgende documenten bestaat:

        procesnota

        toelichtingsnota

        grafisch plan

        stedenbouwkundige voorschriften

        register van percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn

Het RUP zal eveneens de voorschriften van de verkavelingen gelegen binnen het plangebied, zoals weergegeven op het grafisch plan opheffen, waarbij de kavelgrenzen wel behouden blijven.

Financiële weerslag

Beleidsdoelstelling

BD000001 Kwaliteitsvolle, duurzame, veilige leefomgeving.

Actieplan

AP000009 Werk maken van de versterking van de centrumfunctie van de dorpskernen.

Actie

AC000090 Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken voor de woonkernen van Hulshout, Westmeerbeek en Houtvenne.

MJP nummer

MJP000162

Beschikbaar krediet

112.593,26 euro

Totaal krediet

112.907,15 euro

Na bespreking,

BESLUIT: 12 stemmen voor: Joost Verhaegen, Hilde Van Looy, Karolien Laeremans, Geert Daems, Rigo Huyskens, Jos Voet, Rist Heylen, Tania Vrindts, Geert Vermunicht, Britt De Ceuster, Kristina Van den Heuvel en Elien Bergmans
8 stemmen tegen: Gust Van den Bruel, Kurt Albert, Sofie Van Lommel, Kurt Winkelmans, Dorien Van Opstal, Katrien Monsecour, Luc Van den Vonder en Danny Mattheus
0 onthoudingen
Motivatie stem tegen Gust Van den Bruel: Dit voorstel zou moeten verdaagd worden naar de volgende legislatuur omdat er dan een nieuwe beleidsploeg en een nieuwe GECORO zich kan over buigen.

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Houtvenne, zoals opgesteld door studiebureau IOK-plangroep en aangepast zoals bovenstaand weergegeven, definitief vast te stellen. Dit RUP bestaat uit de volgende documenten:

        procesnota

        toelichtingsnota

        grafisch plan

        stedenbouwkundige voorschriften

        register van percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn

Artikel 2:

De gemeenteraad beslist om de voorschriften van de verkavelingen gelegen binnen het plangebied, zoals weergegeven op het grafisch plan en opgelijst in de toelichtingsnota, op te heffen, waarbij de kavelgrenzen van de betreffende verkavelingen behouden blijven.

Tenzij anders vermeld worden alle kavels binnen de verkaveling opgeheven.

De voorschriften van loten 1 t.e.m. 5 van de verkaveling VK 5446 (order 29) worden opgeheven, voor lot 6 blijven de voorschriften van toepassing.

De voorschriften van loten 1 t.e.m. 5 van de verkaveling VK 6162 (order 122) worden opgeheven, voor lot 6 blijven de voorschriften van toepassing.

De voorschriften van loten 5B van de verkaveling VK 11316 (order 4) worden opgeheven, voor lot 6B blijven de voorschriften van toepassing.

Artikel 3:

Het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de GECORO wordt via aangetekend schrijven bezorgd aan de deputatie en aan het Departement Omgeving, overeenkomstig artikel 2.2.22 van de VCRO.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.4. BESLISSING RUP Woonomgevingen Hulshout. Definitieve vaststelling.

MOTIVERING:

Feiten en context

        28 juli 1978: Koninklijk besluit houdende de definitieve vaststelling van het gewestplan Herentals-Mol.

        19 april 2007: Besluit van de Deputatie over de definitieve goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Hulshout.

        3 september 2018: De gemeenteraad keurt het gemeentelijk  woonomgevingsplan versie juli 2018, zoals opgesteld door IOK-plangroep, goed.

        23 november 2020: Het college van burgemeester en schepenen stelt IOK-plangroep aan als 'in-house' ontwerper van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Woonomgevingen Hulshout en keurt het ontwerp van procesnota goed voor het RUP Woonomgevingen Hulshout.

        16 januari 2023: Het college van burgemeester en schepenen keurt de startnota en aangepaste procesnota goed voor het RUP Woonomgevingen Hulshout.

        10 februari 2023 - 11 april 2023: De eerste raadpleging van de bevolking naar aanleiding van de goedgekeurde start- en procesnota van het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Hulshout.

        13 februari 2023: Participatiemoment door middel van een infomarkt in zaal de Vloeikens.

        20 maart 2023: Aanstelling IOK-plangroep voor de bijkomende studie 'kwantitatief wonen Hulshout' ter ondersteuning van de opmaak van het RUP Woonomgevingen Hulshout.

        18 december 2023: Toelichting door IOK-plangroep over het RUP Woonomgevingen Hulshout aan de gemeenteraad.

        19 februari 2024: Het college van burgemeester en schepenen keurt de scopingsnota en een geüpdatet procesnota goed van het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Hulshout. In de scopingsnota werden de ontvangen adviezen naar aanleiding van de startnota en de inspraakreacties van de eerste raadpleging van de bevolking verwerkt en werd bekeken hoe met deze adviezen en inspraakreacties moest omgegaan worden.

        19 februari 2024: Het college van burgemeester en schepenen keurt het voorontwerp grafische plannen, toelichtingsnota en stedenbouwkundige voorschriften van het RUP Woonomgevingen van Hulshout goed in functie van de plenaire vergadering.

        22 maart 2024: Er werd een plenaire vergadering gehouden over het voorontwerp van RUP Woonomgevingen Hulshout waarbij de volgende instanties werden uitgenodigd

        GECORO Hulshout

        Departement Omgeving

        Deputatie van de provincie Antwerpen

        Deputatie van de provincie Vlaams - Brabant

        Gemeente Westerlo

        Gemeente Herselt

        Gemeente Heist-op-den-Berg

        Gemeente Begijnendijk

        Vlaams Energieagentschap

        Agentschap Onroerend Erfgoed

        Agentschap Wonen-Vlaanderen

        Agentschap voor Natuur en Bos

        Agentschap Wegen en Verkeer

        De Lijn

        De Vlaamse Waterweg

        Departement Mobiliteit en Openbare Werken

        Dienst Integraal Waterbeleid provincie Antwerpen

        OVAM

        Vlaamse Landmaatschappij

        Team Externe Veiligheid

        Onderstaande adviesinstanties hebben voorafgaand aan de plenaire vergadering van 22 maart 2024 een schriftelijk advies uitgebracht:

        GECORO Hulshout: aanwezig op de vergadering

        Agentschap Onroerend Erfgoed: niet aanwezig op de vergadering

        Departement Mobiliteit en Openbare Werken: niet aanwezig op de vergadering

        Gemeente Heist-op-den-Berg: aanwezig op de vergadering

        Gemeente Herselt: niet aanwezig op de vergadering

        Deputatie van de provincie Antwerpen: aanwezig op de vergadering

        Departement Omgeving: niet aanwezig op de vergadering

        Vlaamse Landmaatschappij: niet aanwezig op de vergadering

        OVAM: niet aanwezig op de vergadering

        Er werd een verslag opgesteld van de plenaire vergadering waarin alle adviezen werden besproken alsook een weergave van de bespreking ervan met de aanwezig adviesinstanties. In dit verslag wordt weergegeven hoe met de adviezen wordt omgesprongen in functie van het opstellen het ontwerp van RUP voor de voorlopige vaststelling door de gemeenteraad.

        Naar aanleiding van de plenaire vergadering van 22 maart 2024 en de daarbij gestelde adviezen over het goedgekeurde voorontwerp, werden door de stuurgroep en het studiebureau IOK-plangroep aanpassingen aangebracht aan de plannen en documenten van het RUP.

        17 april 2024: Het Team Omgevingseffecten bevestigt dat er geen plan-MER moet opgesteld worden voor het voorliggende RUP Woonomgevingen Hulshout.

        17 april 2024: Het Team Omgevingseffecten bevestigt dat er geen ruimtelijk veiligheidsrapport nodig is bij het RUP Woonomgevingen Hulshout.

        29 april 2024: De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk RUP Woonomgevingen Hulshout voorlopig vast. Het voorlopig vastgestelde RUP Woonomgevingen Hulshout bestaat uit de volgende documenten:

        procesnota

        toelichtingsnota

        grafisch plan

        stedenbouwkundige voorschriften

        register van percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn

        27 mei 2024 - 26 juli 2024: Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd naar aanleiding van de voorlopige vaststelling van het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Hulshout door de gemeenteraad. Er werden zes bezwaren ingediend.

        18 juli 2024: De deputatie van de provincie Antwerpen brengt advies uit over het voorlopig vastgestelde RUP Woonomgevingen Hulshout. Het integrale advies is in bijlage toegevoegd aan dit besluit.

        22 juli 2024: Het Departement Omgeving brengt advies uit over het voorlopig vastgestelde RUP Woonomgevingen Hulshout. Het integrale advies is in bijlage toegevoegd aan dit besluit.

        28 augustus 2024: De GECORO van Hulshout heeft in een fysieke zitting ingevolge artikel 2.2.21.§5 de uitgebrachte adviezen, opmerkingen en bezwaren gebundeld en heeft gemotiveerd advies gegeven aan de gemeenteraad hieromtrent. De notulen van de GECORO zijn in bijlage toegevoegd bij deze beslissing. Het advies van de GECORO en hoe er mee wordt omgesprongen, wordt verder toegelicht in de argumentatie.

Juridische gronden

        23 september 1997: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 17 december 1997 wat de bindende bepalingen betreft.

        12 december 2003: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van een herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 19 maart 2004 wat de bindende bepalingen betreft.

        15 mei 2009: Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, in zonderheid Titel II, hoofdstuk II, afdeling 4 en bijhorende uitvoeringsbesluiten.

        17 december 2010: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van een tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 25 februari 2011 wat de bindende bepalingen betreft.

        22 december 2017: Decreet Lokaal Bestuur.

        20 juli 2018: Goedgekeurde strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

        26 oktober 2023: Besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen over de definitieve vaststelling van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen, zoals in werking getreden op 13 februari 2024.

Argumentatie

De gemeente Hulshout stelt een RUP Woonomgevingen voor de deelgemeente Hulshout op met als doel het gemeentelijk woonomgevingsplan met bijhorend richtlijnenboek te vertalen in een ruimer stedenbouwkundig en ruimtelijk kader, om een gemeentelijk ruimtelijk beleid met meer slagkracht te bekomen.

De gemeente wenst een combinatie van instrumenten te hanteren om een zo sterk mogelijk ruimtelijk beleid te kunnen voeren.

Dit RUP Woonomgevingen Hulshout is het gekozen instrument om gebiedsgerichte aspecten in een verordenend beleid uit te werken.

Het RUP vertrekt van de ruimtelijke basis die is gelegd met het woonomgevingsplan. De afbakening van het plangebied wordt bijgevolg gevormd door het (diverse) woongebied dat is afgebakend op het gewestplan.

Het RUP zal daarom voornamelijk vorm krijgen als een overdruk-RUP.

De gemeente Hulshout beschikt sinds september 2018 over een woonomgevingsplan met bijhorend richtlijnenhandboek. Dit plan werd opgemaakt om te komen tot een ruimtelijke visie voor de woongebieden in de gemeente, met duidelijke handvaten voor het vergunningenbeleid. Hiertoe werd het geheel van gebieden met een woonbestemming opgedeeld in een aantal samenhangende ‘woonomgevingen’. Voor iedere woonomgeving werden er ook gebiedsgerichte richtlijnen uitgewerkt, die vastleggen wat mogelijk is in elke woonomgeving rekening houdend met de eigenheid van het aanwezige woonweefsel.

De gemeente heeft dit document opgemaakt als een eerste stap in het uitzetten van een doordacht ruimtelijk woonbeleid. Vandaag wenst de gemeente het woonomgevingsplan en het richtlijnenhandboek te gaan doorvertalen in een stedenbouwkundig kader met verordenende kracht. Dit moet de gemeente meer slagkracht geven in haar ruimtelijke beleid.

Voor de vertaalslag naar een verordenend kader, kiest de gemeente ervoor om te werken met een doordachte combinatie van de beschikbare instrumenten uit de ruimtelijke ordening. Elk instrument wordt daarbij ingezet vanuit zijn specifieke mogelijkheden en sterktes, en regelt die zaken waarvoor het meest geschikt is. De meer gebiedsgerichte aspecten worden verankerd in het RUP. Dit document zal in belangrijke

mate de ruggengraat vormen voor het ruimtelijke beleid in de woongebieden. De meer generieke onderdelen van het richtlijnenhandboek zullen worden opgenomen in een stedenbouwkundige verordening die gelijktijdig wordt vastgesteld en zal worden afgestemd op de krachtlijnen van het RUP.

Er wordt voor elke deelkern een afzonderlijk RUP opgemaakt.

Watertoets

Op basis van de getoetste elementen kan een gunstige beoordeling gebeuren met betrekking tot de watertoets op planniveau:

        De planinhoud geeft geen aanleiding tot een significant nadelig of schadelijk effect op het watersysteem.

        Op basis van de voorziene reguliere maatregelen en randvoorwaarden kan met andere woorden geconcludeerd worden dat het plan verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen van de gecoördineerde decreten betreffende het integraal waterbeleid (waterwetboek).

        De doelstellingen zoals bedoeld in artikel 1.2.2 van het waterwetboek werden in acht genomen bij de opmaak van het plan. Daarbij werd uitgegaan van de relevante beginselen zoals geformuleerd in artikel 1.2.3.

        Volgende voorwaarden en maatregelen werden ingewerkt in de relevante artikels van de stedenbouwkundige voorschriften en/of het grafisch plan:

        Bij nieuwe ontwikkelingen binnen het RUP dient de watergevoeligheid van het gebied steeds als beoordelingspunt mee in rekening worden gebracht bij vergunningsaanvragen. Indien de locatie toch bebouwing toelaat, dient er overstromingsveilig te worden gebouwd: de vloerpas van de woningen dient te worden verhoogd, maar op de omliggende delen (tuin), dient het oorspronkelijk maaiveld maximaal behouden blijven om zo de ruimte voor water niet weg te nemen.

        Waar niet op de riolering verbonden met een RWZI kan worden aangesloten, dient voorzien te worden in een individuele waterzuivering.

Volgende aanbeveling werd verwerkt in het RUP:

        Verhardingen maximaal beperken.

        Het voorzien van verhardingen zo maximaal mogelijk voorzien in waterdoorlatende verharding om de infiltratie ter plaatse naar de ondergrond zo groot mogelijk te houden.

Er kan met andere woorden geconcludeerd worden dat het plan de doelstellingen en beginselen, vermeld in artikel 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 van de gecoördineerde decreten betreffende het integraal waterbeleid (het waterwetboek), in acht heeft genomen.

Advies GECORO op basis van artikel 2.2.21.§5 van de VCRO

De GECORO van Hulshout bracht op 28 augustus 2024 het volgende advies uit aan de gemeenteraad (het integrale advies wordt tevens toegevoegd als bijlage aan dit besluit):

De GECORO stelt vast dat de adviezen van het Departement Omgeving en de Deputatie van de provincie Antwerpen binnen de adviestermijn werden uitgebracht. Overeenkomstig artikel 2.2.21.§5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening worden deze adviezen integraal toegevoegd bij het advies van de GECORO.

De GECORO beoordeelt deze adviezen als volgt:

1. Advies Departement Omgeving

Dit advies kan als volgt samengevat worden en beoordeeld:

1.1  Er zijn geen overgangsmaatregelen voorzien voor hoofdzakelijk vergunde en vergund geachte constructies.

Bespreking: Het is wenselijk dat vergunde of vergund geachte constructies voldoende rechtszekerheid hebben en kunnen verbouwd worden zolang er geen bijkomende elementen in strijd zijn met de voorschriften.

Advies: De in het gemeentelijk woonomgevingsplan voorziene afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies en vergunde functies moeten toegevoegd worden aan de voorschriften van het RUP.

1.2 De definitie van gemeenschappelijk wonen stelt dat er pas sprake is van gemeenschappelijk wonen vanaf 6 gezinnen. Kleinere initiatieven moeten ook mogelijk zijn.

Bespreking: De GECORO gaat akkoord dat kleinere initiatieven voor gemeenschappelijk wonen mogelijk moeten zijn in het kader van ‘slimme verdichting’, inspelend op de demografische evolutie naar kleinere gezinnen. De GECORO stelt wel dat de voorwaarde van 6 gezinnen om in aanmerking te komen voor een strategisch project nuttig blijft, daar de ruimtelijke impact van dergelijke projecten groot kunnen zijn.

Advies: Het aantal van 6 gezinnen moet geschrapt worden in de terminologie, maar moet behouden blijven in de definitie van strategische aanvragen. 

1.3 Het voorschrift voor de randwijken mag niet leiden tot een afbouw van de huidige densiteit en moet rekening houden met demografische evolutie binnen de groep van ouderen en kleinere gezinnen.

Bespreking: De GECORO is van mening dat het huidige voorschrift voor de randwijk – ééngezinswoning in open bebouwing of tweegezinswoning in open bebouwing bij een minimale perceelsbreedte van 20 m – in combinatie met de afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies, niet zal leiden tot een afbouw van de huidige densiteit. De bestaande, vergunde constructies hebben rechtszekerheid. En de introductie van de tweegezinswoningen zorgen voor een hogere densiteit, zonder bijkomend ruimtebeslag en met een toename van een mix met kleinere woongelegenheden.

Bovendien is het aangewezen om woningen voor ouderen eerder te stimuleren in de centrumgebieden en centrumwijken. In deze zones zijn handel, voorzieningen en alternatieve mobiliteitsvormen aanwezig op wandel- en fietsafstand, terwijl dit veel minder het geval is in de randwijken.

Het RUP heeft bovendien ook oog voor levenslang wonen in eigen buurt door andere woonvormen toe te staan in strategische projecten. Ten slotte wordt in de bijhorende stedenbouwkundige verordening duurzame dorpskernen ingezet op aanpasbare en aangepaste woningen in functie van het opvangen van de vergrijzing.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

1.4 Het Departement is van mening dat het voorzien van ontbrekend woon- en/of buurtgroen geen vrijblijvende voorwaarden is. Deze moet onderzocht worden bij elke strategische aanvraag.

Bespreking: Het ruimtelijk uitvoeringsplan dient samen gelezen te worden met de stedenbouwkundige verordening. In de verordening wordt een minimale groennorm opgelegd bij strategische projecten.

Elk binnengebied dient te voorzien in woon- en buurtgroen.

Advies: Het voorschrift in het RUP dient te worden bijgesteld zodat duidelijk is dat het realiseren van ontbrekend woon- en buurtgroen STEEDS een vereiste is.

1.5 Het Departement stelt voor om artikel 4.1.  – Binnengebieden met kernondersteunend buurtgroen – aan te vullen met verweving en kleinschalige meergezinswoningen.

Bespreking: Deze zones kunnen enerzijds ontwikkeld worden in functie van verweefbare bedrijvigheid, anderzijds als een strategisch project gericht op wonen. In strategische projecten zijn meergezinswoningen en aan wonen verwante activiteiten aanvaardbaar overeenkomstig de voorschriften van het RUP.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

1.6 Het Departement vraagt om een fasering toe te voegen aan de aan te snijden binnengebieden.

Bespreking: Het ruimtelijk uitvoeringsplan is een uitvoering van de bindende en richtinggevende bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS). Hierin werd geen fasering opgenomen. De GECORO is van mening dat het juridisch verankeren van een ‘nieuwe’ fasering mogelijks de rechtszekerheid van de eigenaars zou hypothekeren.

In het RUP wordt voorzien dat het ontwikkelen van een binnengebied enkel mogelijk is als strategisch en kernversterkend project. De kwaliteitslat wordt hoog gelegd. Er is een differentiatie voorzien in de ontwikkelingskansen (woondichtheid) van de binnengebieden afhankelijk van hun ligging. Dit zorgt impliciet voor een fasering. Goed gelegen binnengebieden met een hoger ontwikkelingspotentieel zullen mogelijks eerder ontwikkeld worden.

Ondergeschikt merkt de GECORO op dat gebaseerd op het verleden er geen onaanvaardbare ontwikkelingsdruk zal ontstaan op deze binnengebieden.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

 

1.7 Het Departement gaat niet akkoord met het behoud van de mogelijkheid om in artikel 5 Woonlint en landelijke woonentiteit bijkomende wooneenheden toe te staan. Dit leidt tot verdere intensivering en versterkt de verlinting, wat niet aanvaardbaar is.

Bespreking: De GECORO verwijst naar het richtinggevend deel van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan:

Het vrijliggend aanbod in de linten bestaat voornamelijk uit kleine, middelgrote en grote percelen. Vanuit het RSPA wordt in linten gestreefd naar ongeveer 6 wooneenheden/ha. Deze ontdichting zal voor Hulshout in principe de volgende richtlijnen inhouden:

        Bestaande kleine en middelgrote kavels (< 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Samenvoegen van kleinere kavels tot grote kavels draagt bij tot de ontdichting en kan gestimuleerd worden.

        Bestaande grote kavels (> 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Opsplitsing tot kleinere kavels kan toegestaan worden indien de kavelbreedte van de nieuwe kavels minimaal 30 meter is. Het ontdichtingsprincipe wordt op die manier behouden.

        De ‘gaten’ tussen de linten (niet tot de woonzone ingekleurde percelen) blijven gevrijwaard van bebouwing en zullen ook niet tot woonzone worden ingekleurd.

Advies: De GECORO stelt voor om de richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten door te vertalen in het ruimtelijk uitvoeringsplan en de voorschriften overeenkomstig te wijzigen.

1.8 Het Departement is van mening dat het RUP in artikel 5 Woonlint en landelijke woonentiteit onvoldoende inzet op omkeerbaar bouwen en ontharden.

Bespreking: Het ontharden en omkeerbaar bouwen wordt nagestreefd, maar de GECORO is van mening dat het ruimtelijk uitvoeringsplan hier niet het meest geschikte instrument voor is.  In de gemeentelijke verordening Duurzame dorpskernen wordt hierop wel ingezet door middel van een minimale tuinzone (onverharde en onbebouwde zone).

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

1.9 Het Departement is van mening dat artikel 6 – medegebruik woonuitbreidingsgebied – niets toevoegt aan de beperkingen die het decreet woonreservegebieden invoerde, noch aan de mogelijkheden inzake medegebruik die decretaal geregeld worden (artikel 4.4.4 en 4.4.5 VCRO). Laten deze voorschriften niet meer bebouwing toe?  Het Departement adviseert om artikel 6 niet te behouden.

Bespreking: Het artikel 6 is toegevoegd in functie van de leesbaarheid van het RUP. Op deze wijze kan er helder gecommuniceerd worden naar de burger over de (on)mogelijkheden van een vrijgavebesluit. Er wordt voorgesteld om toelichtend bijkomende duiding op te nemen om duidelijk te maken dat grootschalige constructies niet wenselijk zijn overeenkomstig de desbetreffende decretaal bepaalde mogelijkheden.

Advies: De GECORO stelt voor om toelichtend te verduidelijken dat grootschalige constructies niet zijn toegelaten in artikel 6.

1.10 Het Departement vindt de deelplannen verwarrend. Diverse artikelen worden in de legende niet als overdruk weergegeven. Artikel 8 zone voor sociaal wonen wordt op het deelplan herbestemmingen aangeduid met een volle kleur, terwijl het om een overdruk gaat. Dit artikel wordt niet aangeduid op het deelplan overdrukzones.

Bespreking: De deelplannen werden gehanteerd omwille van de leesbaarheid. Artikel 8 is wel degelijk geen overdruk. De GECORO is van mening dat er geen wijzigingen aan de deelplannen noodzakelijk zijn. Wel wenst de GECORO te laten onderzoeken of de leesbaarheid nog verhoogd kan worden door duidelijker titelbladen te maken voor de deelplannen.

Advies: De GECORO stelt voor om duidelijker titelbladen toe te voegen aan de grafische plannen.

 

 

2 Advies Deputatie provincie Antwerpen

Dit advies kan als volgt samengevat worden en beoordeeld:

2.1 Het RUP is, volgens de Deputatie, niet in overeenstemming met volgende passage van het GRS: “Bij de linten buiten het hoofddorp wordt waar nog mogelijk een ontdichtingsbeleid gevoerd. Het komt erop neer het aandeel open bebouwing binnen de afgelijnde kern af te remmen en langs uitgeruste wegen meer combinaties te maken met halfopen en gesloten bebouwing.”

Bespreking: De Deputatie verwijst enerzijds naar het fragment op pagina 117 van het GRS:

Binnen de afgelijnde kern is het aangewezen om naar hogere dichtheden te streven. Het cijfer van 15 wo/ha kan gehanteerd worden als een richtcijfer. In de kern van de gemeente kan men echter streven naar hogere dichtheden van 25 wo/ha. In de praktijk komt het er op neer om het aandeel open bebouwing af te remmen en langs uitgeruste wegen meer combinaties te maken met halfopen en gesloten bebouwing. Realisaties op niet uitgeruste gronden zullen voor het globale project een bruto woningdichtheid van 15 wo/ha nastreven.

Hulshout is volgens het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen een dorpskern. Dorpskernen zijn volgens het beleidsplan niet geschikt om bijkomende groei op te vangen van stedelijke kernen of strategische dorpskernen. Beperkte groei in functie van lokale opvang van huishoudens is mogelijk om te vermijden dat er buiten de dorpskernen bijkomend wordt bijgebouwd (bron: Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen).

Om de herkomst van de groei te detecteren werd in de studie “Kwantitatief Wonen” een foto genomen van de e- en immigratie. In 2021 zien we dat de groei van de gemeente volledig voortkomt uit migratie met andere gemeenten. De natuurlijke bevolking daalt. De migratie gebeurt hoofdzakelijk binnen de provincie Antwerpen. 41,9 % van de netto immigratie voor Hulshout is afkomstig uit Heist-op-den-Berg (bron: Studie kwantitatief Wonen). Hulshout vangt met andere woorden een deel van de groei van de stedelijke kernen op.

Het totale woonaanbod in Hulshout overstijgt 9,4 maal de woonbehoefte. Rekening houdende met realistische ontwikkelingskansen heeft Hulshout vier keer zoveel aanbod dan er woonbehoefte is (zie studie Kwantitatief wonen). De berekening van de woonbehoefte is gebaseerd op demografische prognoses (https://provincies.incijfers.be/databank) en houdt geen rekening met de beleidsmatige gewenste ontwikkelingen zoals onder meer voorzien in het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen.

Er kan met andere woorden geconcludeerd worden dat Hulshout niet actief moet inzetten op bijkomende groei en zeker niet buiten de groeipool. Dit werkt het “aanzuigeffect” vanuit “Stedelijke kernen” in de hand én is niet noodzakelijk voor de opvang van de eigen bevolkingsgroei.

Rekening houdende met deze vaststelling wordt in het RUP eerder ingezet op een “afremmend” scenario buiten de groeipool. Dit wil zeggen dat bestaande ontwikkelingskansen binnen het woongebied worden bijgestuurd in functie van een kernversterkend beleid.

In het RUP wordt ingezet op de afbakening van een groeipool bestaande uit centrumgebied en centrumwijk. Buiten deze groeipool wordt er bewust gekozen om niet verder in te zetten op het verdichten van het bestaand patrimonium. Dit zou het mogelijke bouwpotentieel nog vergroten.

Binnen de groeipool kan nog wel worden ingezet op bijkomende verdichting voor kleinschalige combinaties van halfopen en gesloten bebouwing, zoals in het GRS wordt voorgesteld. Op deze manier wordt er meer verdichting mogelijk via kleinere projecten.

Anderzijds verwijst de deputatie naar het fragment van het GRS op pagina 123:

Het vrijliggend aanbod in de linten bestaat voornamelijk uit kleine, middelgrote en grote percelen. Vanuit het RSPA wordt in linten gestreefd naar ongeveer 6 wooneenheden/ha. Deze ontdichting zal voor Hulshout in principe de volgende richtlijnen inhouden:

        Bestaande kleine en middelgrote kavels (< 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Samenvoegen van kleinere kavels tot grote kavels draagt bij tot de ontdichting en kan gestimuleerd worden.

        Bestaande grote kavels (> 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Opsplitsing tot kleinere kavels kan toegestaan worden indien de kavelbreedte van de nieuwe kavels minimaal 30 meter is. Het ontdichtingsprincipe wordt op die manier behouden.

        De ‘gaten’ tussen de linten (niet tot de woonzone ingekleurde percelen) blijven gevrijwaard van bebouwing en zullen ook niet tot woonzone worden ingekleurd.

De GECORO stelt voor om de richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten door te vertalen in het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De GECORO is van mening dat, rekening houdende met de bijsturing betreffende de woonlinten, het RUP in overeenstemming is met het GRS. Ondergeschikt merkt de GECORO op dat tijdens de plenaire vergadering over het RUP Woonomgevingen Hulshout gehouden op 22 maart 2024 geen opmerking werd gemaakt betreft het niet conform zijn met het GRS.

Advies: De GECORO stelt voor om de richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten door te vertalen in het ruimtelijk uitvoeringsplan en de voorschriften overeenkomstig te wijzigen. Bijkomstig stelt de GECORO voor om ook in de centrumwijk en het centrumgebied B kleine clusters van gesloten bebouwing toe te staan.

2.2 De deputatie stelt dat het RUP mogelijks niet in overeenstemming is met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA). De voorschriften van de reguliere aanvragen staan ver af van de visie op Levendige kernen uit het PBRA. De Deputatie is van mening dat de voorschriften niet inzetten op zuinig ruimtegebruik of kernversterking. De Deputatie vreest dat er op termijn open ruimte moet worden aangesneden omdat de mogelijkheden binnen de afgebakende kern volledig benut zijn volgens het RUP.

2.2.1 De Deputatie vindt de definitie van een strategisch project niet duidelijk. Wanneer is een maatschappelijke meerwaarde belangrijk (genoeg)? Ook het ‘criterium ‘concrete ruimtelijke meerwaarde’ is voor interpretatie vatbaar? 

2.2.2 De Deputatie is van mening dat er onvoldoende wordt ingezet op kleinere verdichtingsprojecten.

2.2.3 De Deputatie kan niet akkoord gaan met het verbod om in zone B gesloten bebouwing uit te sluiten.

2.2.4 De Deputatie is van mening dat hoger bouwen ook buiten strategische projecten mogelijk moet zijn. De Deputatie stelt voor om te werken met een harmonieregel voor zowel reguliere als strategische aanvragen, in plaats van in de volledige kern een dichtheid van 2 bouwlagen (excl. dakverdieping).

2.2.5 De Deputatie kan niet akkoord gaan met het behoud van gesloten bebouwing in de zone ‘linten en landelijke woonentiteiten’. Hier is een uitdoofbeleid wenselijk.

Bespreking: Punt 2.2.1.: De GECORO stelt voor het toepassingsgebied en het voorschrift voor strategische projecten te verfijnen.

De GECORO stelt voor de definitie als volgt bij te sturen. Wijzigingen zijn in geel gemarkeerd:

Strategische projecten zijn (gemengde) woonprojecten:

        Projecten waarvan wonen de hoofdfunctie is en waarbij minimum de helft van de woonentiteiten grondgebonden woningen zijn, gelegen langsheen de straatwand, bestaande uit min. 10 wooneenheden.

        Andere (gemengde) woonprojecten met een oppervlakte van minimaal 0,5 ha.

        Project waarbij nieuw openbaar domein en/of bovengrondse erfdienstbaarheid van openbaar nut gecreëerd wordt die bijdraagt tot de woon- en leefkwaliteit. Hiermee wordt bedoeld een groenzone, een ontbrekende trage verbinding, … . Het louter overdragen van bijvoorbeeld een restperceel of een locatie voor een hoogspanningscabine valt hier niet onder.

        Gemengde woonprojecten waarvan een aanzienlijke oppervlakte bestaat uit een functie die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde biedt voor de omgeving (vb. initiatieven voor opvang van zorgbehoevenden, een jeugdhuis, een bibliotheek, ...).

        Gemeenschappelijk wonen vanaf 6 wooneenheden.

        Het geheel van bebouwing die deel uitmaakt van een bestaand project bestaande uit meerdere wooneenheden, al dan niet in combinatie met andere functies, gerealiseerd volgens een samenhangend concept met bebouwing die sterk afwijkt van de onmiddellijke omgeving.

Per zone wordt aangegeven onder welke voorwaarden een strategisch project aanvaardbaar is. De wijzigingen zijn in geel gemarkeerd:

        Ze betrekking hebben op gemeenschappelijk wonen en dit vanaf 6 wooneenheden.

        Ze een concrete ruimtelijke meerwaarde kunnen bieden voor het centrumgebied en het omliggende woonweefsel.

        Het project ontbrekend woon- en/of buurtgroen realiseert.

        Het project ontbrekende trage verbindingen realiseert.

        Het project openbare of socio-culturele voorzieningen integreert, zoals (vb. initiatieven voor opvang van zorgbehoevenden, een jeugdhuis, een bibliotheek, een kinderopvang, ...).

        Het project waardevolle gebouwen integreert.

        Reconversie van bestaande strategische projecten.

In tweede orde is de GECORO vragende partij om strategische projecten ter advies aan de GECORO voor te leggen.

Advies: De GECORO stelt voor het toepassingsgebied en het voorschrift aan te passen overeenkomstig het bovenstaande voorstel. In tweede orde is de GECORO vragende partij om strategische projecten ter advies aan de GECORO voor te leggen.

Punten 2.2.2 en 2.2.3 De deputatie is van mening dat er onvoldoende wordt ingezet op kleinere verdichtingsprojecten. In het RUP wordt de grens voor strategische projecten op 10 wooneenheden gelegd, tenzij de aanvraag betrekking heeft op gemeenschappelijk wonen. Het RUP voorziet dat strategische projecten een meerwaarde moeten bieden aan de omgeving. De GECORO is van mening dat de vooropgestelde schaal de mogelijkheid biedt om stedenbouwkundige lasten op te leggen. Het werken met objectieve criteria is rekening houdende met rechtszekerheid een noodzaak. De GECORO is ook vragende partij dat strategische projecten voor advies worden voorgelegd aan de GECORO.

Naast deze strategische projecten stelt de GECORO voor om in de zones voor de centrumwijk en centrumgebied B kleine clusters van gesloten bebouwing toe te staan. Zo komt het RUP tegemoet aan de vraag naar kleinere verdichtingsprojecten in de groeipool.

Advies: De GECORO stelt voor om ook in de centrumwijk en centrumgebied B kleine clusters van gesloten bebouwing toe te staan.

Punt 2.2.4: In het advies van de provincie wordt ook aangestuurd op het inzetten op bijkomende bouwlagen, ook in reguliere projecten. De GECORO acht het niet nodig om de voorschriften van het RUP op dit punt te wijzigen.

Enerzijds heeft de studie kwantitatief wonen aangetoond dat de gemeente niet actief moet inzetten op bijkomende groei. Bijkomende bouwlagen zijn in deze context niet gewenst en kunnen in strijd bevonden worden met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen waar de gemeente Hulshout is gecategoriseerd als een dorpskern.

Anderzijds wil de GECORO gehoor geven aan de inspraakreacties in het kader van de startnota met een duidelijke vraag naar het behoud van het dorps karakter, meer bepaald het behoud van de twee bouwlagen bij reguliere projecten. Reguliere projecten zijn kleinschalige projecten die zich moeten integreren in bestaande straatwanden. De door de provincie voorgestelde harmonieregel komt in de praktijk dan ook neer op het voortzetten van de 2 bouwlagen die in het huidige woonweefsel voorkomen. 

Bovendien stelt de GECORO dat de vooropgestelde visie wel in overeenstemming is met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen. Hierin wordt het volgende beschreven:

De dorpskernen zijn geschikt om (beperkt) de lokale huishoudensgroei op te vangen, in verhouding tot hun profiel. … Daarbij zal het evenwicht in deze kernen vooral liggen in enerzijds het behouden van de identiteit en anderzijds de mogelijkheden binnen het bestaand ruimtebeslag en binnen de bestemming ‘woongebied’.

De GECORO verduidelijkt dat er in het RUP een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de reguliere aanvragen en de strategische projecten. Voor ‘gewone aanvragen’ in de bestaande straatwand worden eerder stringente voorschriften gehanteerd, terwijl voor strategische projecten er flexibelere voorschriften worden gehanteerd.

In het kader van de ‘strategische’ projectaanvragen zijn mogelijkheden voorzien om hoger te bouwen dan twee bouwlagen. Het maximum van twee bouwlagen geldt uitsluitend voor de ‘reguliere’ aanvragen. De GECORO geeft aan dat zij het belangrijk vindt dat er bij kleinere bouwprojecten in bestaande straatwanden rekening gehouden wordt met de schaal en het dorpse karakter van de aanwezige bebouwing. Op zich zijn punctuele hogere accenten in het bestaande weefsel wel bespreekbaar, maar deze worden bij voorkeur ingebed in een ruimer project. Vandaar dat hogere bebouwing dus enkel bij de ‘strategische’ projectaanvragen wordt mogelijk gemaakt.

De GECORO is wel vragende partij om strategische projecten met een afwijkend aantal bouwlagen ter advies voor te leggen aan de GECORO. Op die manier is er, naast de professionele beoordeling door de omgevingsambtenaar en de politieke beoordeling door het college van burgemeester en schepenen, nog een onafhankelijke derde partij die kan waken over het juiste evenwicht tussen enerzijds de meerwaarde voor de ontwikkelaar van bijvoorbeeld een extra bouwlaag en anderzijds de meerwaarde voor de omgeving en de burger van bijvoorbeeld extra buurtgroen of extra trage wegen en zo meer.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

Punt 2.2.5 De deputatie kan niet akkoord gaan met het behoud van halfopen en gesloten bebouwing in zone linten en landelijke woonentiteiten. De deputatie stuurt hier aan op een uitdoofbeleid.

De GECORO gaat uitdrukkelijk niet akkoord met een uitdoofbeleid van vergunde of vergund geachte constructies in de woonlinten. Dit zou betekenen dat een zonevreemde woning meer rechten zou hebben – de in de VCRO opgesomde basisrechten voor zonevreemde woningen – dan een zone-eigen woning. 

Bovendien is dit verzoek in strijd met het advies van het Departement. Hierin wordt aandacht gevraagd voor de overgangsmaatregelen voor hoofdzakelijke vergunde of vergund geachte constructies. De GECORO verwijst naar de aanpassingen zoals vooropgesteld in punt 1.1 van de bespreking van het advies van het Departement.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

2.3 De Deputatie wijst erop dat de definitie van ‘medische zorgverstrekker’ enkel in de toelichtende kolom is opgenomen.

Bespreking: In de verordende kolom wordt vermeld:

Kantoren, diensten en vrije beroepen, m.u.v. medische zorgverstrekkers, zijn uitsluitend toegestaan als complementaire functie en moeten voldoen aan onderstaande voorwaarden: […]

Toelichtend wordt de term ‘medische zorgverstrekkers’ als volgt omschreven:

Medische zorgverstrekkers zijn vrije beroepen waarvoor een visum nodig is van het Departement Zorg, zoals dokters, tandartsen, apothekers, psychologen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, logopedisten, … . De combinatie met een wooneenheden is voor de medische zorgverstrekkers’ niet verplicht. De inpasbaarheid in de omgeving en in het straatbeeld blijven onverkort van toepassing.

De toelichtende kolom is net bedoeld om het verordenende voorschrift waar nodig is toe te lichten. Het lijkt dan ook niet nodig om de zorgverstrekkers verordenend op te nemen. Om mogelijke discussies alsnog te vermijden, kan het begrip toegevoegd worden aan de begrippenlijst.

Advies: De GECORO stelt voor om het begrip toe te voegen aan de begrippenlijst.

2.4 De Deputatie vraagt om de voorschriften rond betaalbaar wonen in artikel 9 te versterken (zie advies uitgebracht naar aanleiding van het plenair overleg).

Bespreking: De GECORO stelt vast dat de gronden in eigendom zijn van het gemeentebestuur. De definitie kan nog verfijnd worden in de projectdefinitie voor de site. Dit zorgt dat het RUP accuraat blijft in een evolutieve visie betreft betaalbaar wonen. Er is geen noodzaak om het voorschrift uit te breiden waardoor eventuele latere wijzigingen in het concept betaalbaar wonen door het voorschrift worden geblokkeerd.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

 

3. Bezwaren in het kader van het openbaar onderzoek

De GECORO stelt vast dat er 6 bezwaarschriften werden ontvangen binnen de termijn van het openbaar onderzoek. Deze bezwaren kunnen als volgt thematische worden samengevat en beoordeeld:

3.1 De voorschriften beknotten zelfstandige activiteiten door de zoneringsaanpak van het RUP. Nu worden deze, met uitzondering van enkele kleinere initiatieven, beperkt tot het centrumgebied. De bezwaarindiener vraagt dit tevens mogelijk te maken in randwijken en woonlinten.

Bespreking: In het RUP wordt bewust gekozen voor het maximaal clusteren van handel, voorzieningen, diensten, … in de groeipool (centrum en centrumwijk). De onderlinge nabijheid van deze functies heeft een cumulatief effect. Ze versterken elkaar.

Om de clusters te faciliteren wordt er in de overige zones de mogelijkheden beperkt, maar niet volledig verboden. Geclusterd met wonen blijven er mogelijkheden behouden. De GECORO is dan ook van mening dat het RUP voldoende mogelijkheden biedt om op een kernversterkende manier zelfstandige activiteiten op maat van de gemeente toe te laten.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.2 De bezwaarindiener is van mening dat het RUP onvoldoende verdichting in de kern toelaat. De bezwaarindiener stelt volgende maatregelen voor:

        Het creëren van het bijkomende bouwlagen mogelijk maken.

        Uitbreiden van het centrumgebied.

Bespreking: Voor wat het aantal bouwlagen betreft, wordt verwezen naar de bespreking van punt 2.2.4 in het advies van de Deputatie.

Wat de uitbreiding van het centrumgebied betreft, kan verwezen worden naar de bespreking van punt 2.1. in het advies van de Deputatie. De studie kwantitatief wonen heeft aangetoond dat de gemeente niet actief moet inzetten op bijkomende groei.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.3 De bezwaarindiener vraagt om de ontwikkeling van meergezinswoningen ook mogelijk te maken buiten het huidige centrumgebied indien gelegen op wandelafstand van het centrum.

Bespreking: De GECORO heeft enerzijds begrip voor dit argument, maar stelt anderzijds wel dat dit gepaard zal gaan met een impact op de mobiliteit. De verplaatsingen van deze bijkomende huishoudens gebeuren immers niet uitsluitend, zelfs niet hoofdzakelijk, door wandelen naar het centrum, maar ook met de auto buiten het centrum. De GECORO stelt dat de mobiliteitsimpact als belangrijker moet worden beschouwd dan het begrip wandelafstand.

In tweede orde kan verwezen worden naar de bespreking van de punten 2.1 en 2.2.4 in het advies van de deputatie en bezwaar 3.2. Het voorzien van meergezinswoningen buiten het centrumgebied in reguliere projecten is niet nodig en kan niet worden verantwoord vanuit de lokale woonbehoefte en is in veel gevallen ruimtelijk niet inpasbaar op basis van de harmonieregel. Bij de strategische projecten kan over deze inpasbaarheid wel worden gewaakt.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.4 De bezwaarindiener vraagt om af te stappen van de typologie van een tweegezinswoning. Dit zorgt voor volgens de bezwaarindiener voor veel verwarring en rechtsonzekerheid. De bezwaarindiener stelt deze typologie te vervangen door twee halfopen eengezinswoningen.

Bespreking: De GECORO is van mening dat deze woontypologie niet moet worden afgeschaft en wel een meerwaarde kan hebben t.o.v. halfopen bebouwingen omwille van de mogelijkheid om op een andere wijze te schakelen, bijvoorbeeld in functie van een zongericht ontwerp. Andere voordelen zijn het behoud van het ruimtelijk voorkomen als een eengezinswoning, het behoud van bredere zijtuinstrook daar bij een tweegezinswoning de 2/3de regel wordt toegepast en bij een halfopen bebouwing niet.

In tweede orde kan worden opgemerkt dat deze woonvorm een keuze is van de ontwikkelaar/bewoner en geen verplichting.

De GECORO erkent het risico van verwarring en rechtsonzekerheid voor kandidaat-kopers. Duidelijke informatie is nodig, maar deze praktische bezwaren zijn niet van stedenbouwkundige aard. Bovendien werd deze woonvorm al geïntroduceerd in het woonomgevingsplan sinds 2018.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.5 De bezwaarindiener(s) vragen om de afwijkingsbepalingen, zoals voorzien in het woonomgevingsplan, op te nemen in de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan. Deze zijn van belang om bestaande vergunde functies in de nieuwe zones toch te kunnen behouden en te renoveren/verbouwen.

Bespreking: Er kan worden verwezen naar de bespreking van punt 1.1 in het advies van het Departement betreffende het voorzien van overgangsmaatregelen voor vergunde en vergund geachte constructies.

Advies: De in het gemeentelijk woonomgevingsplan voorziene afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies en vergunde functies moeten toegevoegd worden aan de voorschriften van het RUP.

3.6 De bezwaarindiener vraagt om meer mogelijkheden of ruimte te creëren voor sociale huisvesting.

Bespreking: De GECORO is van mening dat het principe van de rechtsgelijkheid moet worden toegepast en dat uitzonderingen voor sociale huisvesting niet moeten worden toegestaan.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.7 De bezwaarindiener stelt voor om de maximale woondichtheid bij strategische projecten te schrappen en een maximale woondichtheid beter wordt opgelegd bij reguliere projecten. De bezwaarindiener is van mening dat via een reguliere aanvraag een hogere dichtheid kan bereikt worden.

Bespreking: De GECORO is van mening dat het loslaten van een maximale dichtheid bij strategische projecten te vrijblijvend is en zal leiden tot aanvragen met een ongewenste dichtheid waarbij er geen verordenende regels zijn die voor rechtszekerheid zorgen.

De GECORO stelt ook dat het opleggen van woondichtheden in reguliere projecten, bij aanvragen op individuele percelen, tot onzinnige resultaten leidt.

De GECORO wijst ook op het feit dat in het centrumgebied er geen maximale woondichtheid wordt gehanteerd. Hier wordt volledig de kaart getrokken van verdichting.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.8 De bezwaarindiener vraagt om de perceelsbreedte voor halfopen woningen aan te passen van 10,00 m naar 9,00 m en de minimale breedte voor de tweegezinswoningen in de randwijken niet op te trekken tot 20,00 m. De bezwaarindiener vraagt ook om bij tweegezinswoningen de verplichte minimale breedte tot een diepte van 30,00 m achter de rooilijn te schrappen, naar analogie met de eengezinswoningen.

Bespreking GECORO: De GECORO heeft in haar advies van 20 maart 2024 naar aanleiding van het voorontwerp van het RUP en in functie van de plenaire vergadering van 22 maart 2024, geadviseerd om deze aanpassingen effectief door te voeren.  Er zijn geen redenen om dit standpunt te wijzigen.

Advies: De GECORO gaat akkoord met het bezwaar en adviseert om de gevraagde aanpassingen door te voeren.

3.9 De bezwaarindiener is van mening dat het minimaal aandeel aan buurtgroen in randwijken onaanvaardbaar is, zeker in combinatie met een lage woondichtheid. De bezwaarindiener stelt het openbaar karakter van het groen in vraag. Hij stelt voor om eerder in te zetten op doorwaadbaarheid van deze gebieden in combinatie met kleinere ontmoetingsplaatsen.

Bespreking: De GECORO heeft begrip voor het bezwaar en ziet de meerwaarde van doorwaadbaarheid van projectgebieden in de randwijk in. Toch erkent de GECORO het belang van (het behoud van) groene ruimte in de vorm van buurtgroen en het terugdringen of minimaliseren van de verhardingsgraad.

De GECORO is van mening dat het één (buurtgroen) het ander (doorwaadbaarheid) niet moet uitsluiten op voorwaarde dat de voorschriften worden aangevuld met een bepaling dat nuttige verhardingen in het buurtgroen onderdeel uitmaken van het percentage groen op voorwaarde dat ze niet structureel worden gebruikt voor gemotoriseerd verkeer, zoals trage wegen, brandwegen, … Deze verhardingen mogen geen functie hebben voor de ontsluiting van de woningen voor gemotoriseerd verkeer.

Daarnaast wijst de GECORO op het feit dat densere woonvormen met een klein(er) ruimtebeslag in de strategische projecten niet worden uitgesloten, integendeel, ze worden eerder gestimuleerd. Zo kan geclusterd bouwen ook de ontwikkelingskosten beperken.

Advies: De GECORO stelt voor om het percentage buurtgroen te behouden maar de voorschriften aan te vullen om duidelijk te maken dat functionele trage verbindingen, brandwegen, … die niet dienen voor het ontsluiten van de woningen met gemotoriseerd verkeer binnen de 40% groennorm vallen.

3.10 De bezwaarindiener(s) vragen in centrumgebied B een groenzone aan te duiden aanpalend bij het kerkhof. De bezwaarindiener(s) vragen om de sereniteit van de begraafplaats te vrijwaren. De bezwaarindiener suggereert volgende oplossingen:

        Het uitsluiten van meergezinswoningen in deze omgeving;

        De onbebouwde percelen te reserveren in functie van uitbreiding van de begraafplaats of groenzone.

Bespreking: De GECORO merkt op dat in de gebiedscategorie ‘wonen’ het ontwikkelen van een groenzone of een kerkhof niet is uitgesloten.

Daarnaast wordt gewezen op het feit dat bij strategische projecten het verplicht is om een minimale groenzone in te richten. Voor het centrumgebied wordt dit geregeld in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening Duurzame dorpskernen.

Het uitsluiten van meergezinswoningen en andere densere  woonvormen is net in het kader van het zowel mogelijk behouden van groene ruimte niet aangewezen. De toegelaten dichtheden waarop wordt ingezet in de groeipolen moeten in strategische projecten gepaard kunnen gaan met een zo klein mogelijk ruimtebeslag. Dit kan eventueel met kleinschalige meergezinswoningen, al dan niet in de vorm van urban villa’s. Een verbod op deze densere woonvormen zal leiden tot een groter ruimtebeslag en minder ruimte voor groen.

Daarnaast moet ook gewezen worden op het feit dat zowel bij reguliere als bij strategische projecten de vergunningverlenende overheid de taak heeft om de inpasbaarheid van een project af te toetsen. De GECORO is van mening dat het RUP en de gemeentelijke verordening samen met de decretale beoordelingselementen voldoende kapstokken bieden om deze toetsing te maken.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

De gemeenteraad volgt het gemotiveerde advies van de GECORO en de daarin voorgestelde aanpassingen of aanvullingen aan het voorlopig vastgestelde RUP behalve voor de bezwaren 3.6 en 3.8.

Bezwaar 3.6 handelt over uitzonderingen voor sociale huisvesting. De GECORO is van mening dat er geen uitzonderingen uitsluitend voor de sociale bouwmaatschappij mogen voorzien worden.

De gemeenteraad volgt de logica van de rechtsgelijkheid zoals aangehaald in het argument van de GECORO, maar verbindt hieraan een andere conclusie. In navolging van de vraag van het Departement om rechtszekerheid te bieden aan bestaande vergunde constructies, is het aangewezen om bestaande vergunde groepswoningbouwprojecten ook deze rechten te geven. Deze rechten worden dan niet alleen gegeven aan de sociale huisvestingsmaatschappij, zodat er geen sprake is van een uitzondering voor de sociale huisvestingsmaatschappij.

Immers, net zoals voor bestaande vergunde constructies afwijkingsmaatregelen nuttig worden geacht, zijn deze afwijkingsmaatregelen ook nuttig voor vergunde groepswoningbouwprojecten, of deze nu gerealiseerd werden door de sociale huisvestingsmaatschappij of door een andere actor. Reconversie van dergelijke bestaande projecten moet in de toekomst mogelijk blijven, ook al wijken de bestaande projecten af van de nieuwe verdichtingnormen. Hierbij moet wel gewaakt worden over de ruimtelijke inpasbaarheid qua schaal, dynamiek, bereikbaarheid, ...

Het geheel van bebouwing die deel uitmaakt van een bestaand project bestaande uit meerdere wooneenheden, al dan niet in combinatie met andere functies, gerealiseerd volgens een samenhangend concept met bebouwing die sterk afwijkt van de onmiddellijke omgeving, wordt beschouwd als een strategisch project. Deze bestaande projecten wijken dikwijls sterk af van de gemiddelde bouwdichtheid van de omgeving én de vooropgestelde bouwdichtheid van ‘nieuwe strategische projecten’ in de randwijken. Bestaande strategische projecten kunnen daarom gemotiveerd afwijken van de woondichtheid en het minimaal groenaandeel. De voorschriften worden overeenkomstig bovenstaande argumentatie aangepast.

De GECORO gaat akkoord met de vraag in bezwaar 3.8 om de perceelsbreedtes van half-open bebouwing en de perceelsbreedites en dieptes van tweegezinswoningen aan te passen naar respectievelijk 9 m, 18 m of de 30 m diepte te schrappen.

De gemeenteraad volgt dit advies niet. Rekening houdend met het argument opgesteld door de GECORO in verband met verschillende vragen naar extra verdichting (zie punten 2.1 en 2.2.4 in het advies van de deputatie en bezwaren 3.2 en 3.3) is het verkleinen van de perceelsbreedte niet wenselijk, noch noodzakelijk. Bovendien zou het verminderen van de perceelsbreedte leiden tot een minder goede woonkwaliteit en gebruikscomfort.

Het behoud van de minimale breedte tot een diepte van 30,00 m bij tweegezinswoningen is wenselijk omwille van de bijkomende kansen om anders te schakelen en de garantie voor een voldoende ruimte buitenruimte.

De gemeenteraad is op basis van bovenstaande argumentatie van oordeel dat er geen bijkomende aanpassingen aan het RUP moeten worden doorgevoerd naar aanleiding van bezwaar 3.8.

Samengevat stelt de gemeenteraad, op basis van voorgaande argumenten bij de behandeling van de adviezen en bezwaren naar aanleiding van het openbaar onderzoek, om de volgende aanpassingen en aanvullingen aan het RUP Woonomgevingen Hulshout aan te brengen in functie van de definitieve vaststelling:

        De in het gemeentelijk woonomgevingsplan voorziene afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies en vergunde functies worden toegevoegd aan de voorschriften van het RUP.

        Het aantal van 6 gezinnen wordt geschrapt in de terminologie bij de definitie van gemeenschappelijk wonen, maar blijft behouden in de definitie van strategische aanvragen.

        De voorschriften maken duidelijk dat het realiseren van ontbrekend woon- en buurtgroen STEEDS een vereiste is bij strategische projecten.

        De richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten worden overgenomen in het RUP, met name door verordenend vast te leggen dat de minimale breedte voor het splitsen van een perceel in de woonlinten 30 m is.

        Bij artikel 6 wordt toelichtend verduidelijkt dat grootschalige constructies niet zijn toegelaten.

        De grafische plannen krijgen duidelijke titels.

        In de centrumwijk en het centrumgebied B worden kleine clusters van gesloten bebouwing toegelaten.

        De toepassingsgebieden en de definitie van strategische projecten worden verfijnd overeenkomstig het advies van de GECORO.

        De definitie van 'medische zorgverstrekker' wordt toegevoegd aan de begrippenlijst.

        Het percentage buurtgroen in strategische projecten blijft behouden maar de voorschriften worden aangevuld om duidelijk te maken dat functionele trage verbindingen, brandwegen, … die niet dienen voor het ontsluiten van de woningen met gemotoriseerd verkeer, binnen de 40% groennorm vallen.

        Er worden uitzonderingen voorzien voor bestaande, vergunde groepswoningbouwprojecten die als een strategisch project kunnen worden beschouwd.

Er worden geen aanpassingen, schrappingen of aanvullingen doorgevoerd die niet het gevolg zijn van een advies, opmerking of bezwaarschrift uitgebracht tijdens de adviesperiode en het openbaar onderzoek.

Dit heeft geleid tot het nu voorgestelde ontwerp van gemeentelijk RUP Woonomgevingen Hulshout, dat uit de volgende documenten bestaat:

        procesnota

        toelichtingsnota

        grafisch plan

        stedenbouwkundige voorschriften

        register van percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn

Het RUP zal eveneens de voorschriften van de verkavelingen gelegen binnen het plangebied, zoals weergegeven op het grafisch plan opheffen, waarbij de kavelgrenzen wel behouden blijven.

Financiële weerslag

Beleidsdoelstelling

BD000001 Kwaliteitsvolle, duurzame, veilige leefomgeving.

Actieplan

AP000009 Werk maken van de versterking van de centrumfunctie van de dorpskernen.

Actie

AC000090 Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken voor de woonkernen van Hulshout, Westmeerbeek en Houtvenne.

MJP-nummer

MJP000162

Beschikbaar krediet

112.593,26 euro

Totaal krediet

112.907,15 euro

Na bespreking,

BESLUIT: 12 stemmen voor: Joost Verhaegen, Hilde Van Looy, Karolien Laeremans, Geert Daems, Rigo Huyskens, Jos Voet, Rist Heylen, Tania Vrindts, Geert Vermunicht, Britt De Ceuster, Kristina Van den Heuvel en Elien Bergmans
8 stemmen tegen: Gust Van den Bruel, Kurt Albert, Sofie Van Lommel, Kurt Winkelmans, Dorien Van Opstal, Katrien Monsecour, Luc Van den Vonder en Danny Mattheus
0 onthoudingen
Motivatie stem tegen Gust Van den Bruel: Dit voorstel zou moeten verdaagd worden naar de volgende legislatuur omdat er dan een nieuwe beleidsploeg en een nieuwe GECORO zich kan over buigen.

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Hulshout, zoals opgesteld door studiebureau IOK-plangroep en aangepast zoals bovenstaand weergegeven, definitief vast te stellen. Dit RUP bestaat uit de volgende documenten:

        procesnota

        toelichtingsnota

        grafisch plan

        stedenbouwkundige voorschriften

        register van percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn

Artikel 2:

De gemeenteraad beslist om de voorschriften van de verkavelingen gelegen binnen het plangebied, zoals weergegeven op het grafisch plan en opgelijst in de toelichtingsnota, op te heffen, waarbij de kavelgrenzen van de betreffende verkavelingen behouden blijven.

Tenzij anders vermeld worden alle kavels binnen de verkaveling opgeheven.

De voorschriften van loten 4 t.e.m. 8 van de verkaveling VK 5413 (order 129) worden opgeheven, voor loten 1,2,3 en 9 blijven de voorschriften van toepassing.

De voorschriften van loten 1 t.e.m. 3 van de verkaveling VK 5706 (order 339) worden opgeheven, voor lot 4 blijven de voorschriften van toepassing.

De voorschriften van lot 2 van de verkaveling VK 5766 (order 373) worden opgeheven, voor lot 1 blijven de voorschriften van toepassing.

De voorschriften van loten 2 en 3 van de verkaveling VK 5491 (order 194) worden opgeheven, voor lot 1 blijven de voorschriften van toepassing.

De voorschriften van loten 1 t.e.m. 5 van de verkaveling VK 5625 (order 289) worden opgeheven, voor lot 6 blijven de voorschriften van toepassing.

De voorschriften van loten 2 en3 van de verkaveling VK 5403 (order 119) worden opgeheven, voor lot 1 blijven de voorschriften van toepassing.

De voorschriften van loten 1 t.e.m. 3 van de verkaveling VK 5636 (order 297) worden opgeheven, voor lot 4 blijven de voorschriften van toepassing.

Artikel 3:

Het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de GECORO wordt via aangetekend schrijven bezorgd aan de deputatie en aan het Departement Omgeving, overeenkomstig artikel 2.2.22 van de VCRO.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.5. BESLISSING RUP Woonomgevingen Westmeerbeek. Definitieve vaststelling.

MOTIVERING:

Feiten en context

        28 juli 1978: Koninklijk besluit houdende de definitieve vaststelling van het gewestplan Herentals-Mol.

        19 april 2007: Besluit van de Deputatie over de definitieve goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Hulshout.

        3 september 2018: De gemeenteraad keurt het gemeentelijk woonomgevingsplan versie juli 2018, zoals opgesteld door IOK-plangroep, goed.

        23 november 2020: Het college van burgemeester en schepenen stelt IOK-plangroep aan als 'in-house' ontwerper van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Woonomgevingen Westmeerbeek en keurt het ontwerp van procesnota goed voor het RUP Woonomgevingen Westmeerbeek.

        16 januari 2023: Het college van burgemeester en schepenen keurt de startnota en aangepaste procesnota goed voor het RUP Woonomgevingen Westmeerbeek.

        10 februari 2023 - 11 april 2023: De eerste raadpleging van de bevolking naar aanleiding van de goedgekeurde start- en procesnota van het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Westmeerbeek.

        14 februari 2023: Participatiemoment door middel van een infomarkt in GC Ijzermael.

        20 maart 2023: Aanstelling IOK-plangroep voor de bijkomende studie 'kwantitatief wonen Hulshout' ter ondersteuning van de opmaak van het RUP Woonomgevingen Westmeerbeek.

        18 december 2023: Toelichting door IOK-plangroep over het RUP Woonomgevingen Westmeerbeek aan de gemeenteraad.

        19 februari 2024: Het college van burgemeester en schepenen keurt de scopingsnota en een geüpdatet procesnota goed van het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Westmeerbeek. In de scopingsnota werden de ontvangen adviezen naar aanleiding van de startnota en de inspraakreacties van de eerste raadpleging van de bevolking verwerkt en werd bekeken hoe met deze adviezen en inspraakreacties moest omgegaan worden.

        19 februari 2024: Het college van burgemeester en schepenen keurt het voorontwerp grafische plannen, toelichtingsnota en stedenbouwkundige voorschriften van het RUP Woonomgevingen van Westmeerbeek goed in functie van de plenaire vergadering.

        22 maart 2024: Er werd een plenaire vergadering gehouden over het voorontwerp van RUP Woonomgevingen Westmeerbeek waarbij de volgende instanties werden uitgenodigd

        GECORO Hulshout

        Departement Omgeving

        Deputatie van de provincie Antwerpen

        Deputatie van de provincie Vlaams - Brabant

        Gemeente Westerlo

        Gemeente Herselt

        Gemeente Heist-op-den-Berg

        Gemeente Begijnendijk

        Vlaams Energieagentschap

        Agentschap Onroerend Erfgoed

        Agentschap Wonen-Vlaanderen

        Agentschap voor Natuur en Bos

        Agentschap Wegen en Verkeer

        De Lijn

        De Vlaamse Waterweg

        Departement Mobiliteit en Openbare Werken

        Dienst Integraal Waterbeleid provincie Antwerpen

        OVAM

        Vlaamse Landmaatschappij

        Team Externe Veiligheid

        Onderstaande adviesinstanties hebben voorafgaand aan de plenaire vergadering van 22 maart 2024 een schriftelijk advies uitgebracht:

        GECORO Hulshout: aanwezig op de vergadering

        Agentschap Onroerend Erfgoed: niet aanwezig op de vergadering

        Departement Mobiliteit en Openbare Werken: niet aanwezig op de vergadering

        Gemeente Heist-op-den-Berg: aanwezig op de vergadering

        Gemeente Herselt: niet aanwezig op de vergadering

        Deputatie van de provincie Antwerpen: aanwezig op de vergadering

        Departement Omgeving: niet aanwezig op de vergadering

        Vlaamse Landmaatschappij: niet aanwezig op de vergadering

        OVAM: niet aanwezig op de vergadering

        Er werd een verslag opgesteld van de plenaire vergadering waarin alle adviezen werden besproken alsook een weergave van de bespreking ervan met de aanwezig adviesinstanties. In dit verslag wordt weergegeven hoe met de adviezen wordt omgesprongen in functie van het opstellen van het ontwerp van RUP voor de voorlopige vaststelling door de gemeenteraad.

        Naar aanleiding van de plenaire vergadering van 22 maart 2024 en de daarbij gestelde adviezen over het goedgekeurde voorontwerp, werden door de stuurgroep en het studiebureau IOK-plangroep aanpassingen aangebracht aan de plannen en documenten van het RUP.

        17 april 2024: Het Team Omgevingseffecten bevestigt dat er geen plan-MER moet opgesteld worden voor het voorliggende RUP Woonomgevingen Westmeerbeek.

        17 april 2024: Het Team Omgevingseffecten bevestigt dat er geen ruimtelijk veiligheidsrapport nodig is bij het RUP Woonomgevingen Westmeerbeek.

        29 april 2024: De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk RUP Woonomgevingen Westmeerbeek voorlopig vast. Het voorlopig vastgestelde RUP Woonomgevingen Westmeerbeek bestaat uit de volgende documenten:

        procesnota

        toelichtingsnota

        grafisch plan

        stedenbouwkundige voorschriften

        register van percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn

        27 mei 2024 - 26 juli 2024: Openbaar onderzoek naar aanleiding van de voorlopige vaststelling van het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Westmeerbeek door de gemeenteraad. Er werden negen bezwaren ingediend.

        18 juli 2024: De deputatie van de provincie Antwerpen brengt advies uit over het voorlopig vastgestelde RUP Woonomgevingen Westmeerbeek. Het integrale advies is in bijlage toegevoegd aan dit besluit.

        22 juli 2024: Het Departement Omgeving brengt advies uit over het voorlopig vastgestelde RUP Woonomgevingen Westmeerbeek. Het integrale advies is in bijlage toegevoegd aan dit besluit.

        28 augustus 2024: De GECORO van Hulshout heeft in een fysieke zitting ingevolge artikel 2.2.21.§5 de uitgebrachte adviezen, opmerkingen en bezwaren gebundeld en heeft gemotiveerd advies gegeven aan de gemeenteraad hieromtrent. De notulen van de GECORO zijn in bijlage toegevoegd bij deze beslissing. Het advies van de GECORO en hoe er mee wordt omgesprongen, wordt verder toegelicht in de argumentatie.

Juridische gronden

        23 september 1997: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 17 december 1997 wat de bindende bepalingen betreft.

        12 december 2003: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van een herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 19 maart 2004 wat de bindende bepalingen betreft.

        15 mei 2009: Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, in zonderheid Titel II, hoofdstuk II, afdeling 4 en bijhorende uitvoeringsbesluiten.

        17 december 2010: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van een tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 25 februari 2011 wat de bindende bepalingen betreft.

        22 december 2017: Decreet Lokaal Bestuur: artikel 41.

        20 juli 2018: Goedgekeurde strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

        26 oktober 2023: Besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen over de definitieve vaststelling van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen, zoals in werking getreden op 13 februari 2024.

Adviezen

        Onderstaande adviesinstanties hebben voorafgaand aan de plenaire vergadering van 22 maart 2024 een schriftelijk advies uitgebracht:

        GECORO Hulshout

        Agentschap Onroerend Erfgoed

        Departement Mobiliteit en Openbare Werken

        Gemeente Heist-op-den-Berg

        Gemeente Herselt

        Deputatie van de provincie Antwerpen

        Departement Omgeving

        Vlaamse Landmaatschappij

        OVAM

        De schriftelijke adviezen en het verslag van de plenaire vergadering van 22 maart 2024 zijn als bijlage toegevoegd en zijn integraal raadpleegbaar op het dsi-platform van de Vlaamse overheid via volgende link: https://dsi.omgeving.vlaanderen.be/dossier-detail/ab3b16e0-50f4-44dd-aefc-a68219206a12

        28 februari 2024: Het Team Omgevingseffecten bevestigt dat er geen plan-MER moet opgesteld worden voor het voorliggende RUP Woonomgevingen Westmeerbeek.

        17 april 2024: Het Team Omgevingseffecten bevestigt dat er geen plan-MER moet opgesteld worden voor het voorliggende RUP Woonomgevingen Westmeerbeek.

Argumentatie

De gemeente Hulshout stelt een RUP Woonomgevingen voor de deelgemeente Westmeerbeek op met als doel het gemeentelijk woonomgevingsplan met bijhorend richtlijnenboek te vertalen in een ruimer stedenbouwkundig en ruimtelijk kader, om een gemeentelijk ruimtelijk beleid met meer slagkracht te bekomen.

De gemeente wenst een combinatie van instrumenten te hanteren om een zo sterk mogelijk ruimtelijk beleid te kunnen voeren.

Dit RUP Woonomgevingen Westmeerbeek is het gekozen instrument om gebiedsgerichte aspecten in een verordenend beleid uit te werken.

Het RUP vertrekt van de ruimtelijke basis die is gelegd met het woonomgevingsplan. De afbakening van het plangebied wordt bijgevolg gevormd door het (diverse) woongebied dat is afgebakend op het gewestplan.

Het RUP zal daarom voornamelijk vorm krijgen als een overdruk-RUP.

De gemeente Hulshout beschikt sinds september 2018 over een woonomgevingsplan met bijhorend richtlijnenhandboek. Dit plan werd opgemaakt om te komen tot een ruimtelijke visie voor de woongebieden in de gemeente, met duidelijke handvaten voor het vergunningenbeleid. Hiertoe werd het geheel van gebieden met een woonbestemming opgedeeld in een aantal samenhangende ‘woonomgevingen’. Voor iedere woonomgeving werden er ook gebiedsgerichte richtlijnen uitgewerkt, die vastleggen wat mogelijk is in elke woonomgeving rekening houdend met de eigenheid van het aanwezige woonweefsel.

De gemeente heeft dit document opgemaakt als een eerste stap in het uitzetten van een doordacht ruimtelijk woonbeleid. Vandaag wenst de gemeente het woonomgevingsplan en het richtlijnenhandboek te gaan doorvertalen in een stedenbouwkundig kader met verordenende kracht. Dit moet de gemeente meer slagkracht geven in haar ruimtelijke beleid.

Voor de vertaalslag naar een verordenend kader, kiest de gemeente ervoor om te werken met een doordachte combinatie van de beschikbare instrumenten uit de ruimtelijke ordening. Elk instrument wordt daarbij ingezet vanuit zijn specifieke mogelijkheden en sterktes, en regelt die zaken waarvoor het meest geschikt is. De meer gebiedsgerichte aspecten worden verankerd in het RUP. Dit document zal in belangrijke

mate de ruggengraat vormen voor het ruimtelijke beleid in de woongebieden. De meer generieke onderdelen van het richtlijnenhandboek zullen worden opgenomen in een stedenbouwkundige verordening die op dit moment in opmaak is en zal worden afgestemd op de krachtlijnen van het RUP.

Er wordt voor elke deelkern een afzonderlijk RUP opgemaakt.

Watertoets

Op basis van de getoetste elementen kan een gunstige beoordeling gebeuren met betrekking tot de watertoets op planniveau:

        De planinhoud geeft geen aanleiding tot een significant nadelig of schadelijk effect op het watersysteem.

        Op basis van de voorziene reguliere maatregelen en randvoorwaarden kan met andere woorden geconcludeerd worden dat het plan verenigbaar is met de doelstellingen en beginselen van de gecoördineerde decreten betreffende het integraal waterbeleid (waterwetboek).

        De doelstellingen zoals bedoeld in artikel 1.2.2 van het waterwetboek werden in acht genomen bij de opmaak van het plan. Daarbij werd uitgegaan van de relevante beginselen zoals geformuleerd in artikel 1.2.3.

        Volgende voorwaarden en maatregelen werden ingewerkt in de relevante artikels van de stedenbouwkundige voorschriften en/of het grafisch plan:

        Bij nieuwe ontwikkelingen binnen het RUP dient de watergevoeligheid van het gebied steeds als beoordelingspunt mee in rekening worden gebracht bij vergunningsaanvragen. Indien de locatie toch bebouwing toelaat, dient er overstromingsveilig te worden gebouwd: de vloerpas van de woningen dient te worden verhoogd, maar op de omliggende delen (tuin), dient het oorspronkelijk maaiveld maximaal behouden blijven om zo de ruimte voor water niet weg te nemen.

        Waar niet op de riolering verbonden met een RWZI kan worden aangesloten, dient voorzien te worden in een individuele waterzuivering.

Volgende aanbeveling zijn uitgewerkt in het RUP of zijn uitgewerkt in de aanvullende gemeentelijke stedenbouwkundige verordening Duurzame dorpskernen:

        Verhardingen maximaal beperken.

        Het voorzien van verhardingen zo maximaal mogelijk voorzien in waterdoorlatende verharding om de infiltratie ter plaatse naar de ondergrond zo groot mogelijk te houden.

Er kan met andere woorden geconcludeerd worden dat het plan de doelstellingen en beginselen, vermeld in artikel 1.2.2, 1.2.3 en 1.2.4 van de gecoördineerde decreten betreffende het integraal waterbeleid (het waterwetboek), in acht heeft genomen.

Advies GECORO op basis van artikel 2.2.21.§5 van de VCRO

De GECORO van Hulshout bracht op 28 augustus 2024 het volgende advies uit aan de gemeenteraad (het integrale advies wordt tevens toegevoegd als bijlage aan dit besluit):

 

De GECORO stelt vast dat de adviezen van het Departement Omgeving en de Deputatie van de provincie Antwerpen binnen de adviestermijn werden uitgebracht. Overeenkomstig artikel 2.2.21.§5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening worden deze adviezen integraal toegevoegd bij het advies van de GECORO.

De GECORO beoordeelt deze adviezen als volgt:

1. Advies Departement Omgeving

Dit advies kan als volgt samengevat worden en beoordeeld:

1.1 Er zijn geen overgangsmaatregelen voorzien voor hoofdzakelijk vergunde en vergund geachte constructies.

Bespreking: Het is wenselijk dat vergunde of vergund geachte constructies voldoende rechtszekerheid hebben en kunnen verbouwd worden zolang er geen bijkomende elementen in strijd zijn met de voorschriften.

Advies: De in het gemeentelijk woonomgevingsplan voorziene afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies en vergunde functies moeten toegevoegd worden aan de voorschriften van het RUP.

1.2 De definitie van gemeenschappelijk wonen stelt dat er pas sprake is van gemeenschappelijk wonen vanaf 6 gezinnen. Kleinere initiatieven moeten ook mogelijk zijn.

Bespreking: De GECORO gaat akkoord dat kleinere initiatieven voor gemeenschappelijk wonen mogelijk moeten zijn in het kader van ‘slimme verdichting’, inspelend op de demografische evolutie naar kleinere gezinnen. De GECORO stelt wel dat de voorwaarde van 6 gezinnen om in aanmerking te komen voor een strategisch project nuttig blijft, daar de ruimtelijke impact van dergelijke projecten groot kunnen zijn.

Advies: Het aantal van 6 gezinnen moet geschrapt worden in de terminologie, maar moet behouden blijven in de definitie van strategische aanvragen.

1.3 Het voorschrift voor de randwijken mag niet leiden tot een afbouw van de huidige densiteit en moet rekening houden met demografische evolutie binnen de groep van ouderen en kleinere gezinnen.

Bespreking: De GECORO is van mening dat het huidige voorschrift voor de randwijk – ééngezinswoning in open bebouwing of tweegezinswoning in open bebouwing bij een minimale perceelsbreedte van 20 m – in combinatie met de afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies, niet zal leiden tot een afbouw van de huidige densiteit. De bestaande, vergunde constructies hebben rechtszekerheid. En de introductie van de tweegezinswoningen zorgen voor een hogere densiteit, zonder bijkomend ruimtebeslag en met een toename van een mix met kleinere woongelegenheden.

Bovendien is het aangewezen om woningen voor ouderen eerder te stimuleren in de centrumgebieden en centrumwijken. In deze zones zijn handel, voorzieningen en alternatieve mobiliteitsvormen aanwezig op wandel- en fietsafstand, terwijl dit veel minder het geval is in de randwijken.

Het RUP heeft bovendien ook oog voor levenslang wonen in eigen buurt door andere woonvormen toe te staan in strategische projecten. Ten slotte wordt in de bijhorende stedenbouwkundige verordening duurzame dorpskernen ingezet op aanpasbare en aangepaste woningen in functie van het opvangen van de vergrijzing.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

1.4 Het Departement is van mening dat het voorzien van ontbrekend woon- en/of buurtgroen geen vrijblijvende voorwaarden is. Deze moet onderzocht worden bij elke strategische aanvraag.

Bespreking: Het ruimtelijk uitvoeringsplan dient samen gelezen te worden met de stedenbouwkundige verordening. In de verordening wordt een minimale groennorm opgelegd bij strategische projecten.

Elk binnengebied dient te voorzien in woon- en buurtgroen.

Advies: Het voorschrift in het RUP dient te worden bijgesteld zodat duidelijk is dat het realiseren van ontbrekend woon- en buurtgroen STEEDS een vereiste is.

 

1.5 Het Departement stelt voor om artikel 4.1.  – Binnengebieden met kernondersteunend buurtgroen – aan te vullen met verweving en kleinschalige meergezinswoningen.

Bespreking: Er is in Westmeerbeek geen zone voorzien met artikel 4.1.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

1.6 Het Departement vraagt om een fasering toe te voegen aan de aan te snijden binnengebieden.

Bespreking: Het ruimtelijk uitvoeringsplan is een uitvoering van de bindende en richtinggevende bepalingen van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS). Hierin werd geen fasering opgenomen. De GECORO is van mening dat het juridisch verankeren van een ‘nieuwe’ fasering mogelijks de rechtszekerheid van de eigenaars zou hypothekeren.

In het RUP wordt voorzien dat het ontwikkelen van een binnengebied enkel mogelijk is als strategisch en kernversterkend project. De kwaliteitslat wordt hoog gelegd. Er is een differentiatie voorzien in de ontwikkelingskansen (woondichtheid) van de binnengebieden afhankelijk van hun ligging. Dit zorgt impliciet voor een fasering. Goed gelegen binnengebieden met een hoger ontwikkelingspotentieel zullen mogelijks eerder ontwikkeld worden.

Ondergeschikt merkt de GECORO op dat gebaseerd op het verleden er geen onaanvaardbare ontwikkelingsdruk zal ontstaan op deze binnengebieden.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

Het Departement gaat niet akkoord met het behoud van de mogelijkheid om in artikel 5 Woonlint en landelijke woonentiteit bijkomende wooneenheden toe te staan. Dit leidt tot verdere intensivering en versterkt de verlinting, wat niet aanvaardbaar is.

Bespreking: De GECORO verwijst naar het richtinggevend deel van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan:

Het vrijliggend aanbod in de linten bestaat voornamelijk uit kleine, middelgrote en grote percelen. Vanuit het RSPA wordt in linten gestreefd naar ongeveer 6 wooneenheden/ha. Deze ontdichting zal voor Hulshout in principe de volgende richtlijnen inhouden:

        Bestaande kleine en middelgrote kavels (< 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Samenvoegen van kleinere kavels tot grote kavels draagt bij tot de ontdichting en kan gestimuleerd worden.

        Bestaande grote kavels (> 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Opsplitsing tot kleinere kavels kan toegestaan worden indien de kavelbreedte van de nieuwe kavels minimaal 30 meter is. Het ontdichtingsprincipe wordt op die manier behouden.

        De ‘gaten’ tussen de linten (niet tot de woonzone ingekleurde percelen) blijven gevrijwaard van bebouwing en zullen ook niet tot woonzone worden ingekleurd.

Advies: De GECORO stelt voor om de richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten door te vertalen in het ruimtelijk uitvoeringsplan en de voorschriften overeenkomstig te wijzigen.

1.8 Het Departement is van mening dat het RUP in artikel 5 Woonlint en landelijke woonentiteit onvoldoende inzet op omkeerbaar bouwen en ontharden.

Bespreking: Het ontharden en omkeerbaar bouwen wordt nagestreefd, maar de GECORO is van mening dat het ruimtelijk uitvoeringsplan hier niet het meest geschikte instrument voor is.  In de gemeentelijke verordening Duurzame dorpskernen wordt hierop wel ingezet door middel van een minimale tuinzone (onverharde en onbebouwde zone).

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

1.9 Het Departement is van mening dat artikel 6 – medegebruik woonuitbreidingsgebied – niets toevoegt aan de beperkingen die het decreet woonreservegebieden invoerde, noch aan de mogelijkheden inzake medegebruik die decretaal geregeld worden (artikel 4.4.4 en 4.4.5 VCRO). Laten deze voorschriften niet meer bebouwing toe?  Het Departement adviseert om artikel 6 niet te behouden.

Bespreking: Het artikel 6 is toegevoegd in functie van de leesbaarheid van het RUP. Op deze wijze kan er helder gecommuniceerd worden naar de burger over de (on)mogelijkheden van een vrijgavebesluit. Er wordt voorgesteld om toelichtend bijkomende duiding op te nemen om duidelijk te maken dat grootschalige constructies niet wenselijk zijn overeenkomstig de desbetreffende decretaal bepaalde mogelijkheden.

Advies: De GECORO stelt voor om toelichtend te verduidelijken dat grootschalige constructies niet zijn toegelaten in artikel 6.

1.10 Het Departement vindt de deelplannen verwarrend. Diverse artikelen worden in de legende niet als overdruk weergegeven.

Bespreking: De deelplannen werden gehanteerd omwille van de leesbaarheid. De GECORO is van mening dat er geen wijzigingen aan de deelplannen noodzakelijk zijn. Wel wenst de GECORO te laten onderzoeken of de leesbaarheid nog verhoogd kan worden door duidelijker titelbladen te maken voor de deelplannen.

Advies: De GECORO stelt voor om duidelijker titelbladen toe te voegen aan de grafische plannen.

1.11 De economische kern overlapt gedeeltelijk met andere zones dan centrumgebied. In combinatie met de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening is het moeilijk om een buitenruimte te creëren bij de woning boven een andere functie.

Bespreking: De GECORO gaat akkoord dat er geen tegenstelling mag bestaan tussen het RUP en de verordening. De GECORO stelt dat voor zover de ruimtelijke logica het toelaat er een maximale afstemming moet gebeuren tussen de aanduiding van de economische kern en de afbakening van het centrumgebied.

Advies: Kleine fragmenten waar de economische kern buiten het centrumgebied vallen, zeker als ze in de randwijk liggen, geven aanleiding tot het aanpassen van de economische kern in functie van de afbakening van het centrumgebied in het RUP. In Westmeerbeek is dit enkel het geval aan de kruispunten van Hoogzand met Dreef en de Jozef Michielsstraat. De GECORO stelt voor de afbakening van de economische kern aan te passen en ter verduidelijken volgens onderstaande figuur:

 

 

1.12 Op figuur 7 op pagina 18 van de toelichtingsnota staat de KMO-zone langs de Netestraat aangeduid binnen de contour van het onderzoeksgebied.

Bespreking: De figuur in kwestie heeft betrekking op het onderzoeksgebied en niet op het plangebied.

Advies: Om verwarring te vermijden, wordt de figuur best aangepast.

 

2 Advies Deputatie provincie Antwerpen 

Dit advies kan als volgt samengevat worden en beoordeeld:

2.1 Het RUP is, volgens de Deputatie, niet in overeenstemming met volgende passage van het GRS: “Bij de linten buiten het hoofddorp wordt waar nog mogelijk een ontdichtingsbeleid gevoerd. Het komt erop neer het aandeel open bebouwing binnen de afgelijnde kern af te remmen en langs uitgeruste wegen meer combinaties te maken met halfopen en gesloten bebouwing.”

Bespreking: De Deputatie verwijst enerzijds naar het fragment op pagina 117 van het GRS:

Binnen de afgelijnde kern is het aangewezen om naar hogere dichtheden te streven. Het cijfer van 15 wo/ha kan gehanteerd worden als een richtcijfer. In de kern van de gemeente kan men echter streven naar hogere dichtheden van 25 wo/ha. In de praktijk komt het er op neer om het aandeel open bebouwing af te remmen en langs uitgeruste wegen meer combinaties te maken met halfopen en gesloten bebouwing. Realisaties op niet uitgeruste gronden zullen voor het globale project een bruto woningdichtheid van 15 wo/ha nastreven.

Westmeerbeek is volgens het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen een dorpskern. Dorpskernen zijn volgens het beleidsplan niet geschikt om bijkomende groei op te vangen van stedelijke kernen of strategische dorpskernen. Beperkte groei in functie van lokale opvang van huishoudens is mogelijk om te vermijden dat er buiten de dorpskernen bijkomend wordt bijgebouwd (bron: Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen).

Om de herkomst van de groei te detecteren werd in de studie “Kwantitatief Wonen” een foto genomen van de e- en immigratie. In 2021 zien we dat de groei van de gemeente volledig voortkomt uit migratie met andere gemeenten. De natuurlijke bevolking daalt. De migratie gebeurt hoofdzakelijk binnen de provincie Antwerpen. 41,9 % van de netto immigratie voor Hulshout is afkomstig uit Heist-op-den-Berg (bron: Studie kwantitatief Wonen). Hulshout vangt met andere woorden een deel van de groei van de stedelijke kernen op.

Het totale woonaanbod in Westmeerbeek overstijgt 8,1 maal de woonbehoefte. Rekening houdende met realistische ontwikkelingskansen heeft Westmeerbeek bijna vier keer zoveel aanbod dan er woonbehoefte is (zie studie Kwantitatief wonen). De berekening van de woonbehoefte is gebaseerd op demografische prognoses (https://provincies.incijfers.be/databank) en houdt geen rekening met de beleidsmatige gewenste ontwikkelingen zoals onder meer voorzien in het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen.

Er kan met andere woorden geconcludeerd worden dat Westmeerbeek niet actief moet inzetten op bijkomende groei en zeker niet buiten de groeipool. Dit werkt het “aanzuigeffect” vanuit “Stedelijke kernen” in de hand én is niet noodzakelijk voor de opvang van de eigen bevolkingsgroei.

Rekening houdende met deze vaststelling wordt in het RUP eerder ingezet op een “afremmend” scenario buiten de groeipool. Dit wil zeggen dat bestaande ontwikkelingskansen binnen het woongebied worden bijgestuurd in functie van een kernversterkend beleid.

In het RUP wordt ingezet op de afbakening van een groeipool bestaande uit centrumgebied en centrumwijk. Buiten deze groeipool wordt er bewust gekozen om niet verder in te zetten op het verdichten van het bestaand patrimonium. Dit zou het mogelijke bouwpotentieel nog vergroten.

Binnen de groeipool kan nog wel worden ingezet op bijkomende verdichting voor kleinschalige combinaties van halfopen en gesloten bebouwing, zoals in het GRS wordt voorgesteld. Op deze manier wordt er meer verdichting mogelijk via kleinere projecten.

Anderzijds verwijst de deputatie naar het fragment van het GRS op pagina 123:

Het vrijliggend aanbod in de linten bestaat voornamelijk uit kleine, middelgrote en grote percelen. Vanuit het RSPA wordt in linten gestreefd naar ongeveer 6 wooneenheden/ha. Deze ontdichting zal voor Hulshout in principe de volgende richtlijnen inhouden:

        Bestaande kleine en middelgrote kavels (< 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Samenvoegen van kleinere kavels tot grote kavels draagt bij tot de ontdichting en kan gestimuleerd worden.

        Bestaande grote kavels (> 30 meter kavelbreedte) kunnen worden ingevuld rekening houdend met de plaatselijke toestand. Opsplitsing tot kleinere kavels kan toegestaan worden indien de kavelbreedte van de nieuwe kavels minimaal 30 meter is. Het ontdichtingsprincipe wordt op die manier behouden.

        De ‘gaten’ tussen de linten (niet tot de woonzone ingekleurde percelen) blijven gevrijwaard van bebouwing en zullen ook niet tot woonzone worden ingekleurd.

De GECORO stelt voor om de richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten door te vertalen in het ruimtelijk uitvoeringsplan.

De GECORO is van mening dat, rekening houdende met de bijsturing betreffende de woonlinten, het RUP in overeenstemming is met het GRS. Ondergeschikt merkt de GECORO op dat tijdens de plenaire vergadering over het RUP Woonomgevingen Westmeerbeek gehouden op 22 maart 2024 geen opmerking werd gemaakt betreft het niet conform zijn met het GRS.

Advies: De GECORO stelt voor om de richtlijnen van het GRS betreffende het creëren van nieuwe loten in woonlinten door te vertalen in het ruimtelijk uitvoeringsplan en de voorschriften overeenkomstig te wijzigen. Bijkomstig stelt de GECORO voor om ook in de centrumwijk kleine clusters van gesloten bebouwing toe te staan.

2.2 De deputatie stelt dat het RUP mogelijks niet in overeenstemming is met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA).. De voorschriften van de reguliere aanvragen staan ver af van de visie op Levendige kernen uit het PBRA. De Deputatie is van mening dat de voorschriften niet inzetten op zuinig ruimtegebruik of kernversterking. De Deputatie vreest dat er op termijn open ruimte moet worden aangesneden omdat de mogelijkheden binnen de afgebakende kern volledig benut zijn volgens het RUP.

2.2.1 De Deputatie vindt de definitie van een strategisch project niet duidelijk. Wanneer is een maatschappelijke meerwaarde belangrijk (genoeg)? Ook het ‘criterium ‘concrete ruimtelijke meerwaarde’ is voor interpretatie vatbaar? 

2.2.2 De Deputatie is van mening dat er onvoldoende wordt ingezet op kleinere verdichtingsprojecten.

2.2.3 De Deputatie is van mening dat hoger bouwen ook buiten strategische projecten mogelijk moet zijn. De Deputatie stelt voor om te werken met een harmonieregel voor zowel reguliere als strategische aanvragen, in plaats van in de volledige kern een dichtheid van 2 bouwlagen (excl. dakverdieping).

2.2.4 De Deputatie kan niet akkoord gaan met het behoud van gesloten bebouwing in de zone ‘linten en landelijke woonentiteiten’. Hier is een uitdoofbeleid wenselijk.

2.2.5 De Deputatie stelt vast dat er in de voorschriften in artikel 2 centrumgebied melding wordt gemaakt van een zone A en B, terwijl dit niet wordt toegepast in het grafisch plan.

Bespreking: Punt 2.2.1: De GECORO stelt voor het toepassingsgebied en het voorschrift voor strategische projecten te verfijnen:

De GECORO stelt voor de definitie als volgt bij te sturen. Wijzigingen zijn in geel gemarkeerd:

Strategische projecten zijn (gemengde) woonprojecten:

        Projecten waarvan wonen de hoofdfunctie is en waarbij minimum de helft van de woonentiteiten grondgebonden woningen zijn, gelegen langsheen de straatwand, bestaande uit min. 10 wooneenheden.

        Andere (gemengde) woonprojecten met een oppervlakte van minimaal 0,5 ha.

        Project waarbij nieuw openbaar domein en/of bovengrondse erfdienstbaarheid van openbaar nut gecreëerd wordt die bijdraagt tot de woon- en leefkwaliteit. Hiermee wordt bedoeld een groenzone, een ontbrekende trage verbinding, … . Het louter overdragen van bijvoorbeeld een restperceel of een locatie voor een hoogspanningscabine valt hier niet onder.

        Gemengde woonprojecten waarvan een aanzienlijke oppervlakte bestaat uit een functie die een belangrijke maatschappelijke meerwaarde biedt voor de omgeving (vb. initiatieven voor opvang van zorgbehoevenden, een jeugdhuis, een bibliotheek, ...).

        Gemeenschappelijk wonen vanaf 6 wooneenheden.

        Het geheel van bebouwing die deel uitmaakt van een bestaand project bestaande uit meerdere wooneenheden, al dan niet in combinatie met andere functies, gerealiseerd volgens een samenhangend concept met bebouwing die sterk afwijkt van de onmiddellijke omgeving.

Per zone wordt aangegeven onder welke voorwaarden een strategisch project aanvaardbaar is. De wijzigingen zijn in geel gemarkeerd:

        Ze betrekking hebben op gemeenschappelijk wonen en dit vanaf 6 wooneenheden.

        Ze een concrete ruimtelijke meerwaarde kunnen bieden voor het centrumgebied en het omliggende woonweefsel.

        Het project ontbrekend woon- en/of buurtgroen realiseert.

        Het project ontbrekende trage verbindingen realiseert.

        Het project openbare of socio-culturele voorzieningen integreert, zoals (vb. initiatieven voor opvang van zorgbehoevenden, een jeugdhuis, een bibliotheek, een kinderopvang, ...).

        Het project waardevolle gebouwen integreert.

        Reconversie van bestaande strategische projecten.

In tweede orde is de GECORO vragende partij om strategische projecten ter advies aan de GECORO voor te leggen.

Advies: De GECORO stelt voor het toepassingsgebied en het voorschrift aan te passen overeenkomstig het bovenstaande voorstel. In tweede orde is de GECORO vragende partij om strategische projecten ter advies aan de GECORO voor te leggen.

Punt 2.2.2 De deputatie is van mening dat er onvoldoende wordt ingezet op kleinere verdichtingsprojecten. In het RUP wordt de grens voor strategische projecten op 10 wooneenheden gelegd, tenzij de aanvraag betrekking heeft op gemeenschappelijk wonen. Het RUP voorziet dat strategische projecten een meerwaarde moeten bieden aan de omgeving. De GECORO is van mening dat de vooropgestelde schaal de mogelijkheid biedt om stedenbouwkundige lasten op te leggen. Het werken met objectieve criteria is rekening houdende met rechtszekerheid een noodzaak. De GECORO is ook vragende partij dat strategische projecten voor advies worden voorgelegd aan de GECORO.

Naast deze strategische projecten stelt de GECORO voor om in de zone voor de centrumwijk kleine clusters van gesloten bebouwing toe te staan. Zo komt het RUP tegemoet aan de vraag naar kleinere verdichtingsprojecten in de groeipool.

Advies: De GECORO stelt voor om ook in de centrumwijk kleine clusters van gesloten bebouwing toe te staan.

Punt 2.2.3: In het advies van de provincie wordt ook aangestuurd op het inzetten op bijkomende bouwlagen, ook in reguliere projecten. De GECORO acht het niet nodig om de voorschriften van het RUP op dit punt te wijzigen.

Enerzijds heeft de studie kwantitatief wonen aangetoond dat de gemeente niet actief moet inzetten op bijkomende groei. Bijkomende bouwlagen zijn in deze context niet gewenst en kunnen in strijd bevonden worden met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen waar de gemeente Hulshout is gecategoriseerd als een dorpskern.

Anderzijds wil de GECORO gehoor geven aan de inspraakreacties in het kader van de startnota met een duidelijke vraag naar het behoud van het dorps karakter, meer bepaald het behoud van de twee bouwlagen bij reguliere projecten. Reguliere projecten zijn kleinschalige projecten die zich moeten integreren in bestaande straatwanden. De door de provincie voorgestelde harmonieregel komt in de praktijk dan ook neer op het voortzetten van de 2 bouwlagen die in het huidige woonweefsel voorkomen. 

Bovendien stelt de GECORO dat de vooropgestelde visie wel in overeenstemming is met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen. Hierin wordt het volgende beschreven:

De dorpskernen zijn geschikt om (beperkt) de lokale huishoudensgroei op te vangen, in verhouding tot hun profiel. … Daarbij zal het evenwicht in deze kernen vooral liggen in enerzijds het behouden van de identiteit en anderzijds de mogelijkheden binnen het bestaand ruimtebeslag en binnen de bestemming ‘woongebied’.

De GECORO verduidelijkt dat er in het RUP een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de reguliere aanvragen en de strategische projecten. Voor ‘gewone aanvragen’ in de bestaande straatwand worden eerder stringente voorschriften gehanteerd, terwijl voor strategische projecten er flexibelere voorschriften worden gehanteerd.

In het kader van de ‘strategische’ projectaanvragen zijn mogelijkheden voorzien om hoger te bouwen dan twee bouwlagen. Het maximum van twee bouwlagen geldt uitsluitend voor de ‘reguliere’ aanvragen. De GECORO geeft aan dat zij het belangrijk vindt dat er bij kleinere bouwprojecten in bestaande straatwanden rekening gehouden wordt met de schaal en het dorpse karakter van de aanwezige bebouwing. Op zich zijn punctuele hogere accenten in het bestaande weefsel wel bespreekbaar, maar deze worden bij voorkeur ingebed in een ruimer project. Vandaar dat hogere bebouwing dus enkel bij de ‘strategische’ projectaanvragen wordt mogelijk gemaakt.

De GECORO is wel vragende partij om strategische projecten met een afwijkend aantal bouwlagen ter advies voor te leggen aan de GECORO. Op die manier is er, naast de professionele beoordeling door de omgevingsambtenaar en de politieke beoordeling door het college van burgemeester en schepenen, nog een onafhankelijke derde partij die kan waken over het juiste evenwicht tussen enerzijds de meerwaarde voor de ontwikkelaar van bijvoorbeeld een extra bouwlaag en anderzijds de meerwaarde voor de omgeving en de burger van bijvoorbeeld extra buurtgroen of extra trage wegen en zo meer.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

Punt 2.2.4 De deputatie kan niet akkoord gaan met het behoud van halfopen en gesloten bebouwing in zone linten en landelijke woonentiteiten. De deputatie stuurt hier aan op een uitdoofbeleid.

De GECORO gaat uitdrukkelijk niet akkoord met een uitdoofbeleid van vergunde of vergund geachte constructies in de woonlinten. Dit zou betekenen dat een zonevreemde woning meer rechten zou hebben – de in de VCRO opgesomde basisrechten voor zonevreemde woningen – dan een zone-eigen woning. 

Bovendien is dit verzoek in strijd met het advies van het Departement. Hierin wordt aandacht gevraagd voor de overgangsmaatregelen voor hoofdzakelijke vergunde of vergund geachte constructies. De GECORO verwijst naar de aanpassingen zoals vooropgesteld in punt 1.1 van de bespreking van het advies van het Departement.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

Punt 2.2.5. Er bestaan geen zones A of B in het centrumgebied van Westmeerbeek. In tegenstelling tot de bewering van de Deputatie dat er wel dergelijke gebieden zijn vermeld in artikel 2 van de voorschriften, blijkt dit niet het geval te zijn. Allicht heeft de Deputatie verward met het RUP van Hulshout, waar dergelijke zones A en B wel in het centrumgebied zijn vastgelegd.

Bijkomstig merkt de GECORO wel op dat in de toelichtende kolom bovenaan p. 3 bij het betreffende artikel 2 in de eerste zin per vergissing over de kern van Houtvenne wordt gesproken.

Advies: De GECORO vraagt om in de toelichtende kolom op p. 3 de verwijzing naar Houtvenne te vervangen door de correcte verwijzing naar Westmeerbeek.

2.3 De Deputatie wijst erop dat de definitie van ‘medische zorgverstrekker’ enkel in de toelichtende kolom is opgenomen.

Bespreking: In de verordende kolom wordt vermeld:

Kantoren, diensten en vrije beroepen, m.u.v. medische zorgverstrekkers, zijn uitsluitend toegestaan als complementaire functie en moeten voldoen aan onderstaande voorwaarden: […]

Toelichtend wordt de term ‘medische zorgverstrekkers’ als volgt omschreven:

Medische zorgverstrekkers zijn vrije beroepen waarvoor een visum nodig is van het Departement Zorg, zoals dokters, tandartsen, apothekers, psychologen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, logopedisten, … . De combinatie met een wooneenheden is voor de medische zorgverstrekkers’ niet verplicht. De inpasbaarheid in de omgeving en in het straatbeeld blijven onverkort van toepassing.

De toelichtende kolom is net bedoeld om het verordenende voorschrift waar nodig is toe te lichten. Het lijkt dan ook niet nodig om de zorgverstrekkers verordenend op te nemen. Om mogelijke discussies alsnog te vermijden, kan het begrip toegevoegd worden aan de begrippenlijst.

Advies: De GECORO stelt voor om het begrip toe te voegen aan de begrippenlijst.

2.4 De Deputatie vraagt om de voorschriften rond betaalbaar wonen in artikel 9 (volgens het advies van de Deputatie; in het RUP van Westmeerbeek is er in feite geen artikel 9; het betwiste artikel rond betaalbaar wonen is artikel 8) te versterken (zie advies uitgebracht naar aanleiding van het plenair overleg).

Bespreking: De GECORO stelt vast dat de gronden in eigendom zijn van het gemeentebestuur. De definitie kan nog verfijnd worden in de projectdefinitie voor de site. Dit zorgt dat het RUP accuraat blijft in een evolutieve visie betreft betaalbaar wonen. Er is geen noodzaak om het voorschrift uit te breiden waardoor eventuele latere wijzigingen in het concept betaalbaar wonen door het voorschrift worden geblokkeerd.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

2.5 Er ligt een bedrijf in de zone 6 ‘medegebruik WUG’. De overdruk kan gevolgen hebben voor het bedrijf, aangezien bedrijvigheid geen toegelaten functie is. De Deputatie vraagt geen uitspraken over de economische ruimte te doen zonder onderzoek. Minstens moet de verduidelijking rond zonevreemde basisrechten in de verordende kolom worden voorzien. Daarnaast wordt er nu verwezen naar ‘vergunde zonevreemde infrastructuur.’ De Deputatie vraagt deze omschrijving aan te passen naar de definitie van de VCRO (e.g. constructies).

Bespreking: De GECORO stelt dat het artikel enkel een aanvullend voorschrift is in functie van recreatief medegebruik. Het onderliggende gewestplan blijft ongewijzigd.

Advies: De GECORO stelt voor om in de voorschriften te verduidelijken dat de aanvullende voorschriften zich niet uitspreken over de mogelijkheden met betrekking tot bestaande bedrijvigheid.

3. Bezwaren in het kader van het openbaar onderzoek

De GECORO stelt vast dat er 9 bezwaarschriften werden ontvangen binnen de termijn van het openbaar onderzoek. Deze bezwaren kunnen als volgt thematische worden samengevat en beoordeeld:

3.1 De voorschriften beknotten zelfstandige activiteiten door de zoneringsaanpak van het RUP. Nu worden deze, met uitzondering van enkele kleinere initiatieven, beperkt tot het centrumgebied. De bezwaarindiener vraagt dit tevens mogelijk te maken in randwijken en woonlinten.

Bespreking: In het RUP wordt bewust gekozen voor het maximaal clusteren van handel, voorzieningen, diensten, … in de groeipool (centrum en centrumwijk). De onderlinge nabijheid van deze functies heeft een cumulatief effect. Ze versterken elkaar.

Om de clusters te faciliteren wordt er in de overige zones de mogelijkheden beperkt, maar niet volledig verboden. Geclusterd met wonen blijven er mogelijkheden behouden. De GECORO is dan ook van mening dat het RUP voldoende mogelijkheden biedt om op een kernversterkende manier zelfstandige activiteiten op maat van de gemeente toe te laten.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.2 De bezwaarindiener is van mening dat het RUP onvoldoende verdichting in de kern toelaat. De bezwaarindiener stelt volgende maatregelen voor:

        Het creëren van het bijkomende bouwlagen mogelijk maken.

        Uitbreiden van het centrumgebied.

Bespreking: Voor wat het aantal bouwlagen betreft, wordt verwezen naar de bespreking van punt 2.2.3 in het advies van de Deputatie.

Wat de uitbreiding van het centrumgebied betreft, kan verwezen worden naar de bespreking van punt 2.1 in het advies van de Deputatie. De studie kwantitatief wonen heeft aangetoond dat de gemeente niet actief moet inzetten op bijkomende groei.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.3 De bezwaarindiener vraagt om de ontwikkeling van meergezinswoningen ook mogelijk te maken buiten het huidige centrumgebied indien gelegen op wandelafstand van het centrum.

Bespreking: De GECORO heeft enerzijds begrip voor dit argument, maar stelt anderzijds wel dat dit gepaard zal gaan met een impact op de mobiliteit. De verplaatsingen van deze bijkomende huishoudens gebeuren immers niet uitsluitend, zelfs niet hoofdzakelijk, door wandelen naar het centrum, maar ook met de auto buiten het centrum. De GECORO stelt dat de mobiliteitsimpact als belangrijker moet worden beschouwd dan het begrip wandelafstand.

In tweede orde kan verwezen worden naar de bespreking van de punten 2.1. en 2.2.3 in het advies van de deputatie en bezwaar 3.2. Het voorzien van meergezinswoningen buiten het centrumgebied in reguliere projecten is niet nodig en kan niet worden verantwoord vanuit de lokale woonbehoefte en is in veel gevallen ruimtelijk niet inpasbaar op basis van de harmonieregel. Bij de strategische projecten kan over deze inpasbaarheid wel worden gewaakt.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.4 De bezwaarindiener vraagt om af te stappen van de typologie van een tweegezinswoning. Dit zorgt voor volgens de bezwaarindiener voor veel verwarring en rechtsonzekerheid. De bezwaarindiener stelt deze typologie te vervangen door twee halfopen eengezinswoningen.

Bespreking: De GECORO is van mening dat deze woontypologie niet moet worden afgeschaft en wel een meerwaarde kan hebben t.o.v. halfopen bebouwingen omwille van de mogelijkheid om op een andere wijze te schakelen, bijvoorbeeld in functie van een zongericht ontwerp. Andere voordelen zijn het behoud van het ruimtelijk voorkomen als een eengezinswoning, het behoud van bredere zijtuinstrook daar bij een tweegezinswoning de 2/3de regel wordt toegepast en bij een halfopen bebouwing niet.

In tweede orde kan worden opgemerkt dat deze woonvorm een keuze is van de ontwikkelaar/bewoner en geen verplichting.

De GECORO erkent het risico van verwarring en rechtsonzekerheid voor kandidaat-kopers. Duidelijke informatie is nodig, maar deze praktische bezwaren zijn niet van stedenbouwkundige aard. Bovendien werd deze woonvorm al geïntroduceerd in het woonomgevingsplan sinds 2018.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.5 De bezwaarindiener(s) vragen om de afwijkingsbepalingen, zoals voorzien in het woonomgevingsplan, op te nemen in de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan. Deze zijn van belang om bestaande vergunde functies in de nieuwe zones toch te kunnen behouden en te renoveren/verbouwen.

Bespreking: Er kan worden verwezen naar de bespreking van punt 1.1 in het advies van het Departement betreffende het voorzien van overgangsmaatregelen voor vergunde en vergund geachte constructies.

Advies: De in het gemeentelijk woonomgevingsplan voorziene afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies en vergunde functies moeten toegevoegd worden aan de voorschriften van het RUP.

3.6 De bezwaarindiener vraagt om meer mogelijkheden of ruimte te creëren voor sociale huisvesting.

Bespreking: De GECORO is van mening dat het principe van de rechtsgelijkheid moet worden toegepast en dat uitzonderingen voor sociale huisvesting niet moeten worden toegestaan.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.7 De bezwaarindiener stelt voor om de maximale woondichtheid bij strategische projecten te schrappen en een maximale woondichtheid beter wordt opgelegd bij reguliere projecten. De bezwaarindiener is van mening dat via een reguliere aanvraag een hogere dichtheid kan bereikt worden.

Bespreking: De GECORO is van mening dat het loslaten van een maximale dichtheid bij strategische projecten te vrijblijvend is en zal leiden tot aanvragen met een ongewenste dichtheid waarbij er geen verordenende regels zijn die voor rechtszekerheid zorgen.

De GECORO stelt ook dat het opleggen van woondichtheden in reguliere projecten, bij aanvragen op individuele percelen, tot onzinnige resultaten leidt.

De GECORO wijst ook op het feit dat in het centrumgebied er geen maximale woondichtheid wordt gehanteerd. Hier wordt volledig de kaart getrokken van verdichting.

Advies: Er is geen aanpassing nodig.

3.8 De bezwaarindiener vraagt om de perceelsbreedte voor halfopen woningen aan te passen van 10,00 m naar 9,00 m en de minimale breedte voor de tweegezinswoningen in de randwijken niet op te trekken tot 20,00 m. De bezwaarindiener vraagt ook om bij tweegezinswoningen de verplichte minimale breedte tot een diepte van 30,00 m achter de rooilijn te schrappen, naar analogie met de eengezinswoningen.

Bespreking GECORO: De GECORO heeft in haar advies van 20 maart 2024 naar aanleiding van het voorontwerp van het RUP en in functie van de plenaire vergadering van 22 maart 2024, geadviseerd om deze aanpassingen effectief door te voeren.  Er zijn geen redenen om dit standpunt te wijzigen.

Advies: De GECORO gaat akkoord met het bezwaar en adviseert om de gevraagde aanpassingen door te voeren.

3.9 De bezwaarindiener is van mening dat het minimaal aandeel aan buurtgroen in randwijken onaanvaardbaar is, zeker in combinatie met een lage woondichtheid. De bezwaarindiener stelt het openbaar karakter van het groen in vraag. Hij stelt voor om eerder in te zetten op doorwaadbaarheid van deze gebieden in combinatie met kleinere ontmoetingsplaatsen.

Bespreking: De GECORO heeft begrip voor het bezwaar en ziet de meerwaarde van doorwaadbaarheid van projectgebieden in de randwijk in. Toch erkent de GECORO het belang van (het behoud van) groene ruimte in de vorm van buurtgroen en het terugdringen of minimaliseren van de verhardingsgraad.

De GECORO is van mening dat het één (buurtgroen) het ander (doorwaadbaarheid) niet moet uitsluiten op voorwaarde dat de voorschriften worden aangevuld met een bepaling dat nuttige verhardingen in het buurtgroen onderdeel uitmaken van het percentage groen op voorwaarde dat ze niet structureel worden gebruikt voor gemotoriseerd verkeer, zoals trage wegen, brandwegen, … Deze verhardingen mogen geen functie hebben voor de ontsluiting van de woningen voor gemotoriseerd verkeer.

Daarnaast wijst de GECORO op het feit dat densere woonvormen met een klein(er) ruimtebeslag in de strategische projecten niet worden uitgesloten, integendeel, ze worden eerder gestimuleerd. Zo kan geclusterd bouwen ook de ontwikkelingskosten beperken.

Advies: De GECORO stelt voor om het percentage buurtgroen te behouden maar de voorschriften aan te vullen om duidelijk te maken dat functionele trage verbindingen, brandwegen, … die niet dienen voor het ontsluiten van de woningen met gemotoriseerd verkeer binnen de 40% groennorm vallen.

3.10 De bezwaarindiener verzoekt een deel van een perceel gelegen in natuurgebied waarop een woning aanwezig is, die volgens de bezwaarindiener aansluit op de woonkern, te herbestemmen naar woongebied door middel van het voorliggende ruimtelijk uitvoeringsplan, waarbij volgende argumenten worden gehanteerd:

3.10.1 De bezwaarindiener is van mening dat de scoop van het ruimtelijk uitvoeringsplan onvoldoende wordt gemotiveerd.

3.10.2 De bezwaarindiener is van mening dat in het licht van het arrest van het Hof van Cassatie (Cass. 16 juni 2022, C.21.0219.N) het tot de verplichting van het gemeentebestuur van Hulshout behoort om via de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan uitvoering te geven aan het beleid dat zij in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan vooropstelde.

3.10.3 De bezwaarindiener is van mening dat het herbestemmen van het perceel in lijn ligt met de doelstellingen van het RUP, meer bepaald “het duidelijk aflijnen van de woonkern, waarbinnen verdichting kan worden doorgevoerd”.  Bovendien wijst de bezwaarindiener erop dat er wel herbestemmingen worden doorgevoerd door het herbestemmen van zonevreemde woningen gelegen in woonuitbreidingsgebied. De bezwaarindiener is van mening dat er geen precedentwaarde zal gecreëerd worden, doordat enkel zijn woning gelegen is in natuurgebied.

Bespreking: Punt 3.10.1 Uit de doelstelling van het RUP blijkt duidelijk dat de scoop van het RUP betrekking heeft op de gebieden met de bestemming woongebied in ruime zin. De GECORO is van mening dat de scoop van het RUP wel voldoende gemotiveerd werd. De vraag naar het al dan niet herbestemmen van woningen buiten de gebiedscategorie wonen, maar die wel aansluiten aan de woonkern, vallen buiten de scoop van dit RUP.

Verder wijst de GECORO erop dat wijzigingen aan het definitief vastgestelde RUP ten opzichte van het voorlopig vastgestelde plan alleen kunnen worden aangebracht indien ze gebaseerd zijn op of voortvloeien uit de tijdens het openbaar onderzoek geformuleerde bezwaren en opmerkingen, of uit de adviezen, uitgebracht door de aangewezen diensten en overheden, of uit het advies van de GECORO.

De definitieve vaststelling van het plan mag echter geen betrekking hebben op delen van het grondgebied die niet opgenomen zijn in het voorlopig vastgestelde plan. Het uitbreiden van de plancontour is juridisch niet mogelijk. Percelen of delen van percelen die bij de voorlopige vaststelling van het RUP niet in het grafisch plan zijn opgenomen kunnen geen voorwerp zijn van wijzigingen bij de definitieve vaststelling van het RUP. Dit wordt juridisch verankerd in artikel 2.2.21§6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Punt 3.10.2. In eerste orde is de GECORO van mening dat nergens een verplichting bestaat dat er in DIT RUP uitvoering moet gegeven worden aan ALLE verplichtingen uit het GRS. De scoop van dit RUP is altijd geweest om een uitspraak te doen over de gebieden met de bestemming woongebied in ruime zin. Het is veel logischer dat de vraag van de bezwaarindiener, indien dit nog zou kunnen (cf. infra), wordt onderzocht in een plan met de scoop zonevreemde woningen, zodat het unieke geval van de bezwaarindiener kan onderzocht worden in het kader van een onderzoek naar gelijkaardige gevallen.

De GECORO betreurt wel dat het GRS al 17 jaar oud is en dat het bestuur er niet is in geslaagd om binnen een redelijk termijn alle verplichtingen uit het GRS uit te voeren.

In tweede orde wijst de GECORO op het feit dat parallel aan de opmaak van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte de provincie Antwerpen de Gemeentelijke Ruimtelijke Structuurplannen (GRS'en) van de gemeenten op haar grondgebied heeft gescreend op mogelijke strijdigheden met het Provinciaal Beleidsplan. De provincieraad van oktober 2023 heeft in die GRS'en onderdelen aangeduid die niet langer geldig zijn omwille van hun strijdigheid met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte.

Specifiek in het GRS van Hulshout heeft de Deputatie het ontwikkelingsperspectief voor zonevreemde woningen op pagina 158 van het GRS geschrapt. Dit deel van het bezwaarschrift blijft met andere woorden zonder voorwerp. Het is zelfs nog maar de vraag dat de gemeente in de toekomst een RUP kan opstellen op basis van deze geschrapte passage in het GRS daar de Deputatie allicht zal beargumenteren dat dat RUP strijdig is met het Provinciaal Beleidsplan Ruimte.

Punt 3.10.3 De vooropgestelde herbestemmingen in het RUP hebben enkel betrekking binnen de gebiedscategorie ‘wonen’, niet op andere gebiedscategorieën. Bovendien wenst de GECORO opnieuw te verwijzen naar artikel 2.2.21§6 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Advies: Er is geen aanpassing nodig of mogelijk.

3.11 De bezwaarindiener vraagt om de delen van percelen in eigendom gelegen aan de Heide en Bunderstraat te herbestemmen van woonuitbreidingsgebied naar woongebied op basis volgende argumenten:

        De bezwaarindiener is van mening dat de ontwikkelingsmogelijkheden onevenredig worden beperkt. De percelen gelegen in de Bunderstraat liggen wel volledig in woongebied.

        De bezwaarindiener is van mening dat de betrokken motivering ontoereikend is. Hun percelen zijn immers niet gelegen in overstromingsgevoelig gebied. De bezwaarindiener is van mening dat de motivatie van het ontbreken van een locatieonderzoek onvoldoende gemotiveerd wordt.

        De bezwaarindiener is van mening dat het onduidelijk is waarom de overdruk medegebruik woonuitbreidingsgebied noodzakelijk is op deze locatie. De bezwaarindiener wijst op het feit dat het feitelijk gebruik van het goed, meer bepaald tuinzone, niet wordt opgenomen in artikel 6 van de verordenende voorschriften. De bezwaarindiener stelt de vraag waarom het gebruik van woonuitbreidingsgebied wordt beperkt.

        De bezwaarindiener is van mening dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschaad. De tuinen van de bezwaarindiener wordt niet als woongebied beschouwd, terwijl dat de percelen van hun buren vb. Goorstraat wel volledige ontwikkelingsmogelijkheden genieten.

De bezwaarindiener vraag in ondergeschikte orde de functie ‘tuin’ mee op te nemen in de verordenende voorschriften.

Bespreking: Er werd geen locatie onderzoek gevoerd, doordat het gevraagde in het bezwaar betrekking heeft op de voorliggende percelen. De percelen zijn vooraan gelegen in woongebied én dit over een ruime diepte (circa 50,00 m). Dit is ruim voldoende om bijgebouwen en niet-overdekte constructies in te richten. De diepere percelen zijn wel degelijk achteraan WEL gelegen in woonuitbreidingsgebied en niet in woongebied.

De percelen die wel worden herbestemd van woonuitbreidingsgebied naar woongebied, waarnaar de bezwaarschriftindieners verwijzen in hun bezwaarschrift, zijn volledig gelegen in woonuitbreidingsgebied. Door de ligging in een verkaveling zijn deze woningen ook niet zonevreemd. Er is met andere woorden geen sprake van het schenden van het gelijkheidsbeginsel.

De GECORO stelt ook vast dat in de voorschriften van artikel 6 nergens een verbod staat op het gebruik van de gronden als tuin bij vergunde woningen. De GECORO heeft wel begrip voor het argument om de functie tuin te verduidelijkingen in artikel 6.

Advies: De GECORO adviseert om de gevraagde herbestemming niet door te voeren maar wel om het artikel 6 aan te vullen zodat het juridisch duidelijker is dat de delen gelegen in het artikel kunnen worden gebruikt als bouwvrije tuinzone bij vergunde woningen.

3.12 De bezwaarindiener merkt op dat op pagina 77 van de toelichtingsnota niet alle onbebouwde kavels zijn aangeduid op figuur 49 ‘onbebouwde lot in WUG’. Deze kavels werden ook niet bijgeteld in de bijhorende tekst op pagina 77.

Bespreking: Ook al heeft de passage geen verordenende kracht, toch acht de GECORO het wenselijk dat deze vergissing wordt rechtgezet.

Advies: De afbeelding op p. 77 ‘onbebouwde lot in WUG’ en de bijhorende tekst moeten aangepast worden.

3.13 De bezwaarindiener vraagt om de volledige Hooivelden op te nemen in de zone van randwijk in plaats dat een gedeeltelijk is opgenomen in centrumwijk. Dit zou zorgen voor meer uniformiteit in Hooivelden én in de Door Van Dijckstraat.

Bovendien vraag de bezwaarindiener om de huidige zonering van het woonomgevingsplan niet te vertalen in het RUP maar rekening te houden met de typologie in de straat.

Bespreking: De GECORO gaat niet akkoord met de in het bezwaar voorgestelde wijziging van de afbakening tussen centrumwijk en randwijk ter hoogte van de Hooivelden – Door Van Dijckstraat  - Ramselsesteenweg, omwille van twee redenen:

        De voorgestelde verschuiving is ruimtelijk niet logisch voor de halfopen bebouwingen in de Ramselsesteenweg.

        De voorgestelde verschuiving zorgt ervoor dat een zoneringsgrens grotendeels door achtertuinen van de woningen in Hooivelden komt te liggen in plaats van op een perceelsgrens. Hierdoor is de exacte bepaling van de bestemming mogelijks voor interpretatie vatbaar. Dit kan vermeden worden door de afbakening te laten samenvallen met een perceelsgrens.

De GECORO heeft wel begrip voor het argument dat moet gekeken worden naar de ‘straattypologie’. Er wordt met name bezorgdheid uitgesproken dat de Hooivelden wel voldoende breed is uitgerust om de verdichtingsstrategie die in de centrumwijk mogelijk is op een verkeersveilige en leefbare manier kan verwerken.

De GECORO stelt een alternatieve verschuiving in de afbakening voor waarin voor zowel de bekommernis van de verkeersveiligheid en leefbaarheid als de vrijwaring van de ruimtelijke logica in de Ramselsesteenweg, een oplossing wordt geboden. Bovendien wordt in het alternatieve voorstel de afbakening opnieuw op perceelsgrenzen gelegd.

Advies: De GECORO stelt voor dat de volgende aanpassing in de afbakening van randwijk en centrumwijk ter hoogte van de Hooivelden/Door Van Dijckstraat op het grafisch plan wordt doorgevoerd.

 

 

De gemeenteraad volgt het gemotiveerde advies van de GECORO en de daarin voorgestelde aanpassingen of aanvullingen aan het voorlopig vastgestelde RUP behalve voor de bezwaren 3.6, 3.8 en 3.13.

Bezwaar 3.6 handelt over uitzonderingen voor sociale huisvesting. De GECORO is van mening dat er geen uitzonderingen uitsluitend voor de sociale bouwmaatschappij mogen voorzien worden.

De gemeenteraad volgt de logica van de rechtsgelijkheid zoals aangehaald in het argument van de GECORO, maar verbindt hieraan een andere conclusie. In navolging van de vraag van het Departement om rechtszekerheid te bieden aan bestaande vergunde constructies, is het aangewezen om bestaande vergunde groepswoningbouwprojecten ook deze rechten te geven. Deze rechten worden dan niet alleen gegeven aan de sociale huisvestingsmaatschappij, zodat er geen sprake is van een uitzondering voor de sociale huisvestingsmaatschappij.

Immers, net zoals voor bestaande vergunde constructies afwijkingsmaatregelen nuttig worden geacht, zijn deze afwijkingsmaatregelen ook nuttig voor vergunde groepswoningbouwprojecten, of deze nu gerealiseerd werden door de sociale huisvestingsmaatschappij of door een andere actor. Reconversie van dergelijke bestaande projecten moet in de toekomst mogelijk blijven, ook al wijken de bestaande projecten af van de nieuwe verdichtingnormen. Hierbij moet wel gewaakt worden over de ruimtelijke inpasbaarheid qua schaal, dynamiek, bereikbaarheid, ...

Het geheel van bebouwing die deel uitmaakt van een bestaand project bestaande uit meerdere wooneenheden, al dan niet in combinatie met andere functies, gerealiseerd volgens een samenhangend concept met bebouwing die sterk afwijkt van de onmiddellijke omgeving, wordt beschouwd als een strategisch project. Deze bestaande projecten wijken dikwijls sterk af van de gemiddelde bouwdichtheid van de omgeving én de vooropgestelde bouwdichtheid van ‘nieuwe strategische projecten’ in de randwijken. Bestaande strategische projecten kunnen daarom gemotiveerd afwijken van de woondichtheid en het minimaal groenaandeel. De voorschriften worden overeenkomstig bovenstaande argumentatie aangepast.

De GECORO gaat akkoord met de vraag in bezwaar 3.8 om de perceelsbreedtes van half-open bebouwing en de perceelsbreedtes en dieptes van tweegezinswoningen aan te passen naar respectievelijk 9 m, 18 m of de 30 m diepte te schrappen.

De gemeenteraad volgt dit advies niet. Rekening houdend met het argument opgesteld door de GECORO in verband met verschillende vragen naar extra verdichting (zie punten 2.1 en 2.2.3 in het advies van de deputatie en bezwaren 3.2 en 3.3) is het verkleinen van de perceelsbreedte niet wenselijk, noch noodzakelijk. Bovendien zou het verminderen van de perceelsbreedte leiden tot een minder goede woonkwaliteit en gebruikscomfort.

Het behoud van de minimale breedte tot een diepte van 30,00 m bij tweegezinswoningen is wenselijk omwille van de bijkomende kansen om anders te schakelen en de garantie voor een voldoende ruimte buitenruimte.

De gemeenteraad is op basis van bovenstaande argumentatie van oordeel dat er geen bijkomende aanpassingen aan het RUP moeten worden doorgevoerd naar aanleiding van bezwaar 3.8.

De gemeenteraad sluit zich aan bij het advies van de GECORO over bezwaar 3.13 voor wat betreft het afwijzen van de door de bezwaarindieners voorgestelde aanpassing van de grens tussen centrumwijk en randwijk ter hoogte van de Hooivelden. De argumenten van de GECORO terzake en de conclusie worden overgenomen.

De gemeenteraad sluit zich niet aan bij het door de GECORO zelf voorgestelde alternatief en dit op basis van volgende argumenten:

        De GECORO stelt dat de door de bezwaarindieners voorgestelde verschuiving ruimtelijk niet logisch is voor de halfopen bebouwingen in de Ramselsesteenweg. Hetzelfde kan echter gesteld worden van de halfopen bebouwingen in de Hooivelden 1 en 3, 7 en 9 en 13 en 15. Het is duidelijk dat deze woonomgeving past in de logica van de centrumwijk en niet de randwijk.

        Het alternatieve voorstel van de GECORO om de bovenvermelde woningen uit de centrumwijk te halen, zou betekenen dat deze halfopen woningen alleen nog op basis van de afwijkingsregels kunnen bebouwd worden. Dit is niet wenselijk.

        Het argument dat de Hooivelden onvoldoende breed is uitgerust om de verdichtingsstrategie die in de centrumwijk mogelijk is op een verkeersveilige en leefbare manier te verwerken in plaats van de verdichtingsstrategie in de randwijk, is niet correct of fundamenteel van aard. Zo kan de straat in de toekomst breder uitgevoerd worden, waardoor dit argument volledig wegvalt. Maar in hoofdzaak is in deze specifieke ruimtelijke context het effect van de verschillende verdichtingsmogelijkheden tussen randwijk en centrumwijk zeer beperkt. In de randwijk kunnen tweegezinswoningen toegelaten worden op 20 m brede percelen. In de centrumwijk kan dit op 18 m bij open bebouwing, of op 15 m bij halfopen bebouwing. Er kan in de centrumwijk ook gekozen worden voor ééngezinswoningen in halfopen bebouwing met een minimale perceelsbreedte van 10 m per gekoppelde woning. Rekening houdende met het aanwezig bouwpotentieel zou dit binnen de voorgestelde zone een toename betekenen van maximaal 1 tot 2 woningen. Er kan bezwaarlijk worden aangenomen dat deze beperkte toename de capaciteit van de voorliggende weg zou overstijgen.

De gemeenteraad is op basis van bovenstaande argumentatie van oordeel dat er geen bijkomende aanpassingen aan het RUP moeten worden doorgevoerd naar aanleiding van bezwaar 3.13.

Samengevat stelt de gemeenteraad, op basis van voorgaande argumenten bij de behandeling van de adviezen

en bezwaren naar aanleiding van het openbaar onderzoek, om de volgende aanpassingen en aanvullingen aan

het RUP Woonomgevingen Westmeerbeek aan te brengen in functie van de definitieve vaststelling:

        De in het gemeentelijk woonomgevingsplan voorziene afwijkingsbepalingen voor vergunde constructies en vergunde functies worden toegevoegd aan de voorschriften van het RUP.

        Het aantal van 6 gezinnen wordt geschrapt in de terminologie bij de definitie van gemeenschappelijk wonen, maar blijft behouden in de definitie van strategische aanvragen.

        De voorschriften maken duidelijk dat het realiseren van ontbrekend woon- en buurtgroen STEEDS een vereiste is bij strategische projecten.

        De richtlijnen van het GRS over het creëren van nieuwe loten in woonlinten worden overgenomen in het RUP, met name door verordenend vast te leggen dat de minimale breedte voor het splitsen van een perceel in de woonlinten 30 m is.

        Bij artikel 6 wordt toelichtend verduidelijkt dat grootschalige constructies niet zijn toegelaten. Eveneens wordt in de toelichtende kolom duidelijk gemaakt dat vergunde zone-vreemde constructies nog steeds worden gevat door de basisrechten van de VCRO. En er wordt toelichtend ook duidelijk gesteld dat de zone ook kan worden gebruikt voor het inrichten van een bouwvrije tuinzone.

        De grafische plannen krijgen duidelijke titels.

        In de centrumwijk worden kleine clusters van gesloten bebouwing toegelaten.

        De toepassingsgebieden en de definitie van strategische projecten worden verfijnd overeenkomstig het advies van de GECORO.

        De definitie van 'medische zorgverstrekker' wordt toegevoegd aan de begrippenlijst.

        Het percentage buurtgroen in strategische projecten blijft behouden maar de voorschriften worden aangevuld om duidelijk te maken dat functionele trage verbindingen, brandwegen, … die niet dienen voor het ontsluiten van de woningen met gemotoriseerd verkeer, binnen de 40% groennorm vallen.

        Er worden uitzonderingen voorzien voor bestaande, vergunde groepswoningbouwprojecten die als een strategisch project kunnen worden beschouwd.

        De overdruk economische kern wordt bij kleine fragmenten met overlapping buiten het centrumgebied aangepast. De tegenstelling tussen RUP en verordening wordt daarnaast opgelost door een aanpassing in de verordening.

        De afbeelding op p. 77 ‘onbebouwde lot in WUG’ en de bijhorende tekst in de toelichtende nota zijn aangepast.

Er worden geen aanpassingen, schrappingen of aanvullingen doorgevoerd die niet het gevolg zijn van een advies, opmerking of bezwaarschrift uitgebracht tijdens de adviesperiode en het openbaar onderzoek.

Dit heeft geleid tot het nu voorgestelde ontwerp van gemeentelijk RUP Woonomgevingen Westmeerbeek, dat uit de volgende documenten bestaat:

        procesnota

        toelichtingsnota

        grafisch plan

        stedenbouwkundige voorschriften

        register van percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn

Het RUP zal eveneens de voorschriften van de verkavelingen gelegen binnen het plangebied, zoals

weergegeven op het grafisch plan opheffen, waarbij de kavelgrenzen wel behouden blijven.

Financiële weerslag

Beleidsdoelstelling

BD000001 Kwaliteitsvolle, duurzame, veilige leefomgeving.

Actieplan

AP000009 Werk maken van de versterking van de centrumfunctie van de dorpskernen.

Actie

AC000090 Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken voor de woonkernen van Hulshout, Westmeerbeek en Houtvenne.

MJP-nummer

MJP000162

Beschikbaar krediet

112.593,26 euro

Totaal krediet

112.907,15 euro

Na bespreking,

BESLUIT: 12 stemmen voor: Joost Verhaegen, Hilde Van Looy, Karolien Laeremans, Geert Daems, Rigo Huyskens, Jos Voet, Rist Heylen, Tania Vrindts, Geert Vermunicht, Britt De Ceuster, Kristina Van den Heuvel en Elien Bergmans
8 stemmen tegen: Gust Van den Bruel, Kurt Albert, Sofie Van Lommel, Kurt Winkelmans, Dorien Van Opstal, Katrien Monsecour, Luc Van den Vonder en Danny Mattheus
0 onthoudingen
Motivatie stem tegen Gust Van den Bruel: Dit voorstel zou moeten verdaagd worden naar de volgende legislatuur omdat er dan een nieuwe beleidsploeg en een nieuwe GECORO zich kan over buigen.

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om het gemeentelijk RUP Woonomgevingen Westmeerbeek, zoals opgesteld door IOK-plangroep en aangepast zoals bovenstaand weergegeven, definitief vast te stellen. Dit ontwerp bestaat uit de volgende documenten:

        procesnota

        toelichtingsnota

        grafisch plan

        stedenbouwkundige voorschriften

        register van percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd

Artikel 2:

De gemeenteraad beslist om de voorschriften van de verkavelingen gelegen binnen het plangebied, zoals weergegeven op het grafisch plan en opgelijst in de toelichtingsnota, op te heffen, waarbij de kavelgrenzen van de betreffende verkavelingen behouden blijven.

Tenzij anders vermeld worden alle kavels binnen de verkaveling opgeheven.

Voor de verkaveling VK 5949 (order 102) worden enkel de voorschriften van loten 1 tot en met 3 opgeheven, de voorschriften van lot 4 blijven van toepassing.

Voor de verkaveling VK 5620 (order 133) worden enkel de voorschriften van lot 2 tot en met 10 opgeheven, de voorschriften van lot 1 blijven van toepassing.

Artikel 3:

Het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de GECORO wordt via aangetekend schrijven bezorgd aan de deputatie en aan het Departement Omgeving, overeenkomstig artikel 2.2.22 van de VCRO.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.6. BESLISSING Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening. Definitieve vaststelling 'Duurzame dorpskernen'.

MOTIVERING:

Feiten en context

        28 juli 1978: Koninklijk besluit houdende de definitieve vaststelling van het gewestplan Herentals-Mol.

        19 april 2007: Besluit van de Deputatie over de definitieve goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan Hulshout.

        3 september 2018: De gemeenteraad keurt het gemeentelijk woonomgevingsplan versie juli 2018, zoals opgesteld door IOK-plangroep, goed.

        23 november 2020: Het college van burgemeester en schepenen stelt IOK-plangroep aan als 'in-house' ontwerper van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) Woonomgevingen Hulshout, Houtvenne en Westmeerbeek en de daarbij horende stedenbouwkundige verordening voor de dorpskernen en keurt de ontwerpen van procesnota's goed voor het RUP Woonomgevingen Hulshout, het RUP woonomgevingen Houtvenne en het RUP woonomgevingen Westmeerbeek. In deze procesnota wordt duidelijk gemaakt dat er zal worden gewerkt op twee sporen: de opmaak van RUPs en de opmaak van een verordening.

        16 januari 2023: Het college van burgemeester en schepenen keurt de startnota en aangepaste procesnota goed voor de RUPs Woonomgevingen Hulshout, Houtvenne en Westmeerbeek, waarin wordt bevestigd dat naast het spoor van het RUP ook wordt ingezet op het spoor van een verordening.

        19 februari 2024: Het college van burgemeester en schepenen keurt het voorontwerp grafische plannen, toelichtingsnota en stedenbouwkundige voorschriften van het RUP Woonomgevingen van Hulshout, Houtvenne en Westmeerbeek goed in functie van de plenaire vergadering.

        29 april 2024: De gemeenteraad stelt in drie aparte beslissingen de ontwerpen van RUP woonomgevingen Hulshout, RUP woonomgevingen Houtvenne en RUP woonomgevingen Westmeerbeek voorlopig vast.

        27 mei 2024: Het college van burgemeester en schepenen keurt het voorontwerp van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Duurzame dorpskernen' (vanaf nu 'de verordening') goed alsook de daarbij horende plan-MER-screeningsnota opgesteld ingevolge en overeenkomstig artikel 4.1.1.§1.4° van het Decreet Algemene Bepalingen Milieubeleid (DABM).

        3 juni 2024: Het college van burgemeester en schepenen heeft overeenkomstig artikel 2.3.2.§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening het goedgekeurde voorontwerp van de verordening ter advies voorgelegd aan de deputatie van de provincie Antwerpen, het Departement en de GECORO van de gemeente Hulshout.

        15 juli 2024 - 13 augustus 2024: Het college van burgemeester en schepenen heeft een openbaar onderzoek georganiseerd over het voorontwerp van de verordening. Er werd 1 bezwaarschrift ontvangen. De wijze waarop met dit bezwaarschrift wordt omgegaan, wordt toegelicht bij de argumentatie.

        2 augustus 2024: De verordening en de daarbij horende plan-MER-screeningsnota werd voor advies voorgelegd aan het Team Omgevingseffecten.

Juridische gronden

        23 september 1997: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 17 december 1997 wat de bindende bepalingen betreft.

        12 december 2003: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van een herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 19 maart 2004 wat de bindende bepalingen betreft.

        15 mei 2009: Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, in het bijzonder Titel II, hoofdstuk III, artikel 2.3.2.§2 en bijhorende uitvoeringsbesluiten.

        17 december 2010: Besluit van de Vlaamse Regering over de definitieve vaststelling van een tweede herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, bekrachtigd bij het decreet van 25 februari 2011 wat de bindende bepalingen betreft.

        22 december 2017: Decreet Lokaal Bestuur: artikel 56.

        20 juli 2018: Goedgekeurde strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.

        26 oktober 2023: Besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen over de definitieve vaststelling van het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen, zoals in werking getreden op 13 februari 2024.

Adviezen

        24 juni 2024: De deputatie van de provincie Antwerpen brengt een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het integrale advies is als bijlage toegevoegd.

        27 juni 2024: Het Departement Omgeving brengt een voorwaardelijk gunstig advies uit. Het integrale advies is als bijlage toegevoegd.

        27 juni 2024: De GECORO van de gemeente Hulshout brengt een voorwaardelijk gunstig advies. Het integrale advies is als bijlage toegevoegd.

        10 september 2024: Het Team Omgevingseffecten brengt advies uit met de volgende conclusie:

        Rekening houdend met het bovenvermelde bevestigt het Team Omgevingseffecten dat de stedenbouwkundige verordening geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.

Argumentatie

De gemeente Hulshout beschikt sinds september 2018 over een woonomgevingsplan met bijhorend

richtlijnenhandboek. Dit plan werd gemaakt om te komen tot een ruimtelijke visie voor de woongebieden in de gemeente, met duidelijke handvaten voor het vergunningenbeleid. Hiertoe werd het geheel van gebieden met een woonbestemming opgedeeld in een aantal samenhangende ‘woonomgevingen’. Voor iedere woonomgeving werden er gebiedsgerichte richtlijnen uitgewerkt, die vastleggen wat mogelijk is in elke woonomgeving rekening houdend met de eigenheid van het aanwezige woonweefsel. Er werden naast gebiedsgerichte richtlijnen ook generieke richtlijnen uitgewerkt met betrekking tot kwalitatief wonen, kwalitatief groen en duurzame mobiliteit, die binnen het ganse plangebied kunnen worden ingezet.

De gemeente heeft dit document opgemaakt als een eerste stap in het uitzetten van een doordacht ruimtelijk woonbeleid. Vandaag wenst de gemeente het woonomgevingsplan en het richtlijnenhandboek te gaan doorvertalen naar een stedenbouwkundig kader met verordenende kracht. Dit moet de gemeente meer slagkracht geven in haar ruimtelijke beleid.

Voor de vertaalslag naar een verordenend kader, kiest de gemeente ervoor om te werken met een doordachte combinatie van de beschikbare instrumenten uit de ruimtelijke ordening. Elk instrument wordt daarbij ingezet vanuit zijn specifieke mogelijkheden en sterktes, en regelt die zaken waarvoor het meest geschikt is.

De meer gebiedsgerichte aspecten worden verankerd in drie ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUPs), één per deelkern. Deze instrumenten zullen in belangrijke mate de ruggengraat vormen voor het ruimtelijke beleid in de woongebieden.

De meer generieke onderdelen van het richtlijnenhandboek worden opgenomen in de voorliggende stedenbouwkundige verordening, die zal worden afgestemd op de krachtlijnen van de drie RUP's woonomgevingen.

De RUPs en de verordening hebben een parallel parcours gelopen en zijn op elkaar afgestemd, waarbij elk instrument de decretaal voorgeschreven procedure heeft doorlopen.

Het gemeentebestuur wil samen met burgers en ontwikkelaars (voort) bouwen aan een aangenaam en veerkrachtig dorp, waar burgers kwalitatief kunnen wonen en verblijven. Hiervoor moeten bijkomende ontwikkelingen in de gemeente in goede banen worden geleid en ze moeten rijmen met het DNA van Hulshout.

Eén van de instrumenten die de gemeente hiervoor wil inzetten, is de voorliggende gemeentelijke stedenbouwkundige verordening. De verordening is een stedenbouwkundig instrument dat vooral een aantal algemene principes met betrekking tot bouwen in Hulshout wil regelen. De verordening zal een juridisch kader vormen bij de beoordeling van aanvragen tot omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden.

Het voorontwerp van de verordening werd na de goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, volgens artikel 2.3.2, §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, onderworpen aan een openbaar onderzoek en werd voor advies voorgelegd aan de decretaal voorgeschreven adviesinstanties.

Het Team Omgevingseffecten heeft bevestigd dat er geen plan-MER moet opgemaakt worden voor de verordening. Dit advies integraal toegevoegd aan de beslissing.

De voorwaardelijk gunstige adviezen van de deputatie van de provincie Antwerpen, het Departement Omgeving en de GECORO van de gemeente Hulshout werden op 4 juli 2024 verwerkt door het planteam. In het verslag van dit planteam, dat integraal is toegevoegd aan de beslissing (zie document "HU_RUP_verordening_verwerken adviezen"), wordt uitgebreid aangegeven op welke wijze met de suggesties en aandachtspunten uit de adviezen werd omgegaan. Op basis van dit verslag werd het voorontwerp van de verordening op een gemotiveerde wijze verwerkt tot het huidig voorliggende ontwerp.

Er werd tijdens het openbaar onderzoek 1 bezwaarschrift ontvangen. Het integrale bezwaarschrift is als bijlage toegevoegd.

Het bezwaarschrift kan als volgt worden samengevat:

  1. De bezwaarschriftindiener is van mening dat de voorschriften te weinig toekomstgericht zijn. Er worden geen mogelijkheden geboden naar verdichten van de kern. Er wordt eerder ingezet op verdichting van de randen.
  2. De bezwaarschriftindiener is van mening dat het tweezijdig daglichttoetreding dient geschrapt te worden (kwalitatief wonen Hulshout). De combinatie van de plafondhoogtes en raamhoogtes is vaak niet realiseerbaar in combinatie met de 25%regel.
  3. De bezwaarschriftindiener is van mening dat het aandeel aangepaste woning veel te hoog is (art. 4 Kwalitatief wonen).
  4. De bezwaarschriftindiener is van mening dat het aandeel aangepaste parkeerplaatsen te hoog is.
  5. De bezwaarschriftindiener is van mening dat de minimale oppervlakte van de appartementen te hoog is. Dit zou onvoldoende rekening houden met de betaalbaarheid én de gezinsverdunning. (art. 4 Kwalitatief wonen in Hulshout).
  6. De bezwaarschriftindiener is van mening dat men moet afstappen van het principe van de tweewoonst. Het lijkt op een halfopen bebouwing, maar heeft o.a. stedenbouwkundige nadelen.
  7. De bezwaarschriftindiener is van mening dat de tabel met groennormen te verwarrend is (art. 2 Kwalitatieve groene tuinzone).
  8. De bezwaarschriftindiener bepleit het toestaan van meerdere bijgebouwen op één goed.
  9. De bezwaarschriftindiener is van mening dat de afmetingen van de fietsenstallingen te groot zijn.
  10. De bezwaarschriftindiener is van mening dat de parkeernorm te hoog is.

Deze punten kunnen als volgt worden beoordeeld.

Punt 1: De verordening dient samen gelezen te worden met het RUP. In de verordening worden de meer generieke elementen opgenomen. Voorschriften met betrekking tot verdichten, zoals gebouwtypologie, woningtypologie, woondichtheid in strategische projecten worden vormgegeven in het ruimtelijk uitvoeringsplan. De verdichtingsstrategie wordt met andere woorden niet vertaald in de voorschriften van de verordening, wel in het ruimtelijk uitvoeringsplan. Er zijn geen aanpassingen vereist.

 

Punt 2: De verordening zet, net zoals in het woonomgevingsplan, in op tweezijdig daglicht. Woonkwaliteit hangt sterk samen met voldoende daglichttoetreding. Het ontbreken van voldoende daglicht- en/of zonlichttoetreding heeft een negatief effect op het gebruiksgenot van de woning en het welzijn van haar bewoners en bezoekers. Het is om deze reden dus van belang dat in elke binnenruimte (met uitzondering van ruimten die niet als leefruimte beschouwd worden, zoals bergingen, sanitaire ruimten, circulatieruimten, …) voldoende dag-lichttoetreding aanwezig is. Het bezwaarschrift wordt niet gevolgd. Er zijn geen aanpassingen vereist.

Punt 3: De bevolkingsprognose toont aan dat er ook in Hulshout een sterke vergrijzing zal plaatsvinden. Het is om deze reden interessant om - naast het woonaanbod in de woonzorgcentra - ook in te zetten op de integratie van aangepaste of aanpasbare woningen in de centraal gelegen delen van het woonweefsel op wandelafstand van handel, diensten en voorzieningen. Het bezwaarschrift wordt niet gevolgd. Er zijn geen aanpassingen vereist.

Punt 4: Om de mobiliteit van bewoners van een aangepaste woning te garanderen, dient ook steeds een aangepaste parkeerplaats beschikbaar te zijn. Het bezwaarschrift wordt niet gevolgd. Er zijn geen aanpassingen vereist.

Punt 5: De vooropgestelde oppervlakte is een gemiddelde oppervlakte voor het gehele gebouw. Dit wil zeggen dat er een mix van kleine en grotere appartementen mogelijk is. Het gemiddelde faciliteert de mix van kleinere en grotere appartementen en sluit het creëren van betaalbare wooneenheden niet uit. Bovendien wordt een uitzondering voorzien voor projecten die inzetten op collectief gebruik van ruimten, zoals cohousing. Dit is een woonvorm die een betaalbaar woonpatrimonium verder kan ondersteunen. Het bezwaarschrift wordt niet gevolgd. Er zijn geen aanpassingen vereist.

Punt 6: De verordening dient samen te worden gelezen met het RUP. In de verordening worden de meer generieke elementen opgenomen. Voorschriften met betrekking tot verdichten, zoals woningtypologie worden vormgegeven in het ruimtelijk uitvoeringsplan. In de verordening worden enkel generieke aspecten rond woningkwaliteit opgenomen. Het bezwaarschrift is met andere woorden niet gegrond. Er zijn geen aanpassingen vereist.

Punt 7: Het bezwaar wordt gevolgd. De tabel met groennormen wordt in de toelichtende kolom aangevuld met rekenvoorbeelden.

Punt 8: In de voorschriften wordt nergens gesteld dat er slechts één bijgebouw mag geplaatste worden. Dit blijkt uit:

De totale oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen bedraagt maximum 10% van de totale perceelsoppervlakte gelegen in woongebied met een absolute bovengrens van 100 m². Van deze maximale oppervlakte kan worden afgeweken in functie van verweefbare bedrijvigheid en in functie van hobbystallen voor weidedieren voor zover deze in verhouding staat tot de aard en het aantal weidedieren waarvoor de stal bestemd is en de noodzaak van de stal. 

Het bezwaarschrift is met andere woorden niet gegrond. Er zijn geen aanpassingen vereist.

Punt 9: Het bezwaarschrift worden gedeeltelijk aanvaard. Bij nazicht blijken de normen niet volledig overeen t komen met de normen uit de Vlaams fiets vademecum. De afstand tussen de fietsen correct is, maar de ruimte achter de fietsen en de lengte van de fietsen moet herleid worden tot 1,80 m in plaats van 2,00 m. Zo wordt tegemoetgekomen aan de bemerking dat de afmetingen te ruimte verslindend zijn.

Punt 10: De drie dorpskernen van Hulshout hebben een lage knooppuntwaarden. De gemeente is slechts beperkt ontsloten door openbaar vervoer. Het gemeentebestuur heeft in het verleden al zelf ingezet op het uitrollen van een deelwagensysteem in de drie deelkernen. Echter blijkt het draagvlak hiervoor nog te beperkt. Omwille van bovenstaande argumenten blijft deauto-afhankelijkheid voor ‘grote afstanden’bestaan.

De verordening zet in op de modal shift door de kaart te trekken van de fiets voor ‘korte’ afstanden. Dit wordt gefaciliteerd door in de verordening normen op te nemen met betrekking tot het aantal fietsstalplaatsen én het comfort hiervan, maar ook door de kaart te trekken van nieuwe trage verbindingen.

Bij een ondoordachte wijziging van de parkeernorm zal het afwentelen van de parkeerdruk gebeuren op het openbaar domein. Dit zou het onthardingspotentieel van de openbare ruimte onder druk zetten.

Het bezwaarschrift wordt niet gevolgd. Er zijn geen aanpassingen vereist.

Het voorontwerp van de verordening werd op basis van bovenstaande argumenten uit de adviezen en het bezwaar waar nodig aangepast tot het ontwerp van de verordening die voorwerp uitmaakt van deze beslissing. De integrale en aangepaste tekst van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'Duurzame dorpskernen' is als bijlage toegevoegd.

De gemeenteraad is overeenkomstig artikel 2.3.2.§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevoegd voor de vaststelling van de gemeentelijke verordening.

Financiële weerslag

Beleidsdoelstelling

BD000001 Kwaliteitsvolle, duurzame, veilige leefomgeving.

Actieplan

AP000009 Werk maken van de versterking van de centrumfunctie van de dorpskernen.

Actie

AC000090 Gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen opmaken voor de woonkernen van Hulshout, Westmeerbeek en Houtvenne.

MJP-nummer

MJP000162

Beschikbaar krediet

112.593,26 euro

Totaal krediet

112.907,15 euro

Na bespreking,

BESLUIT: 12 stemmen voor: Joost Verhaegen, Hilde Van Looy, Karolien Laeremans, Geert Daems, Rigo Huyskens, Jos Voet, Rist Heylen, Tania Vrindts, Geert Vermunicht, Britt De Ceuster, Kristina Van den Heuvel en Elien Bergmans
1 stem tegen: Katrien Monsecour
7 onthoudingen: Gust Van den Bruel, Kurt Albert, Sofie Van Lommel, Kurt Winkelmans, Dorien Van Opstal, Luc Van den Vonder en Danny Mattheus
Motivatie onthouding Gust Van den Bruel: We voelen dat de agendapunten goed voorbereid zijn en feliciteren de ambtenaren maar ook dit voorstel zou moeten verdaagd worden naar de volgende legislatuur omdat er dan een nieuwe beleidsploeg en een nieuwe GECORO zich kan over buigen.

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening Duurzame dorpskernen definitief vast te stellen.

Artikel 2:

De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening Duurzame dorpskernen wordt samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledige advies van de GECORO van Hulshout binnen tien dagen na de definitieve vaststelling met een beveiligde zending bezorgd aan de deputatie en het departement, zoals bepaald in artikel 2.3.2.§2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Tijdens de raad van 23/09/2024 werd agendapunt 7 (BESLISSING: Fietspad Jozef Michielsstraat. Definitieve vaststelling rooilijnplan.) goedgekeurd. Tijdens de GR van 21/10/2024 werden de notulen voor dit agendapunt niet goedgekeurd. Het agendapunt moet opnieuw voorgelegd worden op de gemeenteraad van 25/11/2024.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.7. BESLISSING Fietspad Jozef Michielsstraat. Definitieve vaststelling rooilijnplan.

MOTIVERING:

Feiten en context.

        16 augustus 2012: Afspraak tussen de gemeenten Hulshout en Herselt over de plannen voor de aanleg van een fietspad in de Jozef Michielsstraat en Dieperstraat.

        14 september 2015: Gemeenteraad verleent goedkeuring om mandaat te verlenen aan Herselt voor het aanstellen van een landmeter om een opmetings - en rooilijnplan te maken.

        23 november 2015: Het college van burgemeester en schepenen besluit tot goedkeuring gunning van het studiebureau Hosbur om een opmetings- en rooilijnplan te maken.

        4 juli 2017: Overlegvergadering over de optimalisatie van de collector Dieperstraat.

        8 augustus 2017: Hydronautstudie 211MH05 – Startoverleg.

        21 augustus 2017: Het college van burgemeester en schepenen neemt een principebesluit om de nodige middelen te voorzien voor de samenwerking met de gemeente Herselt, Aquafin en Hidrorio voor de aanleg van een gemeenschappelijk fietspad.

        27 mei 2019: de Gemeenteraad keurt de Samenwerkingsovereenkomst goed tussen Aquafin, gemeente Herselt en gemeente Hulshout voor de riolerings- en wegeniswerken.

        12 juni 2019: Het college van burgemeester en schepenen gunt de studieopdracht voor de 'Aanleg fietspad in de J. Michielsstraat' aan Antea Group, Roderveldlaan 1 te 2600 Berchem (Antwerpen).

        28 maart 2022: de Gemeenteraad stelt de rooilijn voorlopig vast voor het project 'Aanleg fietspad in de Jozef Michielsstraat.'

        19 april 2022 tot 18 mei 2022: Openbaar onderzoek van het ontwerp van het gemeentelijk rooilijnplan voor de aanleg van fietspaden in de Jozef Michielsstraat.

        13 juni 2022: Het college van burgmeester en schepenen vraagt bijkomend onderzoek naar aanleiding van de bezwaren tijdens het openbaar onderzoek van het gemeentelijk rooilijnplan voor de aanleg van fietspaden in de Jozef Michielsstraat. Er wordt onderzocht hoe de rooilijnbreedte kan beperkt worden.

        De definitieve vaststelling op de gemeenteraad van het gemeentelijk rooilijnplan voor de aanleg van fietspaden in de Jozef Michielsstraat werd niet gehaald binnen de wettelijk vastgestelde termijn na het openbaar onderzoek.

        Uit het bijkomend onderzoek is geen oplossing gekomen om de rooilijnbreedte te versmallen bij de aanleg van fietspaden in de Jozef Michielsstraat. De voorgestelde alternatieven werden niet geselecteerd door de bevoegde adviesinstanties.

        13 november 2023: Het college van burgemeester en schepenen beslist de procedure voor het opstellen van een rooilijnplan en onteigeningsplan voor het project van de Jozef Michielsstraat opnieuw te starten met beperkte aanpassingen aan het ontwerp en zonder de rooilijnbreedte sterk te versmallen.

        Dit project wordt uitgevoerd in samenwerking met Aquafin en de gemeente Herselt. De gemeente Herselt heeft het rooilijnplan vastgesteld en is de onteigeningen aan het uitvoeren.

        29 april 2024: De gemeentegraad beslist principieel akkoord te gaan om fietspaden en weginfrastructuur in de Jozef Michielsstraat aan te leggen en het rooilijnplan voorlopig vast te stellen.

        21 mei 2024: Het college van burgemeester en schepenen beslist om het openbaar onderzoek in de procedure tot wijziging van een gemeenteweg voor de Jozef Michielsstraat te annuleren.

        17 juni 2024: De gemeenteraad beslist principieel akkoord te gaan om fietspaden en weginfrastructuur in de Jozef Michielsstraat aan te leggen zoals aangeduid op het ontwerp-rooilijnplan en het bijhorende onteigeningsplan. De gemeenteraad beslist het rooilijnplan dat het studiebureau Antea Group heeft opgesteld, voorlopig vast te stellen.

        24 juni 2024: het college van burgmeester en schepenen beslist het ontwerp van het gemeentelijk rooilijnplan voor de aanleg van fietspaden in de Jozef Michielsstraat te onderwerpen aan een openbaar onderzoek van 8 juli 2024 tot en met 7 augustus 2024.

Juridische gronden

        22 december 2017: Decreet Lokaal Bestuur, in het bijzonder:

        artikel 40 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        artikel 326 tot en met 341 over het bestuurlijk toezicht.

        7 december 2018: Bestuursdecreet.

        3 mei 2019: Gemeentewegendecreet.

Argumentatie

De realisatie van het beoogde fietspad is noodzakelijk als schakel in het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk dat de provincie in opdracht van de Vlaamse overheid opgesteld heeft om woonkernen met attractiepolen te verbinden. Bovendien zorgt het ook een verkeersveilige verbinding tussen Herselt en Westmeerbeek. Via het alternatief dat de indiener voorstelt maakt het fietsverkeer de aansluiting op de N15 via het gekend en gevaarlijke kruispunt Hoogzand/Stationsstraat/Netestraat/Ramselsesteenweg, waar zij anders dit kruispunt kunnen vermijden door Haverdries te nemen. De gemeente wenst binnen dit vooropgestelde beleid de fietsinfrastructuur te verwezenlijken.

De rooilijn is de huidige of toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, vastgelegd in een rooilijnplan. Als een rooilijnplan ontbreekt, is de rooilijn de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen (art. 2, 9° gemeentewegendecreet).

De gemeente heeft de intentie om een rooilijnplan te maken voor de wijziging (verbreding) van de gemeenteweg Jozef Michielsstraat.

De Jozef Michielsstraat is opgenomen in de atlas der buurtwegen als buurtweg nr. 3. Alle buurtwegen in de zin van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen die bestaan op 1 september 2019, worden geacht een gemeenteweg te zijn die onder de toepassing vallen van het gemeentewegendecreet. De algemene rooiplannen, de rooilijnplannen en de plannen voor de begrenzing van de buurtwegen in de zin van de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen behouden hun verordenende kracht tot ze worden vervangen door rooilijnplannen ter uitvoering van het gemeentewegendecreet (art. 85 – 86 gemeentewegendecreet).

De weg heeft in de atlas een breedte die varieert van 7,40 tot 10,00 meter. In kwestie wordt beoogd de weg te wijzigen naar een breedte van 12,35 tot 21,43 meter.

Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen of verplaatsen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. De gemeenten leggen de ligging en de breedte van de gemeentewegen op hun grondgebied vast in gemeentelijke rooilijnplannen, ongeacht de eigenaar van de grond (art. 8 en 11 gemeentewegendecreet).

Bij beslissingen over de wijziging van gemeentewegen moet rekening worden gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het gemeentewegendecreet, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 gemeentewegendecreet (art. 10 gemeentewegendecreet).

Art. 3 gemeentewegendecreet:

Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.

Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:

1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;

2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.

Art. 4 gemeentewegendecreet:

Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:

1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;

een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;

3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;

4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;

5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.

De aanleg, wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg geeft aanleiding tot een waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden waarop de gemeenteweg gesitueerd is (art. 28 gemeentewegendecreet).

In kwestie gaat het om een wijziging van een gemeenteweg op private grond, die tot een principiële waardevermindering van de betrokken gronden leidt. De grond wordt immers bezwaard met een rooilijn voor uitbreiding van de weg. Het rooilijnplan bevat een berekening van de waardevermindering volgens artikel 16 gemeentewegendecreet.


De gemeente heeft een realisatieplicht. Bij wijziging van een gemeenteweg op privaat terrein geldt de definitieve vaststelling van het rooilijnplan als titel voor de vestiging van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang (artikel 26 gemeentewegendecreet). De gemeente kan beslissen om alsnog over te gaan tot verwerving van de gronden die vereist zijn voor de wijziging van de gemeenteweg. In dat geval wordt de waardevermindering van de grond als gevolg van de rooilijn verrekend in de eventuele aankoopprijs (Memorie van Toelichting, Parl.St. Vl. Parl. 2018-19, nr. 1847/1, p29).
 

Elke verwerving van onroerende goederen die vereist is voor de aanleg, wijziging of verplaatsing van gemeentewegen en de realisatie van de rooilijnplannen, kan door onteigening tot stand worden gebracht. De onteigeningen worden uitgevoerd volgens de bepalingen van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 (art. 27 gemeentewegen). De gemeenten en kunnen tot onteigening overgaan in de gevallen waarin ze oordelen dat de onteigening noodzakelijk is voor de uitwerking van de infrastructuur of het beleid over de gemeentelijke aangelegenheden. In het geval waar decretaal of wettelijk een specifieke rechtsgrond voor onteigening wordt bepaald, wordt op basis van die rechtsgrond tot onteigening overgegaan (art. 7 onteigeningsdecreet).
 

In kwestie wordt beoogd de wijziging van de rooilijn te realiseren via een afzonderlijke onteigeningsprocedure.
 

In opdracht van de gemeenten Hulshout en Herselt zullen wegenis- en rioleringswerken uitgevoerd worden langsheen de Jozef Michielsstraat en Dieperstraat. Deze werken omvatten de (her)aanleg van fietspaden gekoppeld aan rioleringswerken. In concreto zal een enkelrichtingfietspad worden aangelegd langs beide zijden van de straat alsook een bufferstrook tussen fietspad en rijweg. In functie van de riolering worden grachten behouden of aangelegd. Om te kunnen voorzien in deze infrastructuren is een verbreding van de bestaande rooilijn noodzakelijk. Daartoe is een gemeentelijk rooilijnplan opgemaakt. Dit rooilijnplan werd onderworpen aan een openbaar onderzoek van 8 juli 2024 tot en met 7 augustus 2024.

 

De integrale bezwaarschriften zijn als bijlage toegevoegd. Er werden 6 bezwaren ingediend:

        Bezwaarschrift 1 handelt over volgende punten:

        Door de voorliggende plannen met de verbreding en heraanleg van de Jozef Michielsstraat komt de toekomst van mijn bedrijf serieus in het gedrang. Ik zal maar liefst 0.53 ha grond verliezen in Hulshout en bijkomend nog eens 0.17 ha in Herselt langs de Dieperstraat in Herselt. Dit betekent maar liefst een arsenaalverlies van 10% en dus ook een groot inkomensverlies.
Ondanks het feit dat ik recht heb op een vergoeding voor het eigendomsverlies,
ondanks het feit dat ik recht heb op een eindegebruiksvergoeding, kan ik hier toch niet mee akkoord gaan:
De druk op de landbouwgrond is vandaag de dag immers zo groot dat het onmogelijk is om een gelijkwaardige grond te vinden om mijn activiteiten op dezelfde manier verder te zetten op termijn:
-Grond is schaars
-Grond is zeer duur
Bijgevolg kan ik slechts beperkt heel versnipperd percelen vinden ter vervanging van deze gronden,
-ofwel via aankoop aan zeer hoge prijzen waardoor er geen winstmarge meer overblijft.
-ofwel via huur: dit kan tegenwoordig enkel via seizoenspacht. Ook hierbij zijn de huurprijzen zeer hoog en het aanbod eerder laag. De marge op de teelten daalt zo enorm.
Vandaag de dag huur ik al gronden via seizoenspacht maar moet ik daarvoor gaan tot in Herenthout, Noorderwijk, Westerlo en Grobbendonk. Dit zijn soms afstanden tot 30 km. Dit is zeer inefficiënt: Er is veel tijdsverlies, veel energiekosten met de hoge brandstofprijzen van vandaag, kostelijk in personeelskosten die extra uren onderweg zijn, een belasting van de mobiliteit in de buurt met onze trage machines, een belasting voor het milieu en klimaat, enz.

Bijkomend zorgt de Vlaamse wetgeving (zoals via het mestdecreet) en de Europese regelgeving (zoals via het GLB) dat seizoenspachten vaak niet uitvoerbaar zijn in de praktijk wegens teveel beperkingen: uitbatingsvoorwaarden, verlies of beperking van de mestrechten,....

        Eveneens willen we het probleem aankaarten van de veel te brede grondinname met de nieuwe plannen. Bij onze eigen woning wordt de helft van de voortuin ingenomen. Op dit moment hebben we al overlast van afval door fietsers die bv blikjes in onze tuin gooien. Dit wordt alleen maar problematischer als onze tuin wordt verkleind.

        Vrachtwagens en eigen bedrijfsmachines hebben het nu soms al moeilijk om via onze opritten het bedrijfsterrein te bereiken. Met de enorme grondinname die in deze plannen voorzien is zal dit alleen maar moeilijker worden, zo niet onmogelijk. Als er daardoor ongelukken zouden gebeuren met andere weggebruikers zal het wel de verantwoordelijkheid zijn van de overheid die deze plannen zo ondoordacht heeft opgemaakt.

        Daarnaast wil ik er de aandacht op vestigen dat wij als landbouwers die al generaties op deze locatie boeren 2 potentiële opvolgers hebben. Hun toekomst wordt omwille van bovenstaande argumenten eveneens zwaar gehypothekeerd.

        De Hinder door de brede grondinname gaat ook verder dan enkel ons bedrijfsniveau. Wij verhuren een woning aan de overkant van de straat nl Jozef Michielsstraat 46 en daar wordt de eigendom afgenomen tot op 50 cm van de voordeur. Dit is niet verantwoord naar veiligheid van de bewoners, bereikbaarheid van de woning en geluidshinder door het verkeer. Deze woning wordt daarmee minder waard aangezien ze voor huurders minder aantrekkelijk is. Eveneens zorgt het voor een moeilijkere bereikbaarheid van de opritten van de woning en de andere woningen in die buurt, met mogelijke ongevallen in de toekomst tot gevolg.

        Het stoort ons enorm dat er op een plaats waar onze families reeds generaties wonen, waar wij als bewoners van het buitengebied en landbouwers mee zorgen voor een leefbare en aangename omgeving voor de inwoners, men zo ondoordacht omgaat met grond: op plaatsen waar er dichte bebouwing is raakt men niet aan de weginrichting, iets meer in het buitengebied wordt er overdreven veel grond ingenomen en worden wij extra getroffen door deze plannen.

        Tot slot wil ik de aandacht dat door de overheid ontharding wordt gepromoot. Hier is het tegenovergestelde. Hier is het verspilling van grond, open ruimte en meer verharding.
Dit komt over als een gebrek aan respect en bevestigt mij alleen in mijn overtuiging dat u als overheidsdienst niet weet waar u mee bezig bent.

        Mits de Jozef Michielsstraat en Dieperstraat toch een verbindingsweg is tussen 2 gemeenten, maak er een fietsstraat van. Dan is de weg breed genoeg. Geen extra kosten, geen extra verharding en geen onteigening van de mensen. Iedereen gelukkig als maar wilt.

Wij willen dus alsnog vragen op even stil te staan bij de economische en de menselijke gevolgen van uw plannen en deze op basis van onze argumenten te herbekijken en aan te passen.

        De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaarschrift 1:

        De realisatie van de beoogde infrastructuren vereist een verbreding van de bestaande rooilijn en inname van private percelen. Het ontwerp is zodanig opgemaakt dat de ruimte-inname tot het minimum beperkt wordt om de beoogde infrastructuren veilig en kwaliteitsvol te realiseren. Er wordt niet meer extra ruimte ingenomen dan noodzakelijk. Beide zijden van de straat worden op een gelijkaardige manier belast. De realisatie van de beoogde infrastructuren kadert in het algemeen belang, meer bepaald verbeteren van de verkeersveiligheid en bevorderen van duurzame (fiets)mobiliteit in het gavel van de fietspaden en zorgen voor een goede waterhuishouding in het geval van de grachten.

        Dit openbaar onderzoek gaat over het ontwerp van rooilijnplan. In een volgende fase wordt de onteigening behandeld. Er zal een onteigeningsbesluit, met inbegrip van onteigeningsplan worden opgemaakt en de onteigeningsvergoedingen zullen worden bepaald.
In het kader van onteigening wordt de eigenaar vergoed door een onteigeningsvergoeding, die een billijke en voorafgaande schadeloosstelling betreft. Om het verlies aan bruikbare landbouwgrond zo veel mogelijk te vermijden, is gekozen voor een ontwerp met minimale ruimte-inname waarbij veiligheid en kwaliteit steeds voorop blijven staan.

        Het vernoemde bezwaar waarin sluikstorten op private grond wordt vernoemd, is geen rechtstreeks bezwaar op het vooropgestelde rooilijnplan. Sluikstorten betreft een specifieke problematiek waarvoor de gemeente bijkomende maatregelen aan het uitwerken is met onder andere camerabewaking.

        Bereikbaarheid van percelen en private eigendommen zal te allen tijde gegarandeerd worden, rekening houdende met het bermenreglement en met de vereiste om veilig verkeer te garanderen. Het beoogde project heeft net tot doel om de verkeersveiligheid te verhogen, door vrijliggende fietspaden te voorzien. Ook nu al moeten betrokkenen bij het oprijden van hun eigendommen met vrachtwagens en machines rekening houden met andere (zachte) weggebruikers. Hieraan verandert niets door de realisatie van het beoogde project.

        Het vernoemde bezwaar waarin geluidshinder door het verkeer wordt vernoemd, is geen rechtstreeks bezwaar op het vooropgestelde rooilijnplan en kan in deze procedure niet behandeld worden. Dit bezwaar wordt behandeld bij de aanvraag van de omgevingsvergunning.

        In het ontwerp van de wegenis wordt er rekening gehouden worden met een bufferstrook tussen de nieuwe perceelsgrens en het fietspad. Het verhogen van de veiligheid voor alle weggebruikers staat voorop bij de realisatie van het voorliggende project.

        Het gedeelte van de Jozef Michielsstraat dat in de bebouwde kom valt, is een ander projectgebied waarvoor in de toekomst een rooilijnplan zal ontwikkeld worden.

        Het ontharden van het openbaar domein staat samen met de modal shift naar traag en duurzaam vervoer als toekomstdoelen beschreven in het klimaatactieplan. Er wordt gewerkt om nodige verharding voor duurzaam vervoer te promoten te compenseren met gerichte onthardingen in de gemeente.

        Het invoeren van een fietsstraat wordt door Fietsberaad niet aangeraden op een verbindingsweg tussen 2 dorpskernen. Voor het invoeren van een fietsstraat is er maar een beperkt deel gemotoriseerd verkeer in de bewuste straat. De aangeraden breedte van een fietsstraat (versmallen) is niet te combineren met de eisen voor het openbaar vervoer in deze straat.

        Bezwaarschrift 2 handelt over volgende punten:

        Ben eigenaar van de woning gelegen aan de Jozef Michielsstraat 46 Westmeerbeek. Ik verhuur deze woning aan de overkant van de straat en daar wordt de eigendom afgenomen tot aan de voorgevel. Als er een stap buiten wordt gezet langs de voordeur zitten we direct op het fietspad. Dit is niet verantwoord naar veiligheid van de bewoners, bereikbaarheid van de woning en geluidshinder door het verkeer. Deze woning wordt daarmee minder waard aangezien ze voor huurders minder aantrekkelijk is. Eveneens zorgt het voor een moeilijkere bereikbaarheid van de opritten van de woning en de andere woningen in die buurt, met mogelijke ongevallen in de toekomst tot gevolg.
De meeste fietsen die voorbijrijden zijn wielertoeristen en deze zullen toch niet op het fietspad rijden maar op de baan.

        De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaarschrift 2:

        Bereikbaarheid van percelen en private eigendommen zal te allen tijde gegarandeerd worden, rekening houdende met het bermenreglement en met de vereiste om veilig verkeer te garanderen. Het beoogde project heeft net tot doel om de verkeersveiligheid te verhogen door vrijliggende fietspaden te voorzien. Ook nu al moeten betrokkenen bij het oprijden van hun eigendommen rekening houden met andere (zachte) weggebruikers. Hieraan verandert niets door de realisatie van het beoogde project.

        In het ontwerp van de wegenis wordt er rekening gehouden worden met een bufferstrook tussen de nieuwe perceelsgrens en het fietspad. Het verhogen van de veiligheid voor alle weggebruikers staat voorop bij de realisatie van het voorliggende project.

        Bezwaarschrift 3 handelt over volgende punten:

        Het ontwerp heeft tot gevolg dat er een scheve rooilijn ten opzichte van de inplanting van het huis gecreëerd wordt? Bij het begin van het perceel is dit ongeveer 20.9m tegenover 19.5m aan het einde van het perceel. Dit geeft een esthetische minderwaarde aan het perceel tegenover de huidige situatie.

        De versmalling zou vroeger kunnen ingezet en over de ganse lengte van de huizen aan de rechterkant (tot aan de beek) zodat er geen scheve rooilijn ter hoogte van ons perceel en dus geen bocht in het fietspad.

        De vergoeding moet billijk zijn en zou in overeenstemming moeten zijn met de huidige quotatie per m² zoal bij aankoop of verkoop van perceel. Door de mogelijke onteigening wordt er duidelijk een minwaarde gecreëerd waardoor er een vergoeding zou moeten komen voor de waardevermindering van de overblijvende delen.

        De 2 opritten langs beide zijden van het perceel moeten behouden blijven om toegang tot de garage en toegang tot het achterliggende veld (met tractor) te kunnen bereiken.

        De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaarschrift 3:

        In functie van het ontwerp moet er plaats voorzien worden voor fietspad, waterbuffering en andere nodige voorzieningen. In functie van de noodzaak wordt de breedte van de rooilijn aangepast in stappen. Het uitgangspunt is om niet meer ruimte in te nemen dan noodzakelijk. De insprong ter hoogte van de gevels van Jozef Michielsstraat 48, 50 en 52 in het voorlopig vastgestelde rooilijnplan neemt meer ruimte in dan een vloeiend lopende rooilijn en wordt dan ook beter aangepast.

        Dit openbaar onderzoek gaat over het ontwerp van rooilijnplan. In een volgende fase wordt de onteigening behandeld Er zal een onteigeningsbesluit, met inbegrip van onteigeningsplan worden opgemaakt en de onteigeningsvergoedingen zullen worden bepaald. Volgens de onteigeningsregelgeving moeten deze vergoedingen billijk zijn.

        Tijdens de uitvoering van het project moet er rekening gehouden worden met de bepalingen van het bermenreglement. Bij een wegbreedte groter dan 6 meter is de standaardbreedte van een oprit 4,5 meter. De verharding kan gemotiveerd uitgebreid worden tot twee afzonderlijke toegangen van elk maximaal 4,5 m of slechts één uitzonderlijke toegang van maximaal 6m breedte. Over de resterende terreinbreedte mag op het openbaar terrein geen enkele verharding worden aangebracht. Dit bezwaar heeft geen impact op de vooropgestelde rooilijn.

        Bezwaarschrift 4 handelt over volgende punten:

        De rooilijn komt te ver: Het plan gaat nog 53cm achter huisnummer 52, daardoor gaat de poort verder achteruit moeten geplaatst worden van huisnummer 52 en het dak gaat dan ook inkorten.
Als je een afscheiding hebt van 1m van de rijbaan en 2m fietspad, dan zitten we op 3m van de betonnen boord en geen 4,7m zoals de rooilijn nu getekend is (voor alle huisnummers).

        Het zicht in de bocht om op de rijbaan te komen is op dit moment al slecht. Als het vooropgestelde plan zou worden uitgevoerd wordt dit alleen maar slechter en nog gevaarlijker om op de baan te komen. Dit geeft een probleem voor de bewoners, maar ook voor de veiligheid van de andere bestuurders (voor alle huisnummers).

        De opritten voor huisnummers 54 en 56 zouden 6 meter breed moeten zijn om nog naar achter te kunnen met de aanhangwagen en geen 4 meter.

        De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaarschrift 4:

        De inname van ruimte als gevolg van de verbrede rooilijn is noodzakelijk in functie van het beoogde project. De realisatie van de beoogde infrastructuren vereist een verbreding van de bestaande rooilijn en inname van private percelen. Het ontwerp is zodanig opgemaakt dat de ruimte-inname tot het minimum beperkt wordt om de beoogde infrastructuren veilig en kwaliteitsvol te realiseren. Het beoogde project heeft verder net tot doel om de verkeersveiligheid te verhogen door vrijliggende fietspaden te voorzien. Ook nu al moeten betrokkenen bij het oprijden van hun eigendommen rekening houden met andere (zachte) weggebruikers. Hieraan verandert niets door de realisatie van het beoogde project.

        Tijdens de uitvoering van het project moet er rekening gehouden worden met de bepalingen van het bermenreglement. Bij een wegbreedte groter dan 6 meter is de standaardbreedte van een oprit 4,5 meter. De verharding kan gemotiveerd uitgebreid worden tot twee afzonderlijke toegangen van elk maximaal 4,5 m of slechts één uitzonderlijke toegang van maximaal 6m breedte. Over de resterende terreinbreedte mag op het openbaar terrein geen enkele verharding worden aangebracht. Dit bezwaar heeft geen impact op de vooropgestelde rooilijn.

        Bezwaarschrift 5 handelt over volgende punten:

        Op 05/08/2024 heb ik het dossier ingekeken in het gemeentehuis.
De rooilijn ter hoogte van de huisnummers 48, 50, 52 is gelijk met de voorgevel getekend en naast de huisnummers 48 en 52 springt de rooilijn naar achter met 0,53m.
Dit is onverantwoord voor de veiligheid van de weggebruikers en de bewoners van huisnummer 52 wanneer zij zich van hun privé gedeelte op de weg willen begeven.
Met de vooropgestelde rooilijn wordt het zicht in de bocht nog gevaarlijker dan het nu als is om op de rijbaan te komen.

        De vraag is waar moet huisnummer 52 bijvoorbeeld de brievenbus plaatsen of de vuilbakken plaatsen op het moment van ophalen van de vuilnis. Dit zal eveneens een probleem geven voor de veiligheid in het verkeer.

        Ik stel voor:

         Om de rooilijn ter hoogte van de voorgevel huisnummers 48, 50, 52te verplaatsen tot minimum 50 cm voor de voorgevel (zie voorbeeld als bijlage nummer 1)

         Om het inspringen van de rooilijn van 0,53m niet te maken maar vanaf de voorgevel af te ronden tot aan de volgende rooilijn (zie voorbeeld als bijlage nummer 4)

         Voorstel om minimum 50 cm vanaf de voorgevel tot de parkeerplaatsen voor de huisnummers 48, 50, 52 en inrit nummer 52 te voorzien. Het fietspad tussen parkeerplaats en de rijbaan. Ter info – landmeter is aangesteld voor het opmeten van het perceel nummer 52. (zie voorbeeld als bijlage nummers 2 en 3)

        De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaarschrift 5:

        De inname van ruimte ten gevolge van de verbrede rooilijn is noodzakelijk in functie van het beoogde project. De realisatie van de beoogde infrastructuren vereist een verbreding van de bestaande rooilijn en inname van private percelen. Het ontwerp is zodanig opgemaakt dat de ruimte-inname tot het minimum beperkt wordt om de beoogde infrastructuren veilig en kwaliteitsvol te realiseren. Het is niet de bedoeling om meer ruimte te voorzien binnen de rooilijn dan noodzakelijk is voor de beoogde infrastructuren te verwezenlijken. Het beoogde project heeft verder net tot doel om de verkeersveiligheid te verhogen, door vrijliggende fietspaden te voorzien. Ook nu al moeten betrokkenen bij het oprijden van hun eigendommen rekening houden met andere (zachte) weggebruikers. Hieraan verandert niets door de realisatie van het beoogde project.

        Wegens de beperkte ruimte wordt de rooilijn in beginsel op de gevellijn gelegd om ruimte te creëren voor alle nodige voorzieningen. Het verhogen van de veiligheid voor alle weggebruikers staat zoals gesteld voorop bij de realisatie van het voorliggende project.

        In functie van de noodzaak wordt de breedte van de rooilijn aangepast in stappen. Dit wordt bij voorkeur uitgevoerd door een knik op een perceelsgrens zonder daarbij getrapt te werk te gaan. De getrapte rooilijn die momenteel voorzien is in het voorlopig vastgesteld rooilijnplan ter hoogte van Jozef Michielsstraat 48, 50 en 52 wordt beter aangepast naar een geleidelijke knik tot aan de volgende perceelsgrens.

        Dit openbaar onderzoek handelt enkel over de vaststelling van de rooilijn. De locatie van verschillende functies zoals fietspad en parkeerplaatsen wordt nog behandeld in de omgevingsvergunningsaanvraag. Hierbij worden ook de nodige schuwafstanden gerespecteerd.

Bezwaarschrift 6 handelt over volgende punten:

        Het rooilijnplan bevat fouten.

         Tussen perceel B255/K en B269/M staat de naam Haeperstraat, maar dit is fout. De juiste naam is Groenstraat.

         Op de grens Westmeerbeek en Herselt wordt dit de Dieperweg genoemd, maar deze straat bestaat niet in Herselt.

        Volgens het nieuwe rooilijnplan zouden wij ongeveer 6 meter breedte moeten afgeven. Is dit niet overdreven voor het aanleggen van een fietspad van 1,5m, een gracht en een eventuele (groene) berm of bedding.

        Op het einde van het eventuele nieuwe fietspad moet de fietser nog steeds 800 meter op de weg fietsen vooraleer er terug een fietspad beschikbaar is. Dit is op het kruispunt Jozef Michielsstraat en Heide. Daarnaast zijn er betere alternatieven om veilig fietsen naar het centrum van Westmeerbeek vanuit Herselt. Dit kan via de route Dieperstraat en Beekstraat.

        Als er uiteindelijk toch onteigend wordt, dan willen wij een marktconforme prijs ontvangen voor het stuk grond dat wij hierdoor verliezen. Dit gaat over ongeveer 6 are.

        De raad neemt volgend gemotiveerd standpunt in voor bezwaarschrift 6:

        De aangegeven fouten hebben louter betrekking op de benaming van straten die zich bevinden buiten het gebied waarover deze procedure handelt en hebben daarom geen gevolg. De vaststelling van de rooilijn heeft geen betrekking op deze straten, het gaat bovendien niet om verplichte vermeldingen op het rooilijnplan (art. 16 gemeentewegendecreet). De fouten worden wel doorgegeven aan de ontwerpers.

        De inname van ruimte als gevolg van de verbrede rooilijn is noodzakelijk in functie van het beoogde project. De realisatie van de beoogde infrastructuren vereist een verbreding van de bestaande rooilijn en inname van private percelen. Het ontwerp is zodanig opgemaakt dat de ruimte-inname tot het minimum beperkt wordt om de beoogde infrastructuren veilig en kwaliteitsvol te realiseren. Het is niet de bedoeling om meer ruimte te voorzien binnen de rooilijn dan noodzakelijk is voor de beoogde infrastructuren te verwezenlijken.

        De realisatie van het beoogde fietspad is noodzakelijk als schakel in het bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk dat de provincie in opdracht van de Vlaamse overheid opgesteld heeft om woonkernen met attractiepolen te verbinden. Bovendien zorgt het fietspadenproject voor een verkeersveilige verbinding tussen Herselt en Westmeerbeek. In het voorgestelde alternatief in dit bezwaar maakt het fietsverkeer de aansluiting op de N15 via het gekend gevaarlijk kruispunt Hoogzand/Stationsstraat/Netestraat/Ramselsesteenweg, wat niet wenselijk is. Via de Jozef Michielsstraat kan dit gevaarlijk kruispunt vermeden worden via Haverdries. De gemeente wenst binnen dit vooropgestelde beleid de fietsinfrastructuur te verwezenlijken.

        Het gedeelte van de Jozef Michielsstraat dat binnen de bebouwde kom valt, is een ander projectgebied waarvoor in de toekomst een rooilijnplan zal ontwikkeld worden.

        Dit openbaar onderzoek gaat over het ontwerp van rooilijnplan. In een volgende fase wordt de onteigening behandeld. Er zal een onteigeningsbesluit met inbegrip van onteigeningsplan worden opgemaakt en de onteigeningsvergoedingen zullen worden bepaald. In het kader van onteigening wordt de eigenaar vergoed door een onteigeningsvergoeding die een billijke en voorafgaande schadeloosstelling betreft. Het aanbieden van een marktconform bod voor de te onteigenen grond zal gebeuren in het kader van die procedure.

        Advies nr. 1 van de bestendige deputatie van de provincie Antwerpen: De provincie Antwerpen heeft geen opmerkingen bij de aanvraag tot de wijziging van de rooilijn in de Jozef Michielsstraat (buurtweg nr. 3).

        Advies nr. 2 van De Lijn: De lijn heeft geen opmerkingen bij de aanvraag tot wijziging van de rooilijn in de Jozef Michielsstraat. De impact op het openbaar vervoer zal beoordeeld worden bij het ontwerp binnen de gewijzigde rooilijnen tijdens de omgevingsvergunningsaanvraag.

        Advies nr. 3 van het departement mobiliteit en openbare werken: Wegens het verlopen van de termijn van 30 dagen zonder advies, mag er voorbij gegaan worden aan de adviesverplichting.

Financiële weerslag

Aan dit besluit zijn geen directe financiële gevolgen verbonden.

Raadslid Geert Vermunicht dient een amendement in bij artikel 1:

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om de volgende wijzigingen aan het rooilijnplan door te voeren naar aanleiding van de ingediende bezwaren:

        getrapte rooilijn in het voorlopig vastgestelde rooilijnplan ter hoogte van J. Michielsstraat 48, 50 en 52 aan te passen naar een knik vanaf de aanliggende perceelsgrenzen.

Moet worden

Artikel 1

De gemeenteraad beslist om de volgende wijzigingen aan het rooilijnplan door te voeren naar aanleiding van de ingediende bezwaren:

        getrapte rooilijn in het voorlopig vastgestelde rooilijnplan ter hoogte van J. Michielsstraat 48, 50 en 52 aan te passen door punt 735 op te schuiven richting punt 734 naar de straat met als doel dat de carport gevrijwaard kan blijven.

BESLUIT: AMENDEMENT 1
unaniem
13 stemmen voor: Joost Verhaegen, Hilde Van Looy, Karolien Laeremans, Geert Daems, Rigo Huyskens, Jos Voet, Rist Heylen, Tania Vrindts, Katrien Monsecour, Geert Vermunicht, Britt De Ceuster, Kristina Van den Heuvel en Elien Bergmans
0 stemmen tegen
7 onthoudingen: Gust Van den Bruel, Kurt Albert, Sofie Van Lommel, Kurt Winkelmans, Dorien Van Opstal, Luc Van den Vonder en Danny Mattheus
Motivatie onthouding Danny Mattheus: We zijn niet tegen het fietspad maar wel tegen de aanpak tegenover de bewoners en van het hele project

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om de volgende wijzigingen aan het rooilijnplan door te voeren naar aanleiding van de ingediende bezwaren:

        getrapte rooilijn in het voorlopig vastgestelde rooilijnplan ter hoogte van J. Michielsstraat 48, 50 en 52 aan te passen door punt 735 op te schuiven richting punt 734 naar de straat. Met als doel de veiligheid te waarborgen door de rooilijn geleidelijker te laten aansluiten aan de voorgevel/bouwlijn van de bestaande woningen en het vrije zicht op aankomende verkeer (fietsers en wagens) vanop de inritten aan de rooilijn te verhogen.

Artikel 2:

De gemeenteraad aanvaardt de beoogde wijziging van de Jozef Michielsstraat en de toegevoegde aanpassing uit artikel 1 en stelt het rooilijnplan voor de Jozef Michielsstraat, buurtweg nr. 3, volgens de Atlas der Buurtwegen van Hulshout definitief vast zoals weergegeven op het rooilijnplan dat studiebureau HOSBUR, Diestsestraat 175, 3270 Scherpenheuvel-Zichem ontworpen heeft.

Artikel 3:

Het college wordt belast met de uitvoering van dit besluit overeenkomstig art. 18 en 19 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, met de voorbereiding van de realisatie, overeenkomstig art. 26, 27, 28 en 29 van het aangehaalde decreet.

Artikel 4:

Deze beslissing wordt bekend gemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 van het gemeentewegendecreet.

Artikel 5:

Tegen deze beslissing kan met een beveiligde zending binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag nadat de beslissing werd getekend, een opschortend administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Overheid, overeenkomstig art. 24 en 25 van het decreet van 3 mei 2019 over de gemeentewegen.

De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig en met een beveiligde zending een afschrift van het beroepschrift aan het college van burgemeester en schepenen. In de gevallen, vermeld in art. 24, §2, 1° van het gemeentewegendecreet, dient bij het beroepschrift op straffe van onontvankelijkheid het bewijs gevoegd dat een dossiervergoeding van 100 euro betaald werd.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.8. BESLISSING Actieplan Zuiderkempen. Samenwerkingsovereenkomst.

MOTIVERING:

Feiten en context

        6 september 2019: Het college van burgemeester en schepenen beslist de engagementsverklaring voor deelname aan de mobiliteitsstudie Zuiderkempen te ondertekenen.

        3 november 2020: Het college van burgemeester en schepenen beslist de oriëntatienota van de mobiliteitsstudie Zuiderkempen goed te keuren.

        3 november 2020: Het college van burgemeester en schepenen beslist de doelstellingennota van de mobiliteitsstudie Zuiderkempen goed te keuren.

        4 oktober 2021: De dienst mobiliteit van de provincie Antwerpen licht de resultaten van het scenario onderzoek toe aan het college van burgemeester en schepenen.

        21 december 2021: Het college van burgemeester en schepenen keurt de visie-elementen goed die als input dienen om het synthesescenario uit te schrijven.

        13 maart 2023: De dienst mobiliteit van de provincie Antwerpen licht de verschillende concepten voor een vrachtroutenetwerk toe aan het college van burgemeester en schepenen.

        24 juli 2023: Het college van burgemeester en schepenen beslist welk standpunt wordt ingenomen over de concepten over het vrachtroutenetwerk.

        24 juli 2023: Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de synthesenota van de mobiliteitsstudie Zuiderkempen.

        31 oktober 2023: De opmerkingen van stuurgroep zijn verwerkt in de eindvisie en het bijhorende actieplan van mobiliteitsstudie Zuiderkempen.

        11 december 2023: Het college van burgmeester en schepenen neemt kennis van de toelichting van dienst mobiliteit van de provincie Antwerpen over het eindrapport en het bijhorende actieplan van mobiliteitsstudie Zuiderkempen en keurt het eindrapport en actieplan mobiliteitsstudie Zuiderkempen principieel goed.

        20 maart 2024 en 28 maart 2024: Infoavonden voor gemeenteraadsleden van betrokken gemeentes.

        29 april 2024: De gemeenteraad neemt kennis van en keurt het eindrapport en actieplan van de mobiliteitsstudie Zuiderkempen goed.

Juridische gronden

        22 december 2017: Decreet lokaal bestuur: artikel 41.

Argumentatie

De mobiliteitsstudie Zuiderkempen heeft een eindvisie en een actieplan opgeleverd. Om dit actieplan uit te voeren, wordt er voorgesteld om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten om de toekomstvisie uit te voeren zoals opgenomen in het actieplan als punt 1.0.

De overeenkomst is slechts één jaar geldig omdat we einde legislatuur zijn. Het lijkt correct om de samenwerkingsovereenkomst te laten hernieuwen door de nieuwe bestuursploegen voor de periode 2025-2031. Door telkens één jaar te overlappen met de legislatuur zijn we ambtelijk in de mogelijkheid om verder te werken en zaken voor te bereiden in de periode na de verkiezingen (lopende zaken) en de tijdens de opstartperiode gedurende het eerste jaar van de nieuwe legislatuur.

Financiële weerslag

Aan dit besluit zijn geen directe financiële gevolgen verbonden.

Na bespreking,

BESLUIT: unaniem
 

Enig Artikel:

De gemeenteraad beslist de samenwerkingsovereenkomst voor de uitvoering van het actieplan van de mobiliteitsstudie Zuiderkempen goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.9. BESLISSING Contract onderhoud brandkranen

MOTIVERING:

Feiten en context

         De brandweer maakt via hydranten (waterafnamepunten) gebruik van het drinkwaternet om bluswater snel beschikbaar te hebben op de interventieplaats.

         De watermaatschappijen voorzien op regelmatige afstanden hydranten op het openbaar net. Deze hydranten worden aangeduid met wettelijk vastgelegde signalisatie zodat de hulpdiensten ze gemakkelijk kunnen terugvinden.

         De watermaatschappijen zorgen voor de aanleg van de hydranten en voor de plaatsing van signalisatie.

         Het is de opdracht van de gemeente om jaarlijks controle en onderhoud uit te voeren.

         Tot vorig jaar werd de controle van de hydranten uitgevoerd via een groepsaankoop van de brandweerzone Kempen. Deze opdracht werd niet meer herhaald waardoor de gemeente geen contract meer heeft voor de controle en onderhoud van hydranten.

         Op vraag van de gemeente kan Pidpa ervoor zorgen dat de noodzakelijke controles en onderhoud door maatwerkbedrijven wordt uitgevoerd.

Juridische gronden

         29 juli 1991: Wet over de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen.

         14 januari 2013: Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.

         17 juni 2013: Wet over de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen wat betreft overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.

         17 juni 2016: Wet over de overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw overschrijdt de drempel van € 750.000,00 niet).

         18 april 2017: Koninklijk besluit over de plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren.

         22 december 2017: Decreet Lokaal Bestuur:

        artikels 40 en 41 over de bevoegdheden van de gemeenteraad.

        artikels 326 tot en met 341 over het bestuurlijk toezicht.

         7 december 2018: Bestuursdecreet.

Argumentatie

Door samen te werken met PIDPA kunnen we schaalvoordelen en efficiëntiewinsten realiseren en sterker staan in kwaliteitshandhaving.

Pidpa controleert de vindbaarheid, toegankelijkheid en de werking van de brandkranen in een cyclus van twee jaar minstens 1 keer. Defecten worden –indien mogelijk- onmiddellijk hersteld. De signalisatie wordt nagekeken en indien nodig aangepast.

De technische dienst openbare werken adviseert om gebruik te maken van de dienstverlening van PIDPA voor het onderhoud van de brandkranen.

Pidpa heeft hiervoor een ontwerp van overeenkomst bezorgd.

Financiële weerslag

Beleidsdoelstelling

BD000001 Kwaliteitsvolle, duurzame, veilige leefomgeving

Actieplan

AP000007 -- Uitbreiden van de nutsleidingeninfrastructuur

Actie

AC000083 -- Het openbaar waterleidingsnet optimaliseren

 

MJP-nummer

MJP002619

Beschikbaar krediet

€ 6.500 jaarlijks

Totaal krediet

 6.500

 

 

Exclusief btw

Inclusief btw

Kosten

€3.398

 4111,58

Baten

€ 0,00

€ 0,00

Saldo

€ 3.398

€ 4.111,58

Na bespreking,

BESLUIT: unaniem
 

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist de overeenkomst tussen de gemeente en Pidpa voor het onderhoud van de brandkranen op het grondgebied van Hulshout af te sluiten als volgt:

 

 Contract “Onderhoud van brandkranen in het drinkwaternet” WS17057

 

 Tussen:

Gemeentebestuur Hulshout

Prof. Dr. Vital Celenplein 2 2235 Hulshout

T 015 22 40 11

M technischedienst@hulshout.be

Klantnummer: 10216318

Projectnummer: C-23-010

Vertegenwoordigt door Elias De Wever, voorzitter gemeenteraad en Ria Van den Eynde, Algemeen directeur

 

Hierna genoemd "de klant"

en:

 

Pidpa o.v.

Vierselse baan 5

2280 Grobbendonk

Wordt overeengekomen wat volgt:

Art. 1: Inhoud

Pidpa staat in voor het uitvoeren van het verplichte nazicht en herstel van brandkranen op het grondgebied van de klant.

Pidpa schakelt hiervoor een maatwerkbedrijf in dat geselecteerd werd volgens de aanbesteding die in opdracht van de klant werd uitgevoerd.

De klant kan bijkomend opteren om binnen deze opdracht ook het nazicht van de signalisatie te laten uitvoeren.

Art. 2: Verantwoordelijkheid

Pidpa neemt zowel de opstart, opvolging, coördinatie, communicatie, facturatie als het gebruik en de verwerking van gegevens via Geolink op zich. De klant wordt zo volledig ontzorgd.

Art.3: Tarieven

De tarieven zijn opgenomen in bijlage 1.

Art. 4 Prijsherziening

Telkens in januari van het jaar volgt er een prijsherziening volgens de formule opgenomen in de opdrachtdocumenten.

Art. 5: Algemene voorwaarden

De klant bevestigt dat hij kennis heeft genomen van de “algemene voorwaarden over dienstverlening en bijhorende werkzaamheden van Pidpa” en bevestigt dat zij integraal deel uitmaken van dit contract.

Art. 6: Aanvang en duur van de overeenkomst

Deze overeenkomst omvat 2 onderhoudscycli van elk 2 jaar en loopt bijgevolg 4 jaar vanaf de datum van de uitvoering van de eerste nazichten op het grondgebied. Tijdens een onderhoudscyclus wordt elke bestaande brandkraan nagezien en onderhouden.

Brandkranen die gedurende de looptijd worden bijgeplaatst door Pidpa zijn bij plaatsing gecertificeerd gedurende 2 jaar. Daarna worden ze via Geolink automatisch opgenomen in het onderhoudsprogramma.

Art 7: Facturatie

Pidpa bezorgt halfjaarlijks een factuur aan de klant voor de effectief uitgevoerde werken.

Pidpa staat in voor de tijdige betaling van de uitgevoerde werken aan het maatwerkbedrijf.

Artikel 2:

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget op AC000083/MJP002619.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.10. KENNISNAME Financiën. Opvolgingsrapportering meerjarenplan.

KENNISNAME:

Voorgeschiedenis

        28 september 2020: Kennisname door gemeenteraad: Opvolgingsrapportering meerjarenplan.

        27 september 2021: Kennisname door gemeenteraad: Opvolgingsrapportering meerjarenplan.

        10 oktober 2022: Kennisname door gemeenteraad: Opvolgingsrapportering meerjarenplan.

        25 september 2023: Kennisname door gemeenteraad: Opvolgingsrapportering meerjarenplan.

Feiten en context

        Vanaf 2020 heeft Hulshout voor de gemeente, het OCMW en het AGB een geïntegreerd beleidsrapport, sinds 2022 is daar ook de Welzijnsvereniging aan toegevoegd.

        Het Decreet Lokaal Bestuur legt aan het lokaal bestuur de verplichting op om naast de beleidsrapporten (het meerjarenplan, de aanpassingen van het meerjarenplan en de jaarrekening) voor het einde van het derde kwartaal aan de gemeente- en OCMW-raad een opvolgingsrapportering voor te leggen over het eerste en het tweede kwartaal van het boekjaar.

        De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn bepalen wanneer hen een opvolgingsrapportering, met een stand van zaken van de uitvoering van het meerjarenplan, wordt voorgelegd. Er wordt minstens voor het einde van het derde kwartaal een opvolgingsrapportering over het eerste semester van het boekjaar voorgelegd.

Juridische gronden

Deze rapportering dient te voldoen aan volgende reglementering:

        22 december 2017: Decreet lokaal bestuur: artikel 263.

        30 maart 2018: Besluit Vlaamse Regering over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, artikel 29.

        26 juni 2018: Ministerieel Besluit over de beleids- en beheerscyclus, artikel 5.

Argumentatie

De rapportering is als bijlage toegevoegd.

De opvolgingsrapportering bevat minstens al de volgende elementen:

  1. een stand van zaken van de prioritaire acties of actieplannen van het meerjarenplan.
  2. een overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar.
  3. in voorkomend geval, de wijzigingen in de assumpties die gekozen werden bij de opmaak van het  meerjarenplan of de aanpassing ervan. De assumpties zijn niet gewijzigd.
  4. in voorkomend geval, de wijzigingen in de financiële risico's. De financiële risico's zijn niet gewijzigd met uitzondering van de energieprijzen, hoofdzakelijk elektriciteit, die gestabiliseerd zijn.

Het overzicht van de geraamde en de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven voor het lopende jaar in de opvolgingsrapportering bevat minstens al de volgende elementen:

  1. een overzicht van de ontvangsten en uitgaven, opgesteld conform schema J1, dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
  2. een overzicht van de ontvangsten en uitgaven naar economische aard, opgesteld conform schema T2, dat opgenomen is in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

Besluit

De gemeenteraad neemt kennis van de opvolgingsrapportering over het boekjaar 2024, opgesteld volgens de gestelde verplichtingen.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.11. KENNISNAME Organisatiebeheersing. Rapportering 2024/1.

KENNISNAME:

Feiten en context

        Artikel 219, lid 2 van het decreet stelt: "De algemeen directeur rapporteert over het organisatiebeheersingssysteem aan het college van burgemeester en schepenen, het vast bureau, de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn uiterlijk op 30 juni van het daaropvolgende jaar".

        Op 17 juni 2024 heeft de gemeenteraad kennisgenomen van de rapportering over de uitwerking van het systeem van organisatiebeheersing van het Lokaal Bestuur Hulshout over 2023.

        Omdat de acties in het kader van het organisatiebeheerssysteem deel uitmaken van het meerjarenplan, rapporteren we nu ook bij de kwartaalrapportage over het meerjarenplan.

        9 september 2024: Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de rapportering over de uitwerking van het systeem van organisatiebeheersing van het Lokaal Bestuur Hulshout voor het eerste kwartaal van 2024.Het rapport is als bijlage bijgevoegd.

Juridische gronden

        22 december 2017: Decreet lokaal bestuur: artikel 41, artikel 219, lid2.

        29 april 2019: Gemeenteraadsbesluit met goedkeuring van het algemeen kader van het systeem voor organisatiebeheersing voor het Lokaal Bestuur Hulshout.

Adviezen

        27 augustus 2024: Het managementteam geeft gunstig advies over de stand van zaken voor de rapportering van het systeem voor organisatiebeheersing.

Argumentatie

1. Organisatiebeheersing

Het Decreet Lokaal Bestuur legt op dat gemeente en OCMW één gezamenlijk systeem voor organisatiebeheersing moeten hebben. Organisatiebeheersing is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen over:

        Het bereiken van de vastgelegde doelstellingen en het kennen en beheersen van risico's.

        Het naleven van wetgeving en procedures.

        De beschikbaarheid van betrouwbare financiële rapportering en beheersrapportering.

        Een effectieve en efficiënte wijze van werken economische inzet van beschikbare middelen.

        De bescherming van activa en het voorkomen van fraude.

Het organisatiebeheersingssysteem van het lokaal bestuur bepaalt hoe dit moet gebeuren. Dat systeem beantwoordt minstens aan het principe van functiescheiding waar mogelijk en is verenigbaar met de continuïteit van de werking van de diensten. Een aantal onderdelen van dit systeem zijn ook decretaal bepaald (bv. visum).

Organisatiebeheersing is dus een middel om de doelstellingen te bereiken en een continue opdracht waar al de medewerkers dagelijks, al dan niet bewust, mee bezig zijn.

2. Organisatiebeheersing in Hulshout

Vanaf 2019 werd gewerkt aan een organisatiebeheersingssysteem voor de gehele organisatie. Hulshout heeft gekozen voor het systeem van organisatiebeheersing dat de Vlaamse overheid heeft uitgewerkt

In het najaar van 2022 heeft het managementteam de aanpak en de resultaten van het organisatiebeheerssysteem geëvalueerd. Hierbij kwamen we tot volgende vaststellingen.

  1. Organisatiebeheersing wordt opgevat als een laag die over de werking ligt. Dit heeft als nadeel dat organisatiebeheersing niet in de dagelijkse werking verankerd is.
  2. Organisatiebeheersing wordt nog te veel gezien als een opdracht van het management en van de beleidsmedewerker. Medewerkers zijn zich niet altijd bewust van risico’s en van de bestaande beheersmaatregelen. Het is echter een taak van alle werknemers om volgens de principes van behoorlijk bestuur te werken.
  3. De organisatie neemt geregeld acties die bedoeld zijn om de organisatie en werking te verbeteren maar deze acties zijn niet terug te vinden in het systeem van organisatiebeheersing.
  4. Het systeem van de Vlaamse overheid blijft een goed leidraad om het organisatiebeheerssysteem vorm te geven.

3. Gewijzigde aanpak vanaf 2023

Bij de rapportering over organisatiebeheersing over 2023 is er dan ook een wijziging in de aanpak van organisatiebeheersing goedgekeurd. De gemeenteraad heeft op 17 juni 2024 kennisgenomen van de rapportering over de uitwerking van het systeem van organisatiebeheersing van het Lokaal Bestuur Hulshout voor 2023.

4. Eerste kwartaal 2024

De rapportering over de opvolging van het systeem van organisatiebeheersing van het Lokaal Bestuur Hulshout voor het eerste kwartaal van 2024 is als bijlage bijgevoegd.

Financiële weerslag

De eventuele financiële gevolgen die aan dit besluit verbonden zijn, zullen opgenomen worden bij de aanpassing van het meerjarenplan.

Besluit

De gemeenteraad neemt kennis van de rapportering over de uitwerking van het systeem van organisatiebeheersing van het Lokaal Bestuur Hulshout voor het eerste kwartaal van 2024.

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.12. BESLISSING Goedkeuring samenwerkingsovereenkomst EFRO-project Stroommakelaar (IOK).

MOTIVERING:

Feiten en context

        24 februari 2014: Gemeenteraadsbeslissing tot het ondertekenen van het Burgemeestersconvenant met doelstellingen tot 2020.

        2 september 2019: Gemeenteraadsbeslissing tot het ondertekenen van het Burgemeestersconvenant met doelstelling tot 2030.

        27 september 2021: Gemeenteraadsbeslissing tot het ondertekenen van het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0.

        25 oktober 2021: Gemeenteraadsbeslissing tot het goedkeuren van het gemeentelijk klimaatactieplan.

        26 juni 2023: Collegebeslissing tot het goedkeuren van deelname aan het EFRO-subsidieproject Stroommakelaar.

Juridische gronden

        22 december 2017: Decreet lokaal bestuur: artikel 41.

Argumentatie

Het project Stroommakelaar is een onderdeel van de regiowerf 'Warmtemakelaar en energiedelen met gemeentelijk patrimonium' als hefboom in het Kempens Klimaatplan, dat op 7 april 2023 werd goedgekeurd door de Raad van Bestuur van IOK. Het project Stroommakelaar maakt gebruik van een energiemanagementsysteem (EMS) waarbinnen verschillende datastromen samenkomen om het verbruik van de gemeentelijke gebouwen in kaart te brengen en grote elektrische vermogens te sturen. Het is de bedoeling een groot besparingspotentieel te realiseren uit een verhoogd eigen verbruik van hernieuwbare energie en het vermijden van hoge stroomprijzen. Het project geeft hierbij invulling aan de doelstellingen van het Lokaal Energie- en klimaatpact tot het opzetten van energiegemeenschappen en het realiseren van een reductie in het energieverbruik en CO2-uitstoot in het gemeentelijk patrimonium. Het project heeft een looptijd van 3 jaar (2024-2026). Volgende taken zullen ook opgenomen worden door IOK:

        ondersteuning bij het in kaart brengen van het energieverbruik en de voorselectie van de meest rendabele cases

        aanstellen van een geschikte marktpartij voor het aanbieden van een EMS-systeem

        ondersteuning bij de opstart, werking en analyse van het EMS-systeem

        het opmaken van adviesscenario's via het EMS-systeem

        voorstel van optimale sturing van elektrische toestellen, in geval van een positieve analyse

        ondersteuning bij monitoring van het gemeentelijk energieverbruik

        opstart en management van een energiegemeenschap

Hulshout stapt samen met 10 andere gemeenten als copromotor in dit project. Dit project wordt voor 60% gesubsidieerd binnen het EFRO-project en nog 10% via provincie Antwerpen. De promotor en copromotoren verbinden zich er toe het niet-subsidieerbare deel van de uitgaven zelf te financieren. De copromotoren financieren de niet-subsidieerbare kosten van de promotor zoals opgenomen in de financiering van het project via inhouse werking.

De samenwerkingsovereenkomst is als bijlage toegevoegd.

Financiële weerslag

Beleidsdoelstelling

BD 000005 Voorbeeldfunctie en aandacht voor duurzaamheid en milieuzorg.

Actieplan

AP 000054 Streven naar rationeel energiegebruik en het gebruik van duurzame energie.

Actie

AC 000331 REG-projecten uitvoeren in het kader van Kempen 2030.

MJP-nummer

MJP 002839 EFRO project Stroommakelaar

Beschikbaar krediet

45.774,68 euro - verspreid over 2024, 2025 en 2026

Totaal krediet

45.774,68 euro - verspreid over 2024, 2025 en 2026

 

 

Exclusief btw

Inclusief btw

Kosten

/ euro

45.774,68 euro

Baten

/ euro

22.774,68 euro (subsidies investeringskosten)

Saldo

/ euro

23.000 euro

 

Financiële weerslag:

We betalen voor:

        de ondersteuning van IOK

        investeringskost VLOCA en OSLO

        investeringskost voor het energiemanagementsysteem

 

De gemeente moet eerst de volledige factuur betalen aan de private partij. Pas na rapportage kan de subsidie teruggestort worden.

        Hulshout kan maximaal 32.535,83 euro (= maximale investeringskost) declareren. Na terugstorting van de subsidie (70%) rest hiervan 9.760,58 euro. De reële uitgaven worden lager geschat, namelijk 27.342,83 euro. Na terugstorting van de subsidie rest hier 8.202,85 euro.

        Kosten IOK worden geprefinancierd door IOK. Na aftrek van subsidies wordt het restbedrag gefactureerd aan de gemeente, namelijk 13.239,42 euro.

        Als we alle maximale bedragen optellen (investeringskost + kosten IOK), dan komen we op 45.774,68 euro. Als we hier de 70% subsidies voor de investeringskost (privatief gedeelte gemeente) aftrekken, dan komt dit maximaal op 23.000 euro.

        Die 23.000 euro is het maximum dat we betalen op die drie jaar tijd.

BESLUIT: unaniem
 

Enig artikel:

De gemeenteraad beslist de samenwerkingsovereenkomst "EFRO Vlaanderen Programma 2021-2027, Beleidsdoelstelling 1, specifieke doelstelling 2, projectnummer 1872, Stroommakelaar Kempen" goed te keuren.

De samenwerkingsovereenkomst maakt integraal deel uit van dit besluit.

na bespreking,

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.13. VRAAG Samenleving. inclusie. bestuur. - TA - Gust Van den Bruel

VRAAG:

 Kan de inleef-dag voor raadsleden rond verschillende handicaps volgende legislatuur wel georganiseerd  worden?

 

Voorgeschiedenis:

-             GR 2021.04.19. - TA.20. BESLISSING: Sociale zaken. Inleefdag rond handicaps. (N-VA: Gust Van den Bruel) 

-             GR 2022.12.19. - TA.25. VRAAG: Gemeentebestuur; sociale zaken; werkgelegenheid. Op weg naar inclusie van personen met een beperking. (N-VA: Gust Van den Bruel)

 

Toelichting:

Op de gemeenteraadszitting van 19 april 2021 stelde de N-VA-fractie voor om voor raadsleden een inleef-dag rond handicaps te organiseren.  Het voorstel werd unaniem goedgekeurd. De inleef-dag is er jammer genoeg niet gekomen…

Het zou echter een meerwaarde kunnen betekenen bij het nemen van beslissingen als raadsleden door dit initiatief inzicht zouden verwerven in de moeilijkheden die personen met een beperking dagelijks ondervinden. Daarom vindt onze fractie het zinvol om deze inleef-dag volgende legislatuur zeker te organiseren.

 

Mogelijkheden:

- Bezoek aan gemeentelijke infrastructuur en openbare dienst. 

- Bezoek aan een lokale horecazaak. 

- Gebruik van het openbaar vervoer. 

 

Enkele linken  voor inleefdagen:

Inter Vlaanderen: https://www.inter.vlaanderen/gebouw-omgeving/diensten/vorming

On wheels: https://www.onwheelsapp.com <https://www.onwheelsapp.com/>

Brailleliga: https://www.braille.be <https://www.braille.be/>

Mobiel Vlaanderen: https://www.mobielvlaanderen.be <https://www.mobielvlaanderen.be/#gsc.tab=0>

KVG: https://kvgvorming.be/

Gezin en handicap: https://www.gezinenhandicap.be/

Autisme Vlaanderen: https://autismevlaanderen.be/    

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.14. VRAAG Mobiliteit. Openbare werken. - TA - Luc Van den Vonder

VRAAG:

Kan de verzakking op het fietspad Grote Baan ter hoogte van de bushalte aan de kerk hersteld worden?

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.15. VRAAG Mobiliteit. omgeving. - TA - Gust Van den Bruel

VRAAG:

Kunnen op verschillende trage verbindingswegen zoals bijvoorbeeld de fietsostrade F106 en de Linieweg de overgroeiende gewassen verwijderd worden?

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.16. VRAAG Mobiliteit: Fietsostrade F106. - TA - Katrien Monsecour

VRAAG:

Graag een stand van zaken voor het verbeteringstraject van de fietsostrade.  Is er een timing voor de start van de werken?

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.17. VRAAG Patrimonium Oude jongensschool Westmeerbeek. - TA - Katrien Monsecour

VRAAG:

Wat is de toestand van het gebouw op dit moment?  Worden er (dringende) herstellingswerken gepland?

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van maandag 23 september 2024.

 

GR OZ  A.18. VRAAG Verkeersveiligheid: veilige schoolomgeving. - TA - Katrien Monsecour

VRAAG:

Welke maatregelen werden er genomen om de eerste schoolweken verkeersveilig te laten verlopen ?

 

Publicatiedatum: 11/03/2025
Disclaimer

Publicatie LBLOD

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.